De korte documentaire “How we live” van Meghan Horvath op Vimeo brengt de frontlinies van de Europese energiehonger in beeld. Dit in de vorm van stillevens en lokale verhalen uit Wales, Georgië, Servië en Brusselse Europese hoofdkwartieren. De toon wordt gezet met fotografie in de vorm stillevens vol melancholie. De beelden tonen de veranderende landschappen die hun emotionele impact op de lokale bevolking niet missen. Knap document.
Ongetwijfeld zag je in de voorbije maanden beelden passeren van de beschadigde kernreactoren in Fukushima. Vaak werden deze vergezeld van geanimeerde beelden gemaakt door Tokyo Electric om de situatie duidelijk te visualiseren. Nu de belangrijkste infrastructuurwerken achter de rug zijn, maakt Tokyo Electric zich klaar om de eerste nucleaire brandstof uit de beschadigde opslagruimtes te halen en elders te stockeren. En uiteraard hoort daar ook weer een mooi en optimistisch filmpje bij.
Fairewinds Energy Education is een kleine Amerikaanse VZW die gratis educatief materiaal en advies verdeelt rond nucleaire energie. En zij hebben ernstige bedenkingen bij de laatste computer-gegenereerde beelden, die tonen hoe de opruim exact gepland is.
“This isn’t an animated feature film, it’s more of a fantasy cartoon.”
Met die woorden zet Arnie Gundersen direct de toon. Volgens hem wil TEPCO heel veel valkuilen in dit proces onder mat vegen. Daarom maakte de organisatie een heel overzichtelijke film aan de hand van de animatie die TEPCO recent vrijgaf. Eén voor één worden de gepolijste statements uit de video onderuit gehaald. En wanneer de video op het einde predikt dat TEPCO transparant te werk gaat, is het lot van de video bezegeld.
‘We [TEPCO] remain committed to sharing information, like this video, with you.’
Gundersen concludeert de video met een aantal cruciale veranderingen die nodig zijn. “Tokyo Electric heeft noch de expertise, noch de middelen, om dit probleem op te lossen. Bovendien moet TEPCO dringend buitenlandse expertise aanspreken. Ten slotte is er ook een rol weggelegd voor ons. Fukushima heeft hoge nood aan publieke toezicht om de situatie op de voet te volgen.”
Tussen oktober 27 en 1 november e.k. komt de snelst groeiende campagne ooit naar Europa. Met 350.org’s Bill McKibben en medestanders pleit de campagne in vijf Europese steden voor een verdere afbouw van investeringen in fossiele brandstoffen. De tournee bouwt verder op een gelijkaardige evenement “Do The Math” in de VS, Australië en Nieuw-Zeeland waar meer dan 300 colleges, universiteiten, meer dan 100 steden en staten en een tientallen religieuze instituten zich engageerden voor desinvestering.
Dringende desinvesteringen noodzakelijk
De desinvesteringsoproep wordt jaar na jaar dringender. Het recente rapport van het Internationaal Klimaatpaneel (IPCC) bevestigde de wiskunde die de grondslag voor de tournee vormt: de zogenaamde olie-industrie – in feite steenkool, gas en olie – bezit vijf keer meer koolstof in zijn reserves dan wat we veilig kunnen opstoken om de opwarming van de aarde onder de 2°C te houden (Zie onze vorige artikes: De Co2 Bubble, IPCC 5de rapport, Grootste gevaar via nog te bouwen CO2-bronnen). Ook de Wereldbank, HSBC en het Internationaal Energie Agentschap bevestigen deze stelling. Eenvoudig samengevat kunnen we concluderen dat het huidige business plan van de olie-industrie incompatibel is met een duurzame beschaving. Vandaar de noodzaak tot een desinvesteringscampagne die dag na dag aan kracht wint.
Europa is het volgende front voor Bill McKibben. Als thuishaven van enkele van de grootste aandelenmarkten en corporaties van de wereld, kan het oppikken van de “Fossil Free Europe” campagne in onze regio een verreikende en serieuze bedreiging vormen voor de winstmarges van de olie-industrie.
Huidige desinvesteringen binnen Europa
De verstgevorderde desinvesteringscampagnes bevinden zich op dit moment in het VK via organisaties als People&Planet op universiteiten en Project Noah en Bright Now voor religieuze organisaties en sinds kort ook UK Quakers. Ook Duitsland, Denemarken en Zweden hebben initiatieven lopen voor desinvestering. In Zweden heeft de Zweedse Centrumpartij het 110 miljard euro wegende nationaal pensioenfonds opgeroepen hun aandelen in oliebedrijven te verkopen.
