Tagarchief: stadslandbouw

Een Succesverhaal: Cuba en Permacultuur

Een succesverhaal: Cuba en permacultuur

Een Succesverhaal: Cuba en Permacultuur

We racen steeds sneller naar verschillende problemen toe zoals peak-oil, opwarming van de aarde, verzuring van de oceanen, ontbossing, misbruik van pesticiden en kunstmeststoffen, … Er moet ooit een verandering in onze manier van leven en consumeren komen en deze verandering komt best zo snel mogelijk. Dat het een zeer moeilijke en drastische verandering zal zijn staat als een paal boven water, of dat we deze verandering aankunnen is iets wat door velen wordt betwijfeld. Toch heeft al minstens 1 land aangetoond dat een leven na peak-oil, met een duurzame landbouw en manier van leven mogelijk is. Cuba.

Permacultuur is een deel van de oplossing

Cuba is dit jaar de gastheer van het jaarlijkse internationaal permacultuur congres. Juist omdat zij in de jaren ’90 werden geconfronteerd met een abrupte en totaal onverwachte kunstmatige peak-oil is de landbouw daar massaal overgeschakeld op natuurlijke landbouw. Doordat alle olie en afgeleiden zoals pesticiden en kunstmeststoffen wegvielen na het ineenstorten van de USSR en een verstrengd embargo van de VS, ontstond er een gigantische voedselcrisis. Mensen kregen maar 1/5 van het vereiste aantal calorieën, kinderen waren ondervoed, werden blind, bleven achter in groei, …

Het belang van stadstuinen

Nu zijn de rijkste mensen in Cuba landbouwers en is er een grote zelfvoorziening in voedsel. In Havana wordt ongeveer 50% van het voedsel gekweekt in stadstuinen, in parken, op daken, terrassen en braakliggende gronden. De overheid heeft deze evolutie sterk ondersteund, en Australische permanauten stonden in het begin van de jaren ’90 in voor de training van de bevolking. Over een periode van 3 – 5 jaar werden de zwaar mishandelde bodems terug omgevormd tot vruchtbare, productieve gronden met niets anders dan compost en organisch materiaal. Nu wordt 80% van het voedsel in Cuba op een natuurlijke manier gekweekt, zonder machines en zonder pesticiden en kunstmeststoffen.

The Power of Community

Meer informatie kunt u bekijken in de documentaire ‘The Power of Community: How Cuba Survived Peak Oil’ (4 delen):

De stedelijke foodprint

Urban farming of stadslandbouw is ondertussen razend populair in het buitenland. In steden zoals New York, Berlijn en Honk Kong zorgt urban farming voor voedsel, maar vormt het ook een belangrijke schakel in het sociale weefsel van de stad.

Urban farming kan enrome resultaten bereiken. Zo streeft de Engelse stad Todmorden er naar volledig zelfvoorzienend te worden op vlak van voedsel. Nu heeft het lokaal produceren van groenten, fruit, vlees en zuivel nog vele andere voordelen zoals energiebesparing, minder transport, verbetering sociale weefsels, hoger inkomen landbouwers, minder milieuvervuilend, … en past het perfect in een energie-arme toekomst.

Opbrengst/oppervlakte

Om een idee te hebben van de oppervlakte aan vruchtbare grond die een stad nodig heeft om zelfvoorzienend te zijn, heeft de Universiteit van Wageningen een rekenmodel ontwikkeld dat de Stedelijke foodprint uitrekent. Zo heeft men een totale oppervlakte van 5645 hectare grond nodig om voedsel - plantaardig en dierlijk - te kweken voor een stad van 100.000 mensen. De tool is sterk vereenvoudigd, de berekeningen vormen slechts een benadering van de werkelijkheid. De Stedelijke Foodprint is bedoeld om een idee te krijgen van het verbruik van een stad of de opbrengst van een bepaalde oppervlakte. Zo heeft de gemeente Westerlo met zijn 24.000 inwoners bv. een oppervlakte van 1355 ha nodig om zelfvoorzienend te zijn.

