Iedereen lijkt het er over eens: Steve Jobs is een halfgod, icoon van een generatie. Had hij er voor gezorgd dat de Apple-toestellen makkelijk konden worden ontmanteld en de materialen ervan hergebruikt, had hij het tot volledige god kunnen schoppen. Uiteindelijk zijn de Apple-innovaties maar half geslaagd. Jobs zou zijn toestellen moeten leasen aan de klanten, in plaats van ze samen met alle verantwoordelijkheid over de materialen over de toonbank te schuiven. Want wie producten ontwerpt moet het hele systeem er rond mee ontwerpen en vormgeven zoals de levenscyclus van een toestel en de recuperatie van de materialen. Elke smartphone die bij het afval belandt, betekent een verlies van topmaterialen. Design is dus ook een beetje systeemdenken. Dat is één van de redenen waarom Phonebloks (lees ook de commentaren onder het artikel) op ‘t eerste zicht zo’n aantrekkelijk concept is. Door het toestel modulair op te bouwen kan je sneller vervangen, ombouwen en upgraden. Maar om een goede oogst van de materialen in de smartphones mogelijk te maken, is de producent misschien nog de best geplaatste om de materialen en onderdelen te recupereren. Wie de designprincipes voor zo’n kringloopeconomie wil exploreren, moet eens kijken bij het Britse initiatief The Great Recovery (dank voor tip @stoutps). Oprichtster Sophie Thomas zegt terecht: afval is en designfout. Misschien moeten de materialen, zoals Walter Stahel suggereert, vele malen duurder worden zodat producenten ze niet zomaar zouden verkopen, maar manieren zouden bedenken om er eigenaar van te blijven.
Tagged with apple
Planned obsolescence: gepland in onbruik geraken
De documentaire ‘Pyramids of Waste: The Lightbulb Conspiracy’ van 2010 geeft inzicht in de geschiedenis van “Planned obsolescence” (excuses voor de dubbel ondertitels). Het is een aanrader voor al wie wil begrijpen welke tactieken productontwikkelaars gebruiken om meer producten te verkopen. Ieder van ons heeft al in een winkel gestaan met de vraag om een herstelling en daarop het antwoord gekregen: “ge kunt beter een nieuwe kopen”. Dat is geen toevallige bijwerking van het betaalbaar houden van massaproductie, maar een strategie om consumenten aan te vuren (herstelbare) spullen te vervangen door nieuwe. Vandaag is de problematiek sterk gelinkt aan stromen van e-waste (zie twee infografieken onder).
IBM is van start gegaan met een programma om haar eigen e-waste te recycleren om de bronmaterialen te hergebruiken in nieuwe producten. Greenbiz.com bericht er over en geeft in één ruk nog twee voorbeelden van “planned obsolescence”:
On the circuit board of a Samsung television set, for example, the condensers, sensitive to high temperatures, are soldered right next to a heat sink. “Why did Samsung put them here, even though there is room at the other end of the board?” asked Swiss repairman Felice Suglia in a recent interview with Worldcrunch.
Apple, meanwhile, is currently mired in a legal battle in Brazil over whether it intentionally withheld existing technology from its third-generation iPad so that it could release a newer model seven months later that consumers would feel pressured to buy.
Wachten op een industrie van consumptiegoederen die zichzelf reguleert is wachten op Godot. Wanneer maken de wetgevers hier komaf mee?
Fietser felbegeerd als marketingplatform
De fiets groeit meer en meer uit tot het symbool van de duurzame stad, vergroening, de strijd tegen klimaatverandering, … en dan is ook marketeers niet ontgaan. Niet verwonderlijk dus dat onze trouwe tweewielers meer en meer opgejaagd wild worden van bedrijven en organisaties die maar al te graag geassocieerd willen worden met de duurzame beweging.

Mooi voorbeeld zijn de bike sharing projecten. Veel steden gebruiken de gedeelde fietsen niet alleen als onderdeel van hun mobiliteitsplan, maar pakken er maar al te graag mee uit als city marketing tool. Spijtig genoeg is de installatiekost vrij hoog, maar geen nood! Corporate sponsors staan klaar om - mits wat logo’s links en rechts - bij te passen. Recentste voorbeeld is te vinden in New York, waar Citibank 41 miljoen dollar neertelde voor een vijfjarig contract. Vijf jaar zullen er nu 10.000 ‘Citibikes’ doorheen de stad zoeven, allemaal uithangborden voor hun groene weldoener.
Toch zijn er ook andere manieren om de fiets in te zetten om het groene imago van je bedrijf wat glans te geven. Zo hebben Google en Apple een uitgebreide ‘bike fleet’ die door werknemers gebruikt wordt om tussen de verschillende campussen te fietsen. Ook in België zijn er bedrijven die met dit concept spelen (o.a. Colruyt, Sanoma, …). Of je kan je klanten belonen door gewoon fietsen weg te geven. Liefst dan wel zo origineel mogelijk, zoals Virgin Mobile deed in Australië. Zij organiseerden een nationale schattenjacht waarbij je fietsen kon opspeuren.
Fietsen zijn dus big business en fietsproducenten proberen dan ook handig in te pikken op de groene trends. Papillionaire is een Australische firma die klassieke Hollandse fietsen maakt, maar zich via de ‘corporate bike fleet’-fenomeen handig weet te verkopen. Kortom de fiets is niet langer een gebruiksvoorwerp en een symbool voor de groene samenleving, maar ook een marketing (of greenwash) methode geworden voor tal van organisaties. Fiets en fietser worden dus bewegende reclameborden.