De olie-industrie mag de machtigste industrie op aarde zijn, een groeiende globale beweging gaat voor de confrontatie.
(Dit artikel is gebaseerd op een artikel van Jamie Henn, co-oprichter en hoofd communicatie van 350.org)
Halen we straks energie uit de snelwegen waarover we rijden? Wegen met druk autoverkeer worden in de toekomst mogelijk zelf een grote bron van elektriciteit. In de augustus/september-editie van Traffic Technology Magazine werden onlangs de mogelijkheden en moeilijkheden onderzocht.
Het principe van zogenaamd piëzo-elektrische energieoogst is relatief eenvoudig. Wagens rijden over de weg, hun banden plaatsen druk op piëzo-elektrische kristallen die in de weg ingebed zijn en die genereren op hun beurt een kleine hoeveelheid energie.
Die geproduceerde energie mag dan misschien op het eerste zicht verwaarloosbaar lijken, maar beeld je in dat alle dagelijkse verkeer over de Brusselse ring over duizenden van die piëzo-elektrische kristallen rijdt, en je hebt genoeg om alle wegverlichting langs de ring van energie te voorzien.
Een piëzoelektrische schijf genereert een spanning wanneer ze vervormd wordt (sterk overdreven)
Energie oogsten
Energie oogsten uit rijdend verkeer is een idee dat al een tijdje de universiteiten aan het denken zet. Zo poneerde Oregon State University in 2012 zijn ‘Research Problem Statement‘ waarin de universiteit een voorstel doet om duurzame wegen in de staat Oregon uit te testen.
Het onderzoek naar dergelijke technologie staat echter nog in zijn kinderschoenen en kant en klare oplossingen zijn helaas nog niet voor vandaag. De weg naar gratis elektriciteit is bovendien geplaveid met praktische bezwaren: manier van installatie, de installatie- en onderhoudskost … De energieoogst op wegen is misschien dan wel een goeie oplossing bij vlot verkeer, maar wat als er traag of stilstaand verkeer is?
Selling points
Maar ze zijn er, de eerste tekenen van bedrijvigheid. Zo is er het Israëlische Innowattech dat naar eigen zeggen ‘energy harvesting systems’ ontwikkelt. En ook al botst het bedrijf voorlopig nog op veel reserves bij verkeersoverheden, toch is Innowattech overtuigd van de mogelijkheden van piëzo-elektrische technologie voor wegen. ‘Energy harvesting’ kan interessant zijn voor bepaalde plaatsen waar men niet aan het lokale elektriciteitsnetwerk kan omwille van veiligheidsredenen. De technologie kan ook ’s nachts werken, wat van zonne-energie bijvoorbeeld niet kan gezegd worden.
Zonnepanelen zijn mainstream, zoveel is duidelijk. Deze zomer leverde zonne-energie op een gegeven moment 40% (of 23,9 GW) van de de totale Duitse vraag naar energie. Ook in ons land zijn zonnepanelen geen curiosum meer. Zo blijkt uit de laatst beschikbare cijfers dat de elektriciteitsproductie uit zonnepanelen in Vlaanderen met 71% steeg tussen 2011 en 2012. En als zelfs Ikea zonnepanelen te koop aanbiedt - voorlopig enkel in Groot-Brittanië - is het hek helemaal van de dam. Toch is er nog volop ruimte voor nieuwe toepassingen, zoals blijkt uit een experimenteel voetpad aangelegd met zogenaamde “geïntegreerde zonnepanelen” van het Spaanse Onyx Solar.
Hypocaustum
Studenten van het Solar Institute aan de Amerikaanse George Washington Universiteit bouwden samen met landschapsarchitecten aan een trottoir van 27 fotovoltaïsche Onyx zonnepanelen met een maximale opbrengst van 400 Watt vermogen. Dat volstaat om de 450 LED-lampen onder de tegels van energie te voorzien. Het geheel is naadloos geïntegreerd in het voetpad, en lijkt van boven op een mozaïek van mat plexiglas. Conceptueel doet de constructie denken aan een hypocaustum, de oude Romeinse techniek om badhuizen en villa’s te verwarmen.
Esthetisch licht
De panelen worden toegejuicht als een ‘duurzame’ toepassing om alternatieve oplossingen te bedenken voor de steeds groeiende vraag naar energie. De hamvraag is natuurlijk of een dergelijke technologie wel correct en efficiënt toegepast wordt, en wat de kost is ten opzichte van normale stoeptegels in combinatie met zuinige lampen gevoed door groene stroom. In dit geval legt de universiteit een kleurrijk verlicht voetpad aan, wