"Fairies Forest (Firefly)", Yume ©

Biomimicry voor managers

"Fairies Forest (Firefly)", Yume ©

“Fairies Forest (Firefly)”, Yume ©

‘t Valt niet op maar de natuur is zowat elk jaar ‘manager van het jaar’. Managers kunnen namelijk heel wat leren van de organisatieprincipes van de natuur. Biomimicry voor managers dus.

Biomimicry is een opkomende discipline waarbij bestudeerd wordt hoe de natuur problemen oplost en hoe deze inzichten toegepast kunnen worden als antwoord op de duurzaamheidsvraagstukken die in onze samenleving leven. Dus niet leren over de natuur, maar leren van de natuur. Of met andere woorden, de natuur als mentor beschouwen en niet als subject. De natuur is immers een waardevolle bibliotheek van duurzaamheidsoplossingen. Denk maar aan hoe de natuur zonlicht efficiënt in energie omzet, afkoelt zonder airco, kleur geeft zonder verf, kleeft zonder lijm, en schoonmaakt zonder detergenten. De meeste toepassingen van biomimicry richten zich dus op het omdenken van processen en producten (design). Er valt echter ook heel wat te leren over de manier waarop de natuur zichzelf organiseert.

1. Een vruchtbare bodem doet floreren

De interne cultuur van een organisatie is de ‘bodem’ voor het extern succes: een rijk en veerkrachtig ecosysteem bouwt namelijk voort op een vruchtbare bodem. Een constructieve, aangename, plezierige, transparante en respectvolle interne bedrijfscultuur zorgt voor meer gemotiveerde werknemers, een hogere creativiteit, een hoger zelfoplossend/zelfherstellend vermogen en aantrekking van meer talent. Deze factoren zijn essentieel voor succes.

2. Elk element op de juiste plaats

De natuur organiseert haar elementen zodanig in functie van tijd en plaats dat het geheel van de elementen steeds meer is dan de som van de onderdelen. De focus ligt hierbij op het stimuleren van samenwerking tussen de verschillende onderdelen. Coöperatie, niet competitie, doet bossen groeien. Vertalen we dit principe naar de bedrijfswereld dan komt het er op neer om te zorgen dat de werknemers over de juiste competenties beschikken voor de functie die ze uitvoeren.

De praktijk leert ons dat er veel te weinig stil wordt gestaan bij welk soort competenties nodig zijn voor welk soort werk. Vaardigheden zijn namelijk niet intrinsiek verbonden aan het behaald diploma. Jammer genoeg lopen er nog steeds veel dingen mis omdat de verkeerde vaardigheden worden ingezet op de verkeerde plaats.

Als in de natuur een element op een verkeerde plaats staat, verziekt de omgeving: gezondheid en rijkdom nemen af. Zo weet elke tuinier dat aardappelen en tomaten best niet dicht bij elkaar worden geplant want ze beïnvloeden elkaar nadelig. Kenmerkend voor een ziek (eco)systeem is bijgevolg dat de samenwerking faalt. Een betere match tussen talent en functie/positie geënt op het stimuleren van samenwerking is bijgevolg bevorderlijk voor het succes van de organisatie.

3. Geen monoculturen maar diversiteit

Monoculturen zijn gericht op maximalisatie van de opbrengt. Monoculturen zijn echter grotendeels afhankelijk van stabiele omstandigheden. Denk maar aan hoe de invloed van onverwachte weersomstandigheden (droogte, overvloedige regen, hagel, storm) de oogst van landbouwgewassen significant kan doen verminderen of zelfs geheel doen mislukken. Monoculturen zijn dus niet goed aangepast om met dergelijke onverwachte omstandigheden (crisissen) om te gaan. Ze zijn weinig veerkrachtig.

De natuur is georganiseerd op een wijze die gericht is op diversiteit. Dankzij de diversiteit in elementen en functies kan de natuur adaptief omgaan met verrassingen of schokken. Wat zien we echter in de praktijk in het bedrijfsleven? De meeste organisaties zoeken mensen met ervaring in de sector en diploma’s binnen haar domein. In andere woorden, vele bedrijven van vandaag zijn georganiseerd als monoculturen waarbij de maximalisatie van de korte termijnwinst leidend is. Dit brengt ook met zich mee dat deze organisaties weinig adaptief en veerkrachtig zijn ten aanzien van crisissen en dit is niet altijd gunstig voor de overleving van het bedrijf op de lange termijn.

Proactief mensen aanwerven met een diploma buiten het domein en met ervaring buiten de sector kan een organisatie op verschillende manieren verrijken: deze mensen werpen een nieuw perspectief op het gangbaar denken en handelen, leggen vaak sneller knelpunten bloot, kunnen bruggen bouwen naar andere domeinen/sectoren en zijn vaak beter in staat om nieuwe opportuniteiten te identificeren. Een belangrijke tip voor organisaties is dus: vis eens buiten de gangbare vijver en geef de witte raven voldoende ruimte om kruisverbanden te identificeren en kruisbestuivingen te stimuleren.

Tijdsas geschiedenis aarde

Biomimicry: geniale designs van de natuur imiteren

Tijdsas geschiedenis aarde

Bekijk onze samenleving eens vanuit dit geologische perspectief. Heeft dit impact op onze definitie van ‘wijs(heid)’?

We botsen op onze economische, sociale en ecologische grenzen. Onze maatschappij staat bijgevolg voor een enorme uitdaging: hoe organiseren we de transitie naar een duurzame samenleving? Een mooi synoniem van duurzaam is ‘volhoudbaar’: een systeem dat in de tijd oneindig kan blijven voortbestaan. Een volhoudbaar systeem is een systeem dat geen afval produceert, waarbij grondstoffen in kringlopen zitten en dus niet uitgeput geraken. Het is een adaptief, divers en veerkrachtig systeem dat mee evolueert met de dynamiek van verandering en oogst uit rijkdom, niet uit schaarste.

Albert Einstein, één van de belangrijkste natuurkundigen uit de geschiedenis zei ooit het volgende: “The world will not evolve past its current state of crisis by using the same thinking that created the situation”. Deze uitspraak is nu meer relevant dan ooit. De boodschap achter deze uitspraak echter, dringt maar zelden door. Waar we vandaag nood aan hebben zijn nieuwe denkwijzen en nieuwe werkwijzen. Deze kunnen echter alleen tot stand komen wanneer we met een nieuwe bril naar de werkelijkheid kijken.

Een opkomende discipline binnen de duurzaamheidswetenschap die het principe van nieuwe denk- en werkwijzen toepast, is ‘biomimicry’. Biomimicry bestudeert natuurlijke ontwerpen en vertaalt en imiteert deze vormen, processen en systemen in oplossingen die de huidige maatschappelijke problemen sneller, slimmer en schoner oplossen. Alle organismen die ons omringen hebben immers reeds gevonden wat werkt, wat geschikt is en wat kan blijven voortbestaan in een milieu met beperkte grondstoffen. Zie http://biomimicry.net/about/biomimicry38/institute/ voor meer info.

In Amerika, Groot Brittannië, Duitsland en Frankrijk wordt deze nieuwe discipline geïntegreerd in verschillende academische opleidingen. Ook in ons buurland Nederland wordt er onderzocht hoe biomimicry en kringloopdenken educatie kan verrijken. Zie http://www.opai.eu/2013/03/ecologie-van-economie/ecologie-van-de-economie/. In Belgische universiteiten blijkt dit onderwerp vooral uit te blinken in afwezigheid. Aangezien leidinggevende bedrijven zoals Boeing, Nike, Johnson & Johnson, Procter & Gamble, Kraft, Hewlett-Packard en NASA biomimicry gebruiken om hun innovatie te stimuleren en superieure producten te ontwikkelen, is het misschien stil aan tijd om onze academische opleidingen te verrijken met nieuwe ziens- en werkwijzen zoals biomimicry?

Mier

Duurzame ondernemingen durven zelf-concurrentie aan

Mier

Zolang we onderneming bekijken als doelgerichte organisaties (zie mijn vorige post), blijven we in een onduurzaam systeem hangen. Een duurzame organisatie streeft er naar haar bestaansreden op zo’n manier in te vullen dat ze zichzelf uiteindelijk overbodig maakt. Een bedrijf dat bijvoorbeeld streeft naar drinkbaar water voor iedereen, streeft niet naar een goedkoop product om water te filteren, maar naar zuiver water waarvoor geen filter meer nodig is. Een onderneming gaat dan ook met zichzelf de concurrentie aan. Een organisatie op deze manier vormgeven vraagt meer dan de juiste mensen, het vraagt ook een andere bedrijfsstrategie.

