Tagarchief: Patagonia

Anne-Tanne-Serres-Laken

In ecologische cluster winnen leden elkaars afvalstromen

Anne-Tanne-Serres-Laken

In een ecologische cluster, ook industriële symbiose genoemd, winnen de leden elkaars afval- en reststromen. Zo wordt het gebruikt koffiegruis van vandaag, jouw t-shirt morgen.

Een artikel met als titel: ‘Noels haalt koninklijk vastgoed uit rode cijfers’ in De Standaard, trok deze week mijn aandacht. Niet zozeer het feit dat het koninklijk patrimonium voor het eerst in lange tijd geld heeft opgebracht in plaats van gekost, maar eerder de milieuvriendelijke oplossing die werd voorgesteld. Zo bleek uit een audit van het koninklijk vastgoed dat de serres van Laken één van de grootste energievreters zijn. In plaats van de serre als probleem op zich te beschouwen en het bijvoorbeeld te isoleren werd in de omgeving van het kasteel naar mogelijke synergiën gezocht. Nader onderzoek wees uit dat het warm water afkomstig van de naburige verbrandingsoven in Vilvoorde zomaar gedumpt werd in het kanaal. Op aansturen van Geert Noels zorgt een eenvoudige herbestemming van dat afvalwater voor de verwarming van voornoemde serres. Luidt dit een nieuw tijdperk in waarbij er gebroken wordt met de reductionistische aanpak van weleer? Ik kan u alvast verklappen dat Geert Noels het warm water niet heruitgevonden heeft. In de wetenschappelijke literatuur lijkt deze aanpak al een tijdje bestudeerd te worden. Het proces waarbij niet gerelateerde bedrijven (in dit geval de serres van Laken en de verbrandingsoven van Vilvoorde) onderling een uitwisseling van afvalstromen realiseren wordt aangeduid met de term ‘industriële symbiose’ of ‘ecologisch clusteren’.

Kalundborg

De meest spraakmakende testcase dateert al van 1972, toen in het Deense stadje Kalundborg een industriële site werd omgevormd in een ‘ecologische cluster’. Hoofdrolspelers in dit netwerk zijn: één energiecentrale, één olieraffinaderij, één chemisch bedrijf, één gipsplatenfabrikant en de communale water- en elektriciteitsmaatschappij van de gemeenschap Kalundborg. Voorts strekt het netwerk zich ook uit tot de omliggende boerderijen en viskwekerijen. Deze actoren vormen samen een autopoietisch web waarin er afval-, energie-, water- en warmtestromen, die als nevenproducten van hun industriële processen worden aanschouwd, met elkaar uitgewisseld worden. Deze samenwerking leidt tot een reductie van 20.000 ton stookolie waardoor de gezamenlijke CO2-uitstoot met 64.460 ton naar beneden tuimelt. Op economisch vlak leveren de synergiën voor de groep een besparing op van 11,2 miljoen € per jaar. Volgend filmpje vat het samen:

Op het kruispunt van problemen

Dit concept wordt ook naar voor geschoven door Gunter Pauli, auteur van het boek ‘The Blue Economy’. Tijdens zijn workshops ‘Scan, Screen & Implement’ legt hij uit hoe men de omgeving moet scannen naar opportuniteiten. Hij vertelt dat wanneer men geconfronteerd wordt met één probleem de eerste stap naar een oplossing erin bestaat om in de omgeving naar meer problemen op zoek te gaan. De oplossing ligt dan tussen de kruispunten van deze niet gerelateerde problemen. Om dit concept uit te leggen, gebruikt hij veelal het voorbeeld van koffieafval. Het zwart goedje in onze kop koffie vertegenwoordigt maar 0,02% van de koffieboon. Dit betekent dat 99,98% van de oorspronkelijke koffieboon als afval wordt verbrand of naar stortplaatsen wordt verscheept. Als je bedenkt dat de wereldproductie koffiebonen neerkomt op gemiddeld 8 miljoen ton per jaar is de resulterende afvalberg duizelingwekkend. Hieronder vind je een figuur terug die enkele van de huidige en toekomstige maatschappelijke problemen, naast die van het afval, als knooppunten voorstelt.

Ecologische-Clusters-Christophe-Vercarre

Zwam op koffiekweek

Het hoofdprobleem in deze casestudy is dus koffieafval. De meest conventionele manier om van koffieafval af te geraken, is om het simpelweg te verbranden, wat de nodige CO2-uitstoot veroorzaakt. Indien we de overige maatschappelijke problemen mee in het plaatje nemen, lijken er opportuniteiten te ontstaan. Koffieafval wordt niet meer als een probleem aanschouwt, maar eerder als een ‘means to an end’. Koffie blijkt heel wat biologische als industriële toepassingen te herbergen. Het was Professor Shuting Chang van de Chinese Universiteit van Hong-Kong die als eerste het gebruik van koffieprut als kweekbodem voor zwammen wetenschappelijk heeft bewezen. Koffieafval leent zich uitstekend tot het kweken van bv oesterzwammen waarbij deze tijdens het groeiproces de cafeïne uit de bodem filteren. Na het oogsten van de paddenstoelen kan de overblijvende kweekbodem, die overigens rijk aan proteïnen is, als veevoeder dienen. Op die manier ontstaat een biologische kringloop waarbij het koffieafval nu eerder als grondstof wordt behandeld in plaats van ongewenst nevenproduct.

Koffieshirt

Koffieafval heeft ook in de textielindustrie toepassingen gevonden. In Taiwan is het bedrijf Singtex er namelijk in geslaagd om de koolstofvezels in koffieafval, afkomstig van Starbucks en 7-eleven, in textiel te verwerken. Deze vezels worden dan in combinatie met polymeren (uit gerecycleerd plastiek) in kledij en schoenen verwerkt. De koffieafval van 1 kop koffie zou al genoeg zijn voor enkele T-shirts. Heel wat bekende merken zoals Patagonia en Timberlands zijn al op de kar gesprongen en pakten een tijdje geleden al uit met de reclameslogan: ‘Drink it, Wear it’.

Bovenstaand voorbeeld toont aan dat éénmaal we bepaalde afvalstromen vanuit een ruimere invalshoek benaderen er zich heel wat opportuniteiten aandienen.

Bronnen:

  • ‘Noels haalt koninklijk vastgoed uit rode cijfers’ De Standaard 13 November
  • Domenech, T.; Davies M., 2011. Structure and morphology of industrial symbiosis networks: The case of Kalundborg. Procedia Social and Behavioral Sciences 10 79-89
  • Gunter Pauli. 2010. Pulp To Protein Case
  • O’Connell S. July 2009 Clothes made from coffee satisfy eco-friendly fitness fans. The Guardian

Foto: AnneTanne

yvon-chouinard-patagonia

Yvon Chouinard (Patagonia): “Shrink the company”

yvon-chouinard-patagonia

Patagonia, producent van onder meer outdoor- en bergsportkledij en surfgerief uit Californië, is gestart met een sociaal investeringsfonds genaamd ’20 million & change’.

Het doel van ’20 million & change’ is verantwoordelijke start-ups te steunen met financiële middelen, expertise en infrastructuur. In sé gaat het hier om het stimuleren van sociale innovatie. Patagonia wil daarin gelijkgestemden vooruit helpen.

Niet kopen!

Patagonia is een bedrijf dat, relatief aan haar gewicht, een tamelijk grote invloed uitoefent. Zo maakte het bedrijf furore met de campagne ‘Don’t buy this jacket‘ om consumenten bewuster te maken. Patagonia wist samen met Walmart een groep bedrijven, die samen een derde van alle kledij en schoenen wereldwijd produceren, te verzamelen in de ‘Sustainable Apparel Coalition‘. Iets wat Walmart voordien zonder succes alleen had geprobeerd. Maar hoe komt dat? Eén en ander heeft te maken met de authenticiteit en geloofwaardigheid die Patagonia heeft weten op te bouwen als ‘verantwoordelijk bedrijf’. Dat is de terminologie die Yvon Chouinard, oprichter en eigenaar van Patagonia, steevast hanteert ‘Responsible Company’ (Samen met Vincent Stanley schreef hij daarover een boek op basis van de veertigjarige geschiedenis van het bedrijf).

“Shrink the company”

Het probleem dat Chouinard zelf centraal stelt is dat van de groei. Hij ziet het als een uiterst moeilijke uitdaging om zijn bedrijf op de koers van trage groei te houden. “Shrink the company”, zegt hij in een interview met Joel Makower van Greenbiz (zie video onder). In zijn pleidooi maakt Chouinard de vaststelling dat beursgenoteerde bedrijven maar moeilijk opkunnen tegen de dwang van groei die uitgaat van de aandeelhouders en de markt. Voorts durft hij het aan van Apple aan te pakken: “Apple doesn’t want you to fix your phone, they want you to buy a new one next year. I can’t relate to a company like that.” De eigenzinnige Chouinard kondigt nog een ander nieuw initiatief aan, een denkoefening over hoe een moderne economie die haar natuurlijke hulpbronnen niét uitput er zou uitzien. Hij heeft het dan onder meer over reële behoefte.

Meer

We kunnen het moeilijk verbergen, we bewonderen dit bedrijf. Waarom denken niet alle bedrijven hierover na? We trachten echt aandachtig te luisteren maar dergelijke echo’s vangen we jammer genoeg van het Vlaamse bedrijfsleven niet op. Hier rekent men succes nog steeds af op één enkele parameter: meer. Dat model is gedoemd.

CommonThreadsInitiativePatagonia

Patagonia: “Koop niet wat je niet nodig hebt”

 

Patagonia, het Amerikaanse keurmerk van bergsport- en outdoors-kledij, roept haar klanten op minder te consumeren. “Koop niet wat je niet nodig hebt“, vragen ze deze week in een mailing naar hun klanten. De oproep is opmerkelijk en een herhaling van hun legendarische, paginagrote reclame van een jaar geleden in de New York Times met de slogan “Don’t buy this jacket”. Patagonia roept haar klanten ook op een wederzijdse belofte te maken onder haar ‘Common Threads‘-programma. Zij zullen duurzame, herstelbare spullen maken en beloven ze te recycleren. En wij, consumenten, moeten beloven minder spullen te kopen, ze te herstellen, hergebruiken en te recycleren. De slogan van ‘Common Threads’ is: “Reduce, repair, reuse and recycle” en liefst in die volgorde voegt de fabrikant er aan toe. Misschien dit jaar Sinterklaas en de Kerstman dat eens in de baard te wrijven?