Tagarchief: circulaire economie

Gemeenschapsmunten-Katrien-Degreef-1

Gemeenschapsmunten helpen onvervulde, sociale behoefte aan oplossingen

Gemeenschapsmunten-Katrien-Degreef-2

Present op 1 april 2014 in Sint-Niklaas zijn de auteurs en hun team van het handboek “Maak je buurt uitmuntend!” . Dit handboek gemeenschapsmunten voor lokale overheden en organisaties is geschreven in opdracht van de Vlaamse overheid, departement Werk en Sociale Economie. Het schrijfwerk was een samenwerking tussen professionele onderzoekers en initiatiefnemers met eenzelfde liefhebberij: gemeenschapsmunten. Bernard Lietaer, Anne Snick en Edgar Kampers zijn de hoofdauteurs.

Met een zweem van een Obama-speech start minister Freya Van Den Bossche de voorstelling. Een speech waar je warm van wordt. Ze vertelt over gemeenschapsmunten met woorden als tedere anarchie, authentiek engagement en een labo dat een kentering brengt in denken en doen. Het onderwerp is haar genegen.

Maar had je al van gemeenschapsmunten gehoord? Internationaal is de term complementaire munten meer gangbaar. Synoniemen zijn alternatieve munten of gemeenschapsmunten. Bernard Lietaer de internationale rots voor complementaire munten (ja hoor ’t is een Belg!) legt het met zijn gekende bevlogenheid uit. Naar zijn woorden: complementaire munten zijn parallelle en aanvullende geldsystemen naast de (supra)nationale munteenheden, zoals de euro of de yen. Deze munten worden als middel ingezet om niet gebruikte waarde te koppelen aan niet vervulde behoeften.

Fureai Kippu

Een voorbeeld is Fureai kippu. Bij deze complementaire munt uit Japan is de onvervulde behoefte de zorg voor oudere mensen. De niet gebruikte waarde is tijd en energie van de nog gezonde oudere medemens. Complementaire systemen worden gecreëerd waar de traditionele economie en het heersende geldstelsel samenlevingsknelpunten niet kunnen oplossen. Het ontwerp van een complementaire munt start met een droom om een bepaald probleem aan te pakken en heeft (meestal) als doel een duurzame en veerkrachtige samenleving. Het Serieus Gek Geld Spel van Igor Byttebier tijdens de presentatie doet je gevoelsmatig ondervinden wat gemeenschapsmunten voor een samenleving kunnen betekenen.

Commons, praktisch

“Maak je buurt uitmuntend!” ontsluit op een heldere en eenvoudige wijze een booming diversiteit aan informatie over deze alternatieve geldsystemen. De techniciteit van die informatie heeft een wetenschappelijk gehalte. Het handboek maakt deze commons toegankelijker. Een compleet overzicht van systemen kan je niet in het boek terugvinden. De auteurs hebben de intentie om complementaire munten dichter bij mogelijke professionele initiatiefnemers te brengen, zoals organisaties en lokale overheden. Praktisch hanteerbaar en enorm leerrijk is het stappenplan om je eigen gemeenschapsmunt te ontwerpen. Een must read voor iedereen die plannen heeft! Dit stappenplan is gebaseerd op The Community Currency Implementation Framework van het CCIA-project dat complementaire muntsystemen ontwikkelt in Noordwest Europa. Het handboek is uiteraard geschreven zodat ambtenaren en bestuurders zich erin thuis voelen. Je struikelt zowat over het gemeentelijk vakjargon zoals ‘burgers’ en ‘beleidsinstrumenten’.

Co-creatieve samenleving

Gemeenschapsmunten_coverHet boek formuleert een geloof in de complementaire economie om een co-creatieve samenleving te bereiken. Zo kaderen de auteurs complementaire munten in het rijtje van de reeds gekende deel-initiatieven onder mensen. Zowel spontane initiatieven van individuen als top-down initiatieven zijn hierin cruciaal. Een rode draad doorheen het boek is het belang van overheidsondersteuning en –initiatief bij gemeenschapsmunten. De auteurs gaan zelf een stapje verder en dromen luidop van governance als beleidsmodel. Tijdens de presentatie wordt de co-creatieve samenleving gelinkt aan vermaatschappelijking van de zorg, empowerment van kwetsbare groepen en een zorgzame samenleving. In het boek wordt de co-creatieve samenleving niet in een direct verband gebracht met peer-to-peer economie en/of circulaire economie. Is deze informatie voor beleidsmakers niet relevant?

9RSA_Great_Recovery_Phase_2_Launch

Circulaire economie, inzichten vanop het Resource Event in Londen

Bh4AQwQIEAAEiVH

Vorige week kwamen spelers uit de circulaire economie samen in Londen voor het Resource Event. De circulaire economie is een reactie op het huidige lineaire model dat gaat van ontginning, naar productie, tot gebruik en eindigt met afdanking. Het doel is om een economisch model te creëren dat voordeel haalt uit het in gebruik houden van materialen. De aanwezige deelnemers kwamen met een brede achtergrond gaande van ontwerpers, academici, investeerders, beleidsmakers, grondstoffen handelaars, materiaal experts, producenten, verkopers tot experts in consumenten gedrag. Hier zijn enkele inzichten van het evenement.

Kan een circulair economisch model de structuur bieden voor de innovatie die we nodig hebben?

James Woudhuysen provoceerde met de boodschap dat de circulaire economie ons kan afleiden van het feit dat de investeringen in innovatie in Europa ondermaats zijn. Hij argumenteerde dat vele van de duurzame innovaties zaken waren die industrieën sowieso gingen doen. Als de onderliggende principes niet veranderen, dan zal de circulaire economie enkel een nieuwe naam of model zijn toegepast op oude praktijken.

Michael Pawlyn gaf aan dat de natuur een enorme inspiratiebron is voor innovatie. Menselijk-gecreëerde systemen zijn meestal lineair, de natuur daarentegen werkt door kringlopen te sluiten. Lineaire systemen bieden weerstand aan verandering, zodat ze de output kunnen maximaliseren. Kringloopsystemen evolueren en zijn in constante verandering om zodat het systeem kan geoptimaliseerd worden.

Walter Stahel verdedigde het circulaire model als zijnde de snelste en meest effectieve manier om beschadigde capaciteit te herstellen. Hij haf hierbij het voorbeeld van de Pearl Harbor vloot die terug in dienst kwam binnen het jaar na de aanval. Door gebruikte producten te transformeren in plaats van nieuwe producten te produceren kunnen energie verbruik en de uitstoot van broeikasgas met 50 tot 90% gereduceerd worden. Een transitie naar een circulair model kan veel effectiever zijn dan investeren in efficiëntie.

Van lineair naar circulair

“Laat perfect niet de vijand worden van goed”

Kwaliteit wordt vaak gezien als barrière om materialen te hergebruiken. Maar in een flexibelere wereld wordt een top dienstverlening belangrijker dan een top kwalitatief product. De gemiddelde kantoor inrichting houdt ongeveer vijf jaar stand. Waarom worden er dan materialen gebruikt die meer dan vier maal het functionele leven meegaan? Fluteoffice is een briljant voorbeeld van een fantastische dienst met een veel lagere impact.

“De welvaart van een maatschappij ligt niet in zijn beweging, maar in zijn voorraden”

Lineaire modellen minimaliseren voorraden door te focussen op het optimaliseren van materiaal doorstroming. Het succes van een circulair model ligt niet in de snelheid waarbij materialen bewegen tussen de spelers, maar in hoe goed de kwaliteit van het materiaal behouden kan worden.

“Klein is mooi”

Kleine kringlopen zijn veel gemakkelijker te sluiten. Momenteel zijn er maar vijf installaties in de wereld die materialen kunnen ontginnen uit elektronisch afval. Stedelijk-mijnen (urban mining) wordt het hippe woord voor recyclage van materialen op de plaats waar ze gebruikt worden.

“Ontwerpers zijn veelzijdig en bescheiden”

Herhaling is noodzakelijk in ontwerpprocessen en een circulair model ondersteunt dit intrinsiek. Ontwerpers zijn goed in het begrijpen van de bredere context. Een circulair model kan de rol de ontwerpersgemeenschap verbreden van het sturen van product innovatie naar het op gang brengen van systeem verandering.

Het Resource Event was zelf een mooi voorbeeld van het feit dat kringlopen geen begin en geen einde kennen. Het netwerk rond de circulaire economie is geen gesloten kring. Het is open voor alle spelers om aan te sluiten, opnieuw aan te sluiten en om nieuwe kringen te creëren. Het volgende grote evenement met een focus op de circulaire economie zal plaats vinden in Brussel tijdens de Green Week van 3 tot 5 juni.

Een Engelstalige versie van deze blog kan je hier vinden.

ProductDienst-plan-c-circulaire-economie

Plan C zet circulaire economie op de agenda in Vlaanderen

Plan C heeft het interactieve e-boek Product <=> Dienst, innovatieve businessmodellen in de circulaire economie gepubliceerd. Het transitienetwerk voor duurzaam materialenbeheer zet daarmee de circulaire economie op de agenda in Vlaanderen. Plan C deed daarvoor beroep op een hele reeks auteurs die mee aan de wieg staan van de circulaire economie in al haar facetten: sociaal, technologisch, economisch, op het vlak van design, communicatie, systeeminnovatie enzomeer. Het belangrijkste is misschien de inspiratie die het boek bevat om met innovatieve business modellen - de performance revolutie - aan de slag te gaan die passen in een circulaire economie. Plan C schuift daarbij vooral product-dienstcombinaties naar voor die een groot potentieel hebben op het vlak van duurzaam materialenbeheer.

ProductDienst-pdf-plan-c-circulaire-economie

Waarom hebben we die circulaire economie eigenlijk nodig? Beeld je even in dat de Schelde in plaats van water olie bevatte. Dan had je een tamelijk realistisch beeld van het olieverbruik in de wereld. Wereldwijd verbruiken we gemiddeld 170.000 liter olie per seconde. Dat is ongeveer hetzelfde als het debiet van de Schelde ter hoogte van de Liefkenshoektunnel (ook per seconde dus). De olie die zo naar de zee vloeit, komt nooit meer terug.

