Tagarchief: The Blue Economy

MOMA-NYC

Gunter Pauli: “In een bos is niemand werkloos”

Gunter Pauli, bekend van zijn werk The Blue Economy, gaf op 9 mei 2014 een lezing in Antwerpen tijdens een avond georganiseerd door Willem-Frederik Schiltz (Open Vld). Pauli is de moderne homo universalis, bedreven in duurzaam ondernemerschap en pionier van de circulaire economie, een prototype Zeronaut.

Gunter-PauliPauli‘s succes begint bij het mee bouwen aan de eerste ecologische fabriek ter wereld voor Ecover in Malle. Er waren veel pogingen ondernomen om Pauli in de politiek te krijgen maar hij besloot zijn energie in de bedrijfswereld te steken. Dit ging niet vanzelf, want Pauli werd als een vreemde eend in de markt gezien. Er was weinig steun voor zijn nieuwe, duurzame benadering voor fast moving consumer goods. Daarnaast botste hij, net als elk startend ondernemer, op financieringsproblemen. Hij speelde hier verstandig op in door multiple cashflows te creëren. Op deze manier verlegde hij, naar eigen zeggen, de grenzen van de markt. Pauli is niet bang van nieuwe spelregels en stelt dat wij meer durvers in onze maatschappij nodig hebben. “Concurreren op de markt met nieuwe concepten die zo gedurfd zijn dat markt regels moeten wijzigen!” aldus Pauli.

Duurzaam is duur

Een andere stelling die Pauli innam tijdens zijn lezing was dat duurzaam te duur is. Groen heeft zijn prijs en het zijn enkel de rijken die het zich kunnen permitteren. Zijn concept heet dan ook niet voor niks “De Blauwe Economie“. Door niet te concurreren op de kost, maar op de meerwaarde, kan het duurzame betaalbaar worden en blijft de winst circuleren in de lokale economie. Op deze manier kan men het burgerschap aanzwengelen en ontstaat er een sterke community-gevoel. Het beste voorbeeld hiervan is het Spaanse El Hierro. Dit Canarisch eiland zal binnenkort volledig zelfvoorzienend zijn met enkel wind- en waterenergie. Door moderne technologie en industriële intelligentie is er volgens Pauli nood aan een nieuwe vormgeving van de economie.

“Lokaal doen!”

Pauli spreekt in deze context over het belang van ‘wetenschappelijk toerisme’. Zulke succesverhalen zijn enkel mogelijk in het buitenland, want daar zijn geen verplichte haalbaarheidsstudies en geen pilootprojecten. “Gewoon lokaal doen!”. Binnen de Europese Unie wordt er teveel gefocust op problemen en heeft men weinig oog voor opportuniteiten. “Verandering komt altijd in de periferie”, luidt zijn mening. In de Westerse wereld zijn er teveel betuttelende regeltjes waardoor opportuniteiten wegkwijnen.

Fabels voor kinderen

Daarnaast blijft het grote probleem dat de taal die wetenschappers en politiekers onderling spreken, niet te begrijpen is voor de burger. Pauli besloot daarom over elk succesverhaal een kinderfabel te schrijven. Zijn projecten worden stuk voor stuk op een simpele en inspirerende manier neergepend. Zo kunnen kinderen, maar ook volwassenen, eenvoudig leren over hoe het ook anders kan. Pauli gelooft in het belang van educatie en volgens hem ligt de verzuiling aan de bron van de huidige crisis in het onderwijssysteem.

“Natuur is mijn meester”

Pauli eindigde zijn lezing met een onuitgesproken pleidooi voor biomimicry. Hij verklaarde de natuur als zijn grootste leermeester en het beste voorbeeld van een circulaire economie. Het uiteindelijke doel is volgens Pauli steeds volledige tewerkstelling en in een bos is niemand werkloos.

Anne-Tanne-Serres-Laken

In ecologische cluster winnen leden elkaars afvalstromen

Anne-Tanne-Serres-Laken

In een ecologische cluster, ook industriële symbiose genoemd, winnen de leden elkaars afval- en reststromen. Zo wordt het gebruikt koffiegruis van vandaag, jouw t-shirt morgen.

Een artikel met als titel: ‘Noels haalt koninklijk vastgoed uit rode cijfers’ in De Standaard, trok deze week mijn aandacht. Niet zozeer het feit dat het koninklijk patrimonium voor het eerst in lange tijd geld heeft opgebracht in plaats van gekost, maar eerder de milieuvriendelijke oplossing die werd voorgesteld. Zo bleek uit een audit van het koninklijk vastgoed dat de serres van Laken één van de grootste energievreters zijn. In plaats van de serre als probleem op zich te beschouwen en het bijvoorbeeld te isoleren werd in de omgeving van het kasteel naar mogelijke synergiën gezocht. Nader onderzoek wees uit dat het warm water afkomstig van de naburige verbrandingsoven in Vilvoorde zomaar gedumpt werd in het kanaal. Op aansturen van Geert Noels zorgt een eenvoudige herbestemming van dat afvalwater voor de verwarming van voornoemde serres. Luidt dit een nieuw tijdperk in waarbij er gebroken wordt met de reductionistische aanpak van weleer? Ik kan u alvast verklappen dat Geert Noels het warm water niet heruitgevonden heeft. In de wetenschappelijke literatuur lijkt deze aanpak al een tijdje bestudeerd te worden. Het proces waarbij niet gerelateerde bedrijven (in dit geval de serres van Laken en de verbrandingsoven van Vilvoorde) onderling een uitwisseling van afvalstromen realiseren wordt aangeduid met de term ‘industriële symbiose’ of ‘ecologisch clusteren’.

Kalundborg

De meest spraakmakende testcase dateert al van 1972, toen in het Deense stadje Kalundborg een industriële site werd omgevormd in een ‘ecologische cluster’. Hoofdrolspelers in dit netwerk zijn: één energiecentrale, één olieraffinaderij, één chemisch bedrijf, één gipsplatenfabrikant en de communale water- en elektriciteitsmaatschappij van de gemeenschap Kalundborg. Voorts strekt het netwerk zich ook uit tot de omliggende boerderijen en viskwekerijen. Deze actoren vormen samen een autopoietisch web waarin er afval-, energie-, water- en warmtestromen, die als nevenproducten van hun industriële processen worden aanschouwd, met elkaar uitgewisseld worden. Deze samenwerking leidt tot een reductie van 20.000 ton stookolie waardoor de gezamenlijke CO2-uitstoot met 64.460 ton naar beneden tuimelt. Op economisch vlak leveren de synergiën voor de groep een besparing op van 11,2 miljoen € per jaar. Volgend filmpje vat het samen:

Op het kruispunt van problemen

Dit concept wordt ook naar voor geschoven door Gunter Pauli, auteur van het boek ‘The Blue Economy’. Tijdens zijn workshops ‘Scan, Screen & Implement’ legt hij uit hoe men de omgeving moet scannen naar opportuniteiten. Hij vertelt dat wanneer men geconfronteerd wordt met één probleem de eerste stap naar een oplossing erin bestaat om in de omgeving naar meer problemen op zoek te gaan. De oplossing ligt dan tussen de kruispunten van deze niet gerelateerde problemen. Om dit concept uit te leggen, gebruikt hij veelal het voorbeeld van koffieafval. Het zwart goedje in onze kop koffie vertegenwoordigt maar 0,02% van de koffieboon. Dit betekent dat 99,98% van de oorspronkelijke koffieboon als afval wordt verbrand of naar stortplaatsen wordt verscheept. Als je bedenkt dat de wereldproductie koffiebonen neerkomt op gemiddeld 8 miljoen ton per jaar is de resulterende afvalberg duizelingwekkend. Hieronder vind je een figuur terug die enkele van de huidige en toekomstige maatschappelijke problemen, naast die van het afval, als knooppunten voorstelt.

Ecologische-Clusters-Christophe-Vercarre

Zwam op koffiekweek

Het hoofdprobleem in deze casestudy is dus koffieafval. De meest conventionele manier om van koffieafval af te geraken, is om het simpelweg te verbranden, wat de nodige CO2-uitstoot veroorzaakt. Indien we de overige maatschappelijke problemen mee in het plaatje nemen, lijken er opportuniteiten te ontstaan. Koffieafval wordt niet meer als een probleem aanschouwt, maar eerder als een ‘means to an end’. Koffie blijkt heel wat biologische als industriële toepassingen te herbergen. Het was Professor Shuting Chang van de Chinese Universiteit van Hong-Kong die als eerste het gebruik van koffieprut als kweekbodem voor zwammen wetenschappelijk heeft bewezen. Koffieafval leent zich uitstekend tot het kweken van bv oesterzwammen waarbij deze tijdens het groeiproces de cafeïne uit de bodem filteren. Na het oogsten van de paddenstoelen kan de overblijvende kweekbodem, die overigens rijk aan proteïnen is, als veevoeder dienen. Op die manier ontstaat een biologische kringloop waarbij het koffieafval nu eerder als grondstof wordt behandeld in plaats van ongewenst nevenproduct.

Koffieshirt

Koffieafval heeft ook in de textielindustrie toepassingen gevonden. In Taiwan is het bedrijf Singtex er namelijk in geslaagd om de koolstofvezels in koffieafval, afkomstig van Starbucks en 7-eleven, in textiel te verwerken. Deze vezels worden dan in combinatie met polymeren (uit gerecycleerd plastiek) in kledij en schoenen verwerkt. De koffieafval van 1 kop koffie zou al genoeg zijn voor enkele T-shirts. Heel wat bekende merken zoals Patagonia en Timberlands zijn al op de kar gesprongen en pakten een tijdje geleden al uit met de reclameslogan: ‘Drink it, Wear it’.

Bovenstaand voorbeeld toont aan dat éénmaal we bepaalde afvalstromen vanuit een ruimere invalshoek benaderen er zich heel wat opportuniteiten aandienen.

Bronnen:

  • ‘Noels haalt koninklijk vastgoed uit rode cijfers’ De Standaard 13 November
  • Domenech, T.; Davies M., 2011. Structure and morphology of industrial symbiosis networks: The case of Kalundborg. Procedia Social and Behavioral Sciences 10 79-89
  • Gunter Pauli. 2010. Pulp To Protein Case
  • O’Connell S. July 2009 Clothes made from coffee satisfy eco-friendly fitness fans. The Guardian

Foto: AnneTanne