Niemand kan de toekomst voorspellen…

Mensen zijn enorm slecht in dingen plannen. We slagen er niet in om 1 dag te plannen zonder meetings of deadlines te verschuiven, maar we verwachtten dat een 5-jaren planning wel zou lukken. Veel bedrijven stellen een meerjarenplan op en houden hier ofwel erg sterk aan vast, waardoor ze na uitvoering meestal hopeloos achterlopen op de markt, ofwel veranderen ze constant van richting om mee te blijven, waardoor ze als stuurloos ervaren worden (vooral door werknemers die bij elke bocht van hun werkgever weer alles moeten omgooien). Niemand kan de toekomst voorspellen, het is dus absurd dat we dit van een onderneming verwachten.

Wollige doelstellingen toegelaten

Toegeven dat je de markt niet controleert en stuurt kan overkomen alsof je niet weet waar je mee bezig bent. Dit is vooral omdat lange-termijn doelstellingen vaak verward worden met lange-termijn planning. Lange-termijn doelstellingen mogen initieel nog vaag en wollig overkomen, je hebt immers nog 5 jaar om ze verder vorm te geven. Zet je doel uit, communiceer het en start met kleine, korte-termijn projecten om tot dat doel te komen. Deze aanpak zal finaal leiden tot een “emergent strategy”, een opkomende strategie die al doende vorm krijgt.

De traditionele, bewuste strategie is doelgericht, ze vraagt “Wat willen we bereiken?”. Een opkomende strategie is middelen-gericht, “Wat is er momenteel mogelijk met de middelen die we hebben”.

Organische cultuur

Opkomende strategieën worden niet top-down aangestuurd, ze komen vanuit verschillende hoeken van de organisatie samen ter ondersteuning van een groter ideaal of doelstelling. Deze strategie verandert de organisatie non-stop van binnenuit en speelt in op de aanwezige sterktes. Het is een organische aanpak die bedrijven de ruimte geeft te leren en nieuwe strategieën uit te bouwen in een cultuur van visie en experiment.

Strategie door experiment

Een opkomende of emergente strategie vereist dat een organisatie steeds nieuwe hypotheses bedenkt en test in kleinschalige experiment-opstellingen. Het slagen of falen van deze experimenten zal leiden tot een strategie die als voedingsbodem kan dienen voor een innovatieve bedrijfscultuur. Naast een erg divers publiek (diversiteit is de beste voedingsbodem voor creativiteit) is ook de manier waarop experimenten aangepakt worden erg belangrijk.

Hoe mieren verhuizen

Het is cruciaal dat experimenten op een organische manier gevormd en opgeschaald worden. Een experiment wordt niet succesvol omdat een raad van bestuur dat zegt, maar omdat het een draagvlak heeft. Deze aanpak is erg vergelijkbaar met hoe mieren verhuizen:

Als mieren een nieuw nest nodig hebben, zullen verschillende verkenners op zoek gaan naar een geschikte locatie. Als een verkenner zo’n locatie ontdekt, zal hij, na grondige evaluatie, terugkeren naar de oude kolonie en een andere mier meenemen om de locatie te bekijken. De gerekruteerde mier maakt op zijn beurt zelf een evaluatie van de site en zal nadien, als ze de locatie geschikt acht, ook mieren meenemen.

Het aantal mieren zal op deze manier stelselmatig aangroeien tot een kantelpunt bereikt wordt. Eens voldoende mieren zullen de verkenners stoppen met rekruteren en overgebleven mieren naar de nieuwe locatie transporteren tot de hele kolonie op de nieuwe locatie aangekomen is. Op deze manier kan een mierenkolonie zonder gecentraliseerde autoriteit en zich enkel baserend op lokale informatie de best mogelijke site vinden en de hele kolonie verhuizen in slechts een paar uur.

DWYSYWD

Een bedrijfscultuur is het gevolg van authenticiteit. Een cultuur in een bedrijf is het gevolg van hoe mensen zich (mogen) gedragen, de vrijheden die gegeven worden en bovenal of er op een consequente manier wordt omgegaan met de visie van het bedrijf. Zoals Steve Farber het mooi verwoorde: Do What You Say You Will Do (DWYSYWD). Als je als zaakvoerder van een “duurzame” organisatie rondrijdt in een SUV, kan je niet van je werknemers verwachtten dat ze vol overtuiging jouw boodschap uitdragen.

Foto: Alden Goodman