We verbruiken niet enkel een rivier van olie maar voor een lange lijst andere materialen spoelen we hele rivieren weg. Door de materialen kortstondig te gebruiken en dan te verbranden of te laten verdwijnen in het milieu. Recyclage is belangrijk maar betekent in vele gevallen slechts het uitstellen van het schijnbaar onvermijdelijke: verbranden of verdwijnen in het milieu. Twee problemen daarmee: we maken het milieu toxisch én de materialen geraken uitgeput. Het is op dat vraagstuk dat de circulaire economie een antwoord biedt. Het meest coherente en consistente antwoord dat voorhanden is.

Plan C is er in geslaagd om op zoek te gaan naar die mensen die mee aan de wieg staan van de circulaire economie en ze aan het woord te laten in Product <=> Dienst, innovatieve businessmodellen in de circulaire economie. Zowel met teksten, beelden als video’s ontvouwen de auteurs de circulaire toekomst voor Vlaanderen met alle nuttige grondstoffen, zoals business modellen en designstrategieën, om er vandaag zelf aan mee te werken.

Persoonlijke noot: Ik was gedurende enkele jaren actief bij Plan C als community Manager heb er enorm veel geleerd en plezierig samen gewerkt met tal van boeiende mensen. Ik ben enorm trots dat ik aan dit boek een steentje heb mogen bijdragen en het is dan ook niet verwonderlijk dat ik het aan alle ondernemende mensen warm aanbeveel.

Ontdek het boek hier: http://eboek.plan-c.eu/

© Plan C - www.plan-c.eu

Makkelijk je weg vinden in de Vlaamse deeleconomie

© Plan C - De Deeleconomie in Vlaanderen, eboek.plan-c.eu

© Plan C - De Deeleconomie in Vlaanderen, eboek.plan-c.eu

Met dank aan Plan C is het via deze infografiek makkelijker dan ooit om je weg te vinden in de Vlaamse deel-economie. De infografiek staat het gloednieuwe, uiterst boeiende e-boek Product <=> Dienst dat Plan C gisteren voorstelde. Het onderliggend thema van het boek is nieuwe business modellen in de circulaire economie, waar de deeleconomie een belangrijk onderdeel van is. Check it out: http://eboek.plan-c.eu/

Processed with VSCOcam with f2 preset

Repareren is beter dan recycleren

Repareren is beter dan recycleren want recyclage is het uitstellen van wat in de afvalindustrie quasi onvermijdelijk blijkt: materialen worden gedumpt, verbrand of verdwijnen in het milieu. Bovendien spaart repareren heel wat op energie, aldus iFixit.

Je hebt dat zeker al meegemaakt: iemand die een geldige reden zoekt om de laatste nieuwe gadget te kopen, terwijl men nog een perfect werkend model heeft. Volgens Walter Stahel, grondlegger van de circulaire economie en recent nog te gast bij Plan C, zijn de typische voorwendsels daarvoor: ‘bigger, better, faster, safer’. Die 4 redenen worden typisch aangewend om een nieuw model te kopen. Ze worden vrijwel meteen als geldig argument aangenomen. Die redenen worden dan ook gretig gebruikt door reclamemakers. Zelf ben ik al meerdere keren in die val getrapt.

Bijbels idioot

Deel van de redenering valt ook terug op het argument dat recyclage uitstekend werkt om materialen te hergebruiken. Dat is allesbehalve waar. Recyclage is in heel veel gevallen het vertragen van wat in de huidige lineaire economie gangbaar is: materialen worden gedumpt of verbrand. Zo wordt papier hoogstens 7 keer gerecycleerd vooraleer het wordt verbrand. Papier van een krant gaat dus een week mee. De bijbelse vertaling daarvan is: op de zevende dag verbrandde hij wat hij die week gemaakt had?

De recyclagemythe

Crushed_Coca_Cola_can_can-wikimedia

Walter Stahel doorprikt de recyclagemythe met het voorbeeld van aluminium blikjes. Technologie laat toe om ongeveer 50% van het aluminium te recycleren en te hergebruiken. Een blikje frisdrank heeft een gemiddelde levensduur van 3 weken: van de productie van het blikje tot het consumeren van de frisdrank. Dus wie op 1 januari 1 ton aluminium gebruikt om blikjes te maken, weet dat er op 21 januari maximaal een halve ton van kan worden gerecupereerd. Tegen de maand mei is er van die initiële 1 ton, niets meer over. Kan je de recyclage opkrikken tot 90%, wat buitengewoon zou zijn, kan je die verbruikstijd verhogen tot 2 jaar.

‘Energetische valorisatie’

Recyclage is dus verre van volmaakt. Onze afvalindustrie zweert trouwens ook bij de ‘calorische waarde’ van materialen om er energie te winnen. Simpelweg door dat afval te verbranden en uit die verbranding energie te winnen. Zij noemen dat: ‘duurzaam afvalbeheer’ of ook ‘energetische valorisatie’. Of hoe je de sterk vervuilende verbranding duurzaam kan pimpen. Voor de afvalindustrie moet de afvalstroom zo stabiel mogelijk blijven, anders kunnen ze hun installaties niet in gang houden.

Repareren

Repareren is beter dan recycleren. Probeer de levensduur van je producten zo lang mogelijk te maken en geef niet toe aan de ‘bigger, better, faster, safer’. De producenten Apple, Samsung, HTC ea. gaan ons daar niet bij helpen - ze weigeren soms spullen te repareren en verplichten je vaak een nieuw apparaat te kopen. Daarom is iFixit zo interessant. Dat is een peer-to-peer platform waar mensen reparatietechnieken voor smartphones en andere huishoudelijke producten uitwisselen. Als er iets moet veranderen, dan zal het van onderuit moeten komen.

swimming-in-smartphone-photo-JD-Hancock

Van smartphone naar wisephone

Elektronische toestellen maken intussen integraal deel van ons leven uit. Ze worden alsmaar slimmer en kleiner, maar de problemen rond materiaal ontginning, productie en de elektronische afvalberg blijven groeien. Het is een probleem dat ons allen aangaat. Product innovatie en een transitie naar een circulair economisch model is noodzakelijk. Zullen we als consument wachten tot het ideale producten op de markt is, of kunnen we allemaal nu al een steentje bijdragen?

De band die we aangaan met elektronische toestellen wordt intiemer. Ultra mobiele smartphones, tablets en laptops nemen geleidelijk aan de plaats in van traditionele toestellen zoals radio, televisie, vaste telefoon, etc. De geavanceerde mobiliteit maakt het mogelijk om professionele tools van ons kantoor naar onze privé sfeer te brengen. Vele van deze tools kunnen we zelfs overal meenemen in één van onze intiemste plaatsen, onze broekzak. We vertrouwen deze nieuwe toestellen, ze verhogen onze productiviteit en helpen ons beter in contact te blijven. We geraken snel in sociaal isolement zonder deze toestellen. Maar ondanks dat de nood voor deze toestellen universeel wordt, worden ze door hun ontwerp hoe langer hoe meer “gadgets” - kleine ingenieuze toestellen.

De industrie brengt mooie en verleidelijke verhaaltjes, maar het echte verhaal achter deze toestellen is veel minder rooskleurig. Een recent rapport van de Gaia Foundation bracht een overzicht van de problemen tijdens de productie, het gebruik en de afdanking. Opmerkelijk was de manier waarop deze omschreven werden. Als deze toestellen kinderen van moeder aarde (zouden) zijn, dan kan hun leven omschreven worden als: ‘bloedige geboorte; tekort leven; en dood op de straatstenen’.

Diffusie van innovatie

Een transitie naar een verantwoorde markt voor elektronische gadgets is noodzakelijk. Maar kan deze transitie snel en spontaan vanuit de industrie en consumenten, zonder overheidsinmenging gebeuren? Het model van diffusie van innovatie kan een kader voor discussie vormen. Dit model omschrijft dat een nieuw product door een maatschappij geleidelijk aan wordt opgenomen. Denk bijvoorbeeld even terug aan wanneer u zelf uw eerste laptop, GSM of tablet kocht en wanneer u een gebruikersnaam op Facebook of Twitter aanmaakte. Waren er toen al veel gebruikers en waarom bent u dan tot aankoop over gegaan?

innovators-stages-merel-claes

In het model zijn er vijf specifieke categorieën consumenten. Innovators zijn een kleine groep die als eerste een nieuwe innovatie opnemen. Early adopters (pioneers) zijn een groep vernieuwers die een hoog gehalte aan leiderschap vertonen. Hun mening is belangrijk voor een succesvolle verdere doorbraak. De Early Majority (voorlopers) zoekt nog steeds vernieuwing maar neemt een afwachtende houding aan. Deze groep is groter en de innovatie breekt pas echt door wanneer deze categorie de innovatie opneemt. De Late Majority (achterlopers) zijn meer sceptisch tegenover innovatie en hebben vaak minder financiële middelen. Laggards (achterblijvers) zijn de allerlaatsten om een innovatie op te nemen, ze hebben een aversie tot verandering.

Product Innovatie

Grote spelers bergen geen Cradle-to-Cradle of andere verantwoorde product innovaties op de markt. Echte innovatie komt van kleine dynamische spelers. De Fairphone, Phonebloks en het gelijkaardige Bloom Laptop zijn prille maar veel belovende concepten.

Phonebloks is ontworpen met de intentie om elektronisch afval te reduceren tot 10% en kan kleine producenten, tweedehands verkopers en recyclage bedrijven bevoordelen. Maar als de industrie en consument de innovatie louter zien als een manier om sneller technologische of esthetische updates door te voeren kan het afval probleem evengoed exponentieel vergroot worden. Daarom is het belangrijk dat waarden rond ethisch aankopen, hergebruik en reparatie nu al opgenomen worden, niet enkel door Innovators en Early Adopters, maar door de volledige maatschappij.

Ethisch productie

Fairphone is succesvol gelanceerd bij de eerste 25 000 klanten. Het bedrijf focust op ethische aspecten in de productie en wil groeien door een circulair business model uit te bouwen. Een echte doorbraak hangt van vele factoren af maar het is toch uitkijken naar hoe Fairphone, Innovators en Early Adopters positieve verhalen en ervaringen naar de bredere maatschappij gaan brengen.

Hergebruik

In tegenstelling tot wagens is hergebruik van relatief nieuwe of al iets oudere elektronische toestellen niet echt populair. Relatief nieuwe toestellen die via een refurbishing (of gereviseerde) programma opnieuw op de markt aangeboden worden, kunnen voor de Early Majority een volwaardig en goedkoper alternatief zijn. De Late Majority zou baat kunnen hebben bij iets oudere elektronische toestellen die aan sterk verlaagde prijzen op tweedehands markten worden aangeboden. We zien echter dat tweedehands markten niet populair zijn maar discounters de Late Majority daarentegen wel kunnen overhalen tot aankoop. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de kritische Late Marjority kwaliteitsgarantie willen en tweedehands markten geen eenduidige garanties bieden. Refurbished programma’s bieden volwaardige kwaliteitsgaranties maar ze zijn vaak intern, niet voldoende uitgebouwd door retailers en niet genoeg bekend bij het brede publiek.

Reparatie

Als je goede relaties wil opbouwen, dump je deze niet bij het eerste het beste probleem. Als Europees consument hebben we allemaal recht op 2 jaar garantie, dus laat de verkoper u niet van de wijs brengen. Als we als consumenten de rol van reparatie niet hoog waarderen dan zullen ontwerpers verder gaan in gadgets nog kleiner te maken door bijvoorbeeld onderdelen samen te lijmen, waardoor reparatie zo goed als onmogelijk wordt. Daarnaast zijn er mogelijkheden zoals Sugru om gadgets te personaliseren en beschermen. Repair Cafes kunnen kleine problemen met oudere toestellen (buiten garantie) mogelijks oplossen. Door verhalen van reparatie te verspreiden kunnen consumenten aan ontwerpers laten horen wat echt belangrijk is!

Sugru: "How to fix a cracked phone screen"

Sugru: “How to fix a cracked phone screen”

Offline trend

Laggarts verdedigen traditionele waarden en bieden weerstand om innovaties op te nemen. De Amish bijvoorbeeld verkiezen om geen nieuwe technologen op te nemen omdat deze de functies binnen lokale gemeenschapen ondermijnt. Er is een groeiende trend die gadgets niet verwerpt, maar wel traditionele waarden promoot door ze op bepaalde ogenblikken niet te gebruiken. Zo wordt het gebruik van deze gadgets afgeraden ter bevordering van kinderlijk, gastronomisch en vakantie plezier.

Om een spontane transitie naar een circulaire economie met verantwoorde e-gadgets te maken is een cultuur van verantwoord consumeren noodzakelijk. Dit is mogelijk, maar consumenten en producenten zullen hard moeten werken. Er komen nieuwe product innovaties op, maar om echt succesvol te zijn moet er naast ethische productie nu ook al sterk gewerkt worden aan hergebruik, reparatie en het maatschappelijk aanvaardbaar maken om ook eens even offline te leven. Was u voor uw vorige toestellen een Early of Late Majority en liggen ethische aspecten nauw aan uw hart, wat houdt u tegen om een early adopter te worden? Hebt u een beperkt budget, dan kun je via hergebruik koopjes doen. Bent u aan de laatste nieuwe snufjes, draag er dan goed zorg voor zodat u ze een tweede leven kan geven. Bent u een ontwerper, luister dan goed naar de vraag van consumenten om reparaties uit te kunnen voeren. Bent u een ondernemer, grijp dan uw kans om de onder ontwikkelde markten van hergebruik of offline plezier te betreden. De meerderheid trekt nog niet sterk aan verantwoorde innovaties en de circulaire economie, maar er ontstaat momentum doordat de Innovators, Early Adopters en Lagards duwen!

(Een Engelstalige versie van deze blog kan je hier vinden.)

the-great-recovery-2

Afval is een designfout, elke smartphone is een mijn

Iedereen lijkt het er over eens: Steve Jobs is een halfgod, icoon van een generatie. Had hij er voor gezorgd dat de Apple-toestellen makkelijk konden worden ontmanteld en de materialen ervan hergebruikt, had hij het tot volledige god kunnen schoppen. Uiteindelijk zijn de Apple-innovaties maar half geslaagd. Jobs zou zijn toestellen moeten leasen aan de klanten, in plaats van ze samen met alle verantwoordelijkheid over de materialen over de toonbank te schuiven.

Want wie producten ontwerpt moet het hele systeem er rond mee ontwerpen en vormgeven zoals de levenscyclus van een toestel en de recuperatie van de materialen. Elke smartphone die bij het afval belandt, betekent een verlies van topmaterialen. Design is dus ook een beetje systeemdenken. Dat is één van de redenen waarom Phonebloks (lees ook de commentaren onder het artikel) op ‘t eerste zicht zo’n aantrekkelijk concept is. Door het toestel modulair op te bouwen kan je sneller vervangen, ombouwen en upgraden. Maar om een goede oogst van de materialen in de smartphones mogelijk te maken, is de producent misschien nog de best geplaatste om de materialen en onderdelen te recupereren.

Wie de designprincipes voor zo’n kringloopeconomie wil exploreren, moet eens kijken bij het Britse initiatief The Great Recovery (dank voor tip @stoutps). Oprichtster Sophie Thomas zegt terecht: afval is en designfout. Misschien moeten de materialen, zoals Walter Stahel suggereert, vele malen duurder worden zodat producenten ze niet zomaar zouden verkopen, maar manieren zouden bedenken om er eigenaar van te blijven.

the-great-recovery-4

the-great-recovery-1

the-great-recovery-3

EMF_Towards_a_Circular_Economy-1

Kringloopeconomie krijgt wind in de zeilen

In een opgemerkt rapport ”Towards the circular economy” breekt de Ellen MacArthur Foundation een lans voor de kringloopeconomie. (De wereldberoemde solo-zeilster Ellen MacArthur werd zich naar eigen zeggen bewust van de problematiek tijdens een zeiltocht om de aarde.) Kort geschetst wil de kringloopeconomie een oplossing bieden aan de grondstofhonger van onze huidige verbruikerseconomie. De kringloopeconomie zet in op recycleren, hergebruiken, herstellen (in wisselende volgorde) en nieuwe diensten om materialen langer in gebruik te houden. Om die transitie waar te maken, is er bij voorbeeld nood aan nieuwe design van producten die hergebruik, herstellen en recycleren eenvoudiger maakt. De producten bevatten als het ware de genetische code voor hun terugkeer in de kringloop na gebruik.

Wasmachine leasen

Concreet kan dit betekenen dat een wasmachine (zie tabel onder) niet langer verkocht wordt maar ge-leased. De producent van de machine is er dan bij gebaat dat de machine langer meegaat, makkelijker kan worden hersteld en eventueel na gebruik gedemonteerd worden voor het hergebruik van de materialen. Bovendien kan de producent er voordeel bij hebben dat detergenten worden gebruikt die zowel goed wassen, als de machine sparen. Het nut van de gebruiker situeert zich meer op dienstniveau: propere kleren. Bovendien bezit de consument niet langer een apparaat dat vroeg of laat moet worden gedumpt.

Eco-effectief

De kringloopeconomie concentreert zich meer op eco-effectiviteit dan eco-efficiëntie. Waar ‘efficiëntie’ vooral de aandacht vestigt op minder materialengebruik, bekijkt een effectiviteitsaanpak eerder hoe een product het doet in de hele kringloop.

Het rapport van de Ellen MacArthur Foundation is een absolute leestip. Wie de tijd niet vindt, kan hieronder door de figuren bladeren.

Stijgende vraag om grondstoffen

Tekort aan recyclage

Kansen met bouwmaterialen

Scherpe prijsstijgingen van grondstoffen

Volatiele grondstofprijzen

Systeemmodel van de kringloopeconomie

Positieve effecten op meerdere niveau’s

Materialen langer in omloop: textiel

Minder materialenverbruik

zeronaut-EMF-kringloopeconomie-009

Illustratie: hergebruik van materialen in mobiele telefoons

Illustratie: hergebruik bij mobiele telefoons

Illustratie: renoveren en opknappen: voertuigen

Illustratie: renoveren en opknappen: voertuigen

Illustratie: leasen van wasmachines

Biologische materialen

Bouwstenen van de kringloopeconomie

Bouwstenen van de kringloopeconomie

Potentieel van kringloopeconomie per industrie

Besparingen van de kringloopeconomie

Invloed op de grondstofprijzen

Effect op tewerkstelling

zeronaut-EMF-kringloopeconomie-021

Product-levenscyclus: zwakke schakels

De hergebruikeconomie

Drivers van de kringloopeconomie

 

samenuitdecrisis

Vijftig Nederlandse wetenschappers richten groene, open brief aan politieke onderhandelaars

Vijftig Nederlandse hoogleraren en een hele reeks maatschappelijke organisaties hebben een open brief gericht aan kabinetonderhandelaars Mark Rutte en Diederik Samsom. Ze stellen dat de enige echte uitweg uit de crisis de economische en maatschappelijke vergroening is. In de brief benadrukken ze de nood aan een transitie naar een circulaire, groene economie. De wetenschapper hameren daarbij op de nood aan visie, strategie, actie én leiderschap. Lees de integrale brief hieronder…

-

Geachte heer Rutte, geachte heer Samsom,

Overal in Europa is vergroening van de economie een belangrijk thema in politiek en samenleving. In de huidige formatie van een nieuw kabinet lijkt de groene economie nauwelijks een rol te spelen. De diepte van de systeemcrisis waar we ons in bevinden noopt echter tot een lange termijn visie op de toekomst van onze economie en samenleving. De transitie naar een groene economie speelt hierin een sleutelrol. In deze context vragen bedrijven, burgers en maatschappelijke organisaties van het nieuwe kabinet een leidende rol. Stimuleren en faciliteren van de groene transitie is ons devies.

Steeds duidelijker wordt dat de enige echte uitweg uit de crisis economische en maatschappelijke vergroening is. De huidige financieel-economische crisis is een systeemcrisis, die geworteld is in de onbegrensde wijze waarop wij produceren en consumeren en de uitputting van natuurlijke hulpbronnen die dat met zich meebrengt. Wij geven geld uit wat er niet is en lenen daarbij voortdurend van de aarde, van volgende generaties en de allerarmsten, maar betalen niet terug. Het moment is bereikt waarop deze ecologische onbalans terugslaat op de economie. Elk jaar verliezen we 3-5 triljoen dollar aan natuurlijk kapitaal, een bedrag groter dan wat de economische crisis ons jaarlijks financieel kost. Ergens in de toekomst moeten we dat terugbetalen, maar we schuiven het voor ons uit. Daarin liggen de kiemen voor de volgende crises: de energiecrisis, grondstoffencrisis en klimaatcrisis. Zonder een transitie naar een groene economie creëren we automatisch de volgende crisis.

Wat verstaan we eigenlijk onder de groene economie? De kern van een nieuwe, groene economie is het schoon en veilig produceren en consumeren van goederen, materialen en energie. ‘Schoon’ betekent dat we geen gebruik maken van fossiele energie (olie, kolen en gas), maar alleen van schone energie, zoals zonne- en windenergie, aardwarmte en bepaalde soorten biobrandstoffen. Een groene economie is circulair, wat betekent dat afval de grondstof vormt voor nieuwe producten: elk onderdeel van elk product is opnieuw bruikbaar of biologisch afbreekbaar. En een groene economie is ‘biobased’, wat wil zeggen dat we geen aardolie meer gebruiken, maar groene grondstoffen op basis van planten en restproducten.

De groene economie maakt nu nog maar een klein onderdeel uit van de reguliere, grijze economie (ca. 1-3%), maar groeit razendsnel. Drijvende kracht achter deze explosieve groei is de ‘clean tech industry’, de schone industrie, die technische innovatie omvat op het gebied van schone energie, chemie, afvalverwerking, watertechnologie en schoon transport. De schone technologie is de snelst groeiende industrie ter wereld en groeit al jaren met zo’n 30% per jaar. China, Amerika en Duitsland zijn de absolute koplopers en investeren tientallen miljarden dollars per jaar in schone technologie. Nederland behoort tot de grijze middenmoot en onderinvesteert met niet meer dan een paar miljard dollar per jaar in schone technologie. Nederland is mondiaal slechts een nichespeler, die gezakt is van nr. 13 naar nr. 15 (onder landen als België en Spanje) op de mondiale ranglijst van landen die substantieel investeren in een schone economie (Roland Berger, 2012).

De conclusie is dat er een nieuwe mondiale economische ordening ontstaat rondom schone technologie en dat Nederland daar nog niet bij aanhaakt. Dat is vooral economisch onverstandig en zorgwekkend. Elke euro investering in de groene economie levert 3 euro op (Plan Bureau voor de Leefomgeving, september 2012), terwijl elke euro investering in de oude, fossiele economie de samenleving 2 euro kost (Nordhaus e.a., 2011).

De enorme potentie. Investeringen in de nieuwe, groene economie renderen significant meer dan in de oude, fossiele economie. Dit hogere rendement vertaalt zich in meer werkgelegenheid, innovatie en economische structuurversterking. De groene economie is een enorme potentiële banenmotor, de verwachting is dat de komende 5 jaar wereldwijd tientallen miljoenen groene banen worden gegenereerd (UNEP, 2011; OESO 2011). Het gaat daarbij niet alleen om groene ‘hardware’ maar ook om groene ‘software’. De groene economie gaat over veel meer dan schone technologie. Het gaat ook om nieuwe groene diensten, consumptiepatronen en leefstijlen in het bijzonder, nieuwe groene instituties; kortom om maatschappelijke vergroening: een cultuuromslag naar een duurzamere samenleving. In productieketens draait meer dan 60% van het beslag op materialen, grondstoffen en energie om het gedrag van de consument. Zonder gedragsverandering van de consument zal de groene economie nooit serieus doorbreken. Ook de indirecte druk die de consument kan uitoefenen op bedrijven en overheden is zeer groot.

Voor Europa is de groene economie ook van cruciaal belang. In potentie zijn zo’n 22 miljoen Europeanen betrokken bij de groene economie. In 2012 vertegenwoordigde de groene economie ca. 1-3% van de werkgelegenheid, in 2020 naar verwachting al 5-10%. Duitsland is in Europa de absolute koploper, met Denemarken als goede tweede. Engeland ontwikkelt zich ook snel, met al 1 miljoen groene banen en 152 miljard groene omzet. Er ontstaat een nieuwe economische orde en veel bedrijven begrijpen dat inmiddels. Het is niet overdreven te stellen dat een bedrijf dat niet actief aan duurzaamheid werkt geen bestaansrecht meer heeft over pakweg 10-15 jaar.

Voor Delta Nederland biedt de groene economie unieke kansen. Wij zijn uitstekend gepositioneerd wat betreft de kennis- en fysieke infrastructuur. We hebben grote havens, hoog ontwikkelde landbouw en agrofood voor de levering van grondstoffen, zeer innovatieve chemische industrie voor de verwerking daarvan tot bioproducten en de logistiek voor de benodigde verbindingen. Nederland kan een nieuwe maak- en kennisindustrie ontwikkelen rondom schone technologie, met als speerpunten: grondstoffenverwerking en –distributie, bioraffinage, klimaatadaptief ontwikkelen, deltatechnologie en land- en tuinbouw, maar ook vergroening van leefstijlen, van de gebouwde omgeving en van steden. Rondom deze nieuwe, schone maakindustrie ontstaat een nieuw type kennisontwikkeling. Broedplaatsen in de vorm van campussen, waar bedrijven en kennisinstellingen gezamenlijk werken aan het ontwikkelen, implementeren en vermarkten van innovatieve kennis voor de schone maakindustrie. Combinaties van leren, werken en ondernemen als ideaal opleidingstraject voor tienduizenden jongeren. De RDM-campus in Rotterdam en het Leerpark Dordrecht zijn hiervan lichtende voorbeelden.

Nederland kan in 10 jaar tijd uitgroeien tot een wereldleider op het gebied van de groene economie. Daarvoor is visie, strategie en actie nodig. En leiderschap. Leiderschap is er al vanuit het bedrijfsleven, met tal van koploperbedrijven. Ook veel wetenschappers benadrukken het belang van economische vergroening in hun plannen voor de zogenaamde topsectoren. Zonder dat daar overigens substantieel extra geld tegenover staat. Veel maatschappelijke organisaties pleitten al jaren voor vergroening van de samenleving. Kortom, men is opvallend eensgezind in het streven om de transitie naar een groene economie te versnellen.

Wat ontbreekt, is een krachtige stimulans en een heldere visie vanuit politiek Den Haag. Wat moet er gebeuren om Nederland tot een groene wereldleider te maken? Wij noemen hier 5 acties als onderdeel van een lange termijn transitieproces:

1. Groen industriebeleid. Een proactief en consistent beleid voor lange termijn dat investeert in de groene maak- en kennisindustrie van de toekomst. Een beleid gericht op systeemvernieuwing en radicale innovatie, met investeringen in kansrijke groene nichesectoren zoals de bio-economie, deltatechnologie en grondstoffenrotonde. Dit vraagt om een regionale visie, vanwege het belang van regionale clustering van bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Een investeringsfonds is nodig om strategisch te investeren in groene innovatie, zoals andere landen als Frankrijk en Duitsland ook al doen. Een belangrijk deel van de FES-gelden zou hiervoor kunnen worden aangewend. Dus geen ouderwetse, defensieve industriepolitiek uit de jaren 70 en 80 waarbij miljarden werden geïnvesteerd in noodlijdende takken die alsnog ten onder gingen, zoals textiel, scheepvaart (RSV) of vliegtuigindustrie (Fokker).

2. Fiscale Vergroening. Een belangrijke voorwaarde voor een groene economie is een hervorming van het belastingsysteem. Ooit begon Nederland als één van de eersten in Europa met het vergroenen van het belastingstelsel, daarna stagneerde dat en nu laten we na de belastingen te differentiëren zodat de groene consument en producent kan profiteren. Fiscale vergroening betekent dat milieubelastende en energieverslindende productie en consumptie sterker worden belast, bijvoorbeeld door het opheffen van de vrijstellingen op belastingen voor energieproducenten (kolen), terwijl energiebesparende en milieuvriendelijke activiteiten, producten en diensten worden gestimuleerd. Het indirect subsidiëren van fossiele brandstoffen via fiscale -, schaal -, en investeringsvoordelen wordt afgeschaft. Arbeid wordt minder fiscaal belast, maar vervuilende consumptie juist meer, bijvoorbeeld in de vorm van hogere belastingen voor vlees. Of het omgekeerde, dat de belasting op het collectief produceren van schone energie wordt afgeschaft, de zogenaamde salderingskwestie.

3. Een minister van energie, grondstoffen en milieu. Duurzame energie en groene grondstoffen vormen de spil van de nieuwe, schone economie. Energie- en grondstoffenbeheer wordt in geopolitiek opzicht steeds belangrijker en is in andere landen al onderdeel van het buitenlands beleid. Nederland ontbeert specifiek beleid om zijn energievoorziening en grondstoffenvoorraad toekomstbestendig te maken. Voor een systeemvernieuwing richting een groene economie is een minister van energie, grondstoffen en milieu van cruciaal belang.

4. Transitieplan voor de energievoorziening. Een radicaal hervormingsplan is nodig met als doelstelling een volledig schone, fossielvrije energievoorziening in 2040. Dit vraagt een jaarlijkse energiebesparing van 3% en een jaarlijkse groei van duurzame energie van 7%. Dit vergt een compleet nieuwe energie-infrastructuur, voor een fors deel geënt op decentrale energieopwekking, een combinatie van zon, wind, warmte en slimme netwerken. De centrale energie-infrastructuur is gestoeld op de circulaire bio-economie, met een cruciale rol voor 2de en 3de generatie biomassa.

5. Een energieneutrale gebouwde omgeving. De gebouwde omgeving kan in 15-20 jaar tijd energieneutraal worden. Alle bestaande woningen, kantoren en scholen kunnen worden vergroend via energiebesparing en duurzame energie (zonne- en windenergie en omgevingswarmte). Daarnaast kunnen daken en gevels worden gebruikt voor energieopwekking, waterberging en fijnstof afvanging. Macro-economisch zitten er aan zo’n megaproject grote voordelen: Dit levert 50.000 banen per jaar op en het vastgoed wordt ca. 5% meer waard. Maar ook micro-economisch zijn de voordelen evident, huurders betalen geen energierekening meer en het economisch rendement voor investeerders is hoog.

Hoogachtend, namens alle ondertekenaars,

Jan Rotmans (Erasmus Universiteit)
Marga Hoek (De Groene Zaak)
Sanne van Keulen (Greenpeace)

Je vindt hier de brief in pdf-versie met de volledige lijst ondertekenaars:

Open publication - Free publishing - More bio-based