Meer info: http://www.stedelijkefoodprint.nl/

MIRA VMM transitie voeding en landbouw

(Non-conformistische) niches geven duurzame prikkels aan voedselproductie

In een kersvers rapport wordt op een uitdagende wijze het Vlaamse landbouw- en voedingssysteem geanalyseerd. Het rapport is van de hand van Erik Mathijs (KU Leuven), Frank Nevens (VITO) en Philippe Vandenbroeck (ShiftN) en de titel luidt: “Transitie naar een duurzaam landbouw- en voedingssysteem in Vlaanderen: een systeemanalyse“. Wie na het lezen van die titel begint te geeuwen, heeft ongelijk want onder de motorkap zit een intrigerende uiteenzetting over mogelijke oplossingen van een landbouw- en voedingssysteem dat onder druk komt van complexe externe uitdagingen. De conclusie luidt: als we ons hier en in de wereld duurzaam willen verzekeren van gezond eten, moeten we de buitenbeentjes van ‘het systeem’ kansen geven.

Voedingsproductie onder druk

Kort geschetst is er een huidig dominant voedselproductie-apparaat dat elke consument toelaat om in de supermarkt met groot gemak en relatief goedkoop appelsap, een zakje chips of aardappelen te kopen. Maar dat systeem staat onder druk en het antwoord is het systeem veranderen en verduurzamen. Onder druk? In het hoofdstuk over ‘Het Landschap’ noemen de auteurs tien redenen: De aangroei van de wereldbevolking, de globalisering, de vergrijzing, de toenemende verstedelijking, de klimaatverandering, de schaarste van de hulpbronnen, veranderende waardepatronen bij consumenten, het debat rond ‘groei’, honger en ongelijkheid in de wereld en de exponentieel doorzettende digitale revolutie. De korte opsomming hier doet geen recht aan het rapport dat boordevol intrigerende cijfers en gegevens staat.

Waterschaarste

Een voorbeeld: In een land waar het zo overvloedig regent, schuren we aan tegen de waterschaarste: “… Gemiddeld (is) in Vlaanderen en Brussel jaarlijks tussen 1.100 en 1.700 m3 water per persoon beschikbaar is. Internationaal wordt dit als ‘zeer weinig’ bestempeld, men spreekt over waterschaarste bij een beschikbaarheid lager dan 1.000 m3 water per persoon. Slechts enkele Westerse landen beschikken over nog minder water per inwoner (Italië en Tsjechië). Zelfs in landen als Spanje, Portugal en Griekenland is de waterbeschikbaarheid per inwoner groter dan in Vlaanderen en Brussel.” Geeft toch te denken.

Naar systeeminnovatie

Elk van de tien genoemde redenen heeft gemeen dat we er in Vlaanderen druk van ondervinden, maar tegelijk geen of weinig invloed op hebben. Om aan al die complexe uitdagingen lokaal het hoofd te bieden, moeten we durven het systeem in vraag stellen en wijzigen, suggereren de auteurs. Iets wat bovendien van-binnen-uit het huidige dominante systeem eerder onmogelijk wordt geacht.

“Transitienetwerk nodig”

De auteurs pleiten er daarom voor innovatieve niches de nodige kansen te geven om te groeien en er, in de mate dat ze duurzaamheid verhogen, belangrijke lessen uit te trekken. Ze maken een begin van analyse van het potentieel van biologische landbouw maar ook van stadslandbouw, andere eetgewoonten zoals ‘slow food’ en nieuwe productieparadigma’s zoals de biogebaseerde economie, de fabriek van de toekomst en peer-to-peerproductie. In sommige gevallen zijn die alternatieven een tikkeltje non-conformistisch en komen ze in het vaarwater van de klassieke voedselindustrie. Geef ze vanuit de overheid dan toch de nodige bewegingsvrijheid en analyseer de resultaten, bevelen de auteurs aan. Daarnaast pleiten ze er nog voor om een transitienetwerk van bedrijven en maatschappelijke spelers op te zetten, naar het voorbeeld van Plan C en DuWoBo, zodat samenwerkingen kunnen worden opgezet om vernieuwende projecten uit de grond te stampen.