Mier

Zolang we onderneming bekijken als doelgerichte organisaties (zie mijn vorige post), blijven we in een onduurzaam systeem hangen. Een duurzame organisatie streeft er naar haar bestaansreden op zo’n manier in te vullen dat ze zichzelf uiteindelijk overbodig maakt. Een bedrijf dat bijvoorbeeld streeft naar drinkbaar water voor iedereen, streeft niet naar een goedkoop product om water te filteren, maar naar zuiver water waarvoor geen filter meer nodig is. Een onderneming gaat dan ook met zichzelf de concurrentie aan. Een organisatie op deze manier vormgeven vraagt meer dan de juiste mensen, het vraagt ook een andere bedrijfsstrategie.

Niemand kan de toekomst voorspellen…

Mensen zijn enorm slecht in dingen plannen. We slagen er niet in om 1 dag te plannen zonder meetings of deadlines te verschuiven, maar we verwachtten dat een 5-jaren planning wel zou lukken. Veel bedrijven stellen een meerjarenplan op en houden hier ofwel erg sterk aan vast, waardoor ze na uitvoering meestal hopeloos achterlopen op de markt, ofwel veranderen ze constant van richting om mee te blijven, waardoor ze als stuurloos ervaren worden (vooral door werknemers die bij elke bocht van hun werkgever weer alles moeten omgooien). Niemand kan de toekomst voorspellen, het is dus absurd dat we dit van een onderneming verwachten.

Wollige doelstellingen toegelaten

Toegeven dat je de markt niet controleert en stuurt kan overkomen alsof je niet weet waar je mee bezig bent. Dit is vooral omdat lange-termijn doelstellingen vaak verward worden met lange-termijn planning. Lange-termijn doelstellingen mogen initieel nog vaag en wollig overkomen, je hebt immers nog 5 jaar om ze verder vorm te geven. Zet je doel uit, communiceer het en start met kleine, korte-termijn projecten om tot dat doel te komen. Deze aanpak zal finaal leiden tot een “emergent strategy”, een opkomende strategie die al doende vorm krijgt.

De traditionele, bewuste strategie is doelgericht, ze vraagt “Wat willen we bereiken?”. Een opkomende strategie is middelen-gericht, “Wat is er momenteel mogelijk met de middelen die we hebben”.

Organische cultuur

Opkomende strategieën worden niet top-down aangestuurd, ze komen vanuit verschillende hoeken van de organisatie samen ter ondersteuning van een groter ideaal of doelstelling. Deze strategie verandert de organisatie non-stop van binnenuit en speelt in op de aanwezige sterktes. Het is een organische aanpak die bedrijven de ruimte geeft te leren en nieuwe strategieën uit te bouwen in een cultuur van visie en experiment.

Strategie door experiment

Een opkomende of emergente strategie vereist dat een organisatie steeds nieuwe hypotheses bedenkt en test in kleinschalige experiment-opstellingen. Het slagen of falen van deze experimenten zal leiden tot een strategie die als voedingsbodem kan dienen voor een innovatieve bedrijfscultuur. Naast een erg divers publiek (diversiteit is de beste voedingsbodem voor creativiteit) is ook de manier waarop experimenten aangepakt worden erg belangrijk.

Hoe mieren verhuizen

Het is cruciaal dat experimenten op een organische manier gevormd en opgeschaald worden. Een experiment wordt niet succesvol omdat een raad van bestuur dat zegt, maar omdat het een draagvlak heeft. Deze aanpak is erg vergelijkbaar met hoe mieren verhuizen:

Als mieren een nieuw nest nodig hebben, zullen verschillende verkenners op zoek gaan naar een geschikte locatie. Als een verkenner zo’n locatie ontdekt, zal hij, na grondige evaluatie, terugkeren naar de oude kolonie en een andere mier meenemen om de locatie te bekijken. De gerekruteerde mier maakt op zijn beurt zelf een evaluatie van de site en zal nadien, als ze de locatie geschikt acht, ook mieren meenemen.

Het aantal mieren zal op deze manier stelselmatig aangroeien tot een kantelpunt bereikt wordt. Eens voldoende mieren zullen de verkenners stoppen met rekruteren en overgebleven mieren naar de nieuwe locatie transporteren tot de hele kolonie op de nieuwe locatie aangekomen is. Op deze manier kan een mierenkolonie zonder gecentraliseerde autoriteit en zich enkel baserend op lokale informatie de best mogelijke site vinden en de hele kolonie verhuizen in slechts een paar uur.

DWYSYWD

Een bedrijfscultuur is het gevolg van authenticiteit. Een cultuur in een bedrijf is het gevolg van hoe mensen zich (mogen) gedragen, de vrijheden die gegeven worden en bovenal of er op een consequente manier wordt omgegaan met de visie van het bedrijf. Zoals Steve Farber het mooi verwoorde: Do What You Say You Will Do (DWYSYWD). Als je als zaakvoerder van een “duurzame” organisatie rondrijdt in een SUV, kan je niet van je werknemers verwachtten dat ze vol overtuiging jouw boodschap uitdragen.

Foto: Alden Goodman

  • Dirk de Wit

    Hoe moet ik de stellingname ‘een duurzam organisatie streeft er naar haar bestaansreden op zo’n manier in te vullen dat ze zichzelf uiteindelijk overbodig maakt’ begrijpen? Als de ideaal uitgevoerde status quo het doel is, heb je gelijk. Maar wij willen ook ontwikkelen, verder komen. Een drive die nooit ophoudt. Daarnaast lijk je met twee meningen te spelen: enerzijds dat we af moeten van de doelgerichte organisatie en dat deze niet duurzaam is, maar verder op in je artikel leg je wel uit hoe een doelgerichte organisatie moet werken.

    En juist met het stellen van doelen kun je innovatie en groei bereiken. Neem ik mijn middelen als uitgangspunt, dan zal ik niet meer groeien. Neem ik een doel dat verder ligt dan mijn huidige mogelijkheden, dan groei ik wel. En juist dan ontstaat er beweging, creativiteit en out-of-the-box-denken. Dit neemt niet weg dat de opkomende strategie waardeloos is: iedere alternatieve visie voegt iets toe en speelt vaak in op zwaktes van andere visies.

    • http://keepthegame.wordpress.com/ Jan Leyssens

      Dag Dirk, dankjewel voor je reply.

      Het hele concept van zelf-concurrentie is iets waar ik zelf nog mee aan het worstelen ben in een ondernemings-context, dus pasklare antwoorden heb ik tot op heden nog niet. Hieronder een poging om, tot bepaalde hoogte, je opmerkingen wat te kaderen.

      De stelling dat een duurzaam bedrijf zichzelf overbodig probeert te maken vertrekt vanuit een purpose-driven (een goede NL-talige vertaling is er nog niet) mindset. Een onderneming als vehikel om een bepaalde maatschappelijke nood in te vullen. In een volgende post op deze blog tracht ik het concept beter te kaderen, maar ik zou al op een aantal zaken dieper willen ingaan:

      - er is een verschil tussen doelgericht werken op product/dienst-niveau en doelgericht werken op maatschappelijke meerwaarde niveau. Een onderneming die zich toelicht op product- of dienstinnovatie is zelden in staat om het doel waar ze naar streeft echt in te vullen. Een voorbeeldje: een farmaceutisch bedrijf dat medicijnen voor suikerziekte produceert heeft finaal niet tot doel suikerziekte de wereld uit te helpen, maar suikerziekte te controleren. Een bedrijf dat zich inzet om mensen beter te leren leven, gezond te eten enzovoort, heeft eerder tot doel om suikerziekte weg te werken. Hoe je hier als onderneming mee om kan gaan is ook voor mij nog een grote vraag, ik zie erg veel in ondernemingen als tijdelijke structuren die erg projectmatig te werk gaan, maar een echt goede theorie daaromtrent heb ik nog niet.

      - Je opmerking over doelgerichtheid is dus correct, een onderneming moet zich ervan bewust zijn waarom ze bestaat (haar doel) en hoe ze dat doel best invult. De waarom mag (in mijn ogen) alleen niet overschaduwt of gedirigeerd worden door wat je doet als onderneming (en vandaar dus van mijn kant uit een voorkeur van emergente strategie in plaats van werken via roadmaps ed.).

      - Wat betreft creativiteit volg ik je niet helemaal. In mijn ervaring lijken vooral grenzen creativiteit te stimuleren. Daarbij is systeemdenken belangrijker dan out-of-the-box denken. Ik heb nog maar zelden echt innovatieve zaken uit een visietekst zien verschijnen. Ik heb al een aantal optimalisaties zien komen, maar echte vernieuwing werkt volgens mij zo niet.

      Ik vrees sowieso dat mensen niet goed zijn in lange-termijn denken. Mij lijkt het beter om het systeem proberen te vatten en dan korte-termijn projecten daarin uit te werken. Als iedereen binnen zo’n systeem erkent dat elke vernieuwing een vervaldatum heeft, bestaat de kans dat we bepaalde producten niet nodeloos blijven verbeteren. Een product of dienst dat vroeger meerwaarde had en nu niet meer, wordt misschien beter afgeschaft dan geupdate tot een nieuwe versie.

      Ik hoop dat dit wat meer duidelijkheid geeft over wat ik bedoel met zelf-concurrentie of de tijdelijkheid van ondernemingen. Het is een idee waar ik zelf ook niet uitben wat het nu echt betekent (als het überhaupt al iets betekent), maar ik denk dat het belangrijk is dat we duurzaamheid verder proberen vorm te geven dan puur de output van een systeem. Echte duurzaamheid moet ingebed worden in de eigenheid van elk systeem.

      Dankjewel voor je feedback en aarzel zeker niet om te reageren als je het niet eens bent met bepaalde stellingen, het zijn dit type discussies die ideeën versterken.

      Met vriendelijke groet,
      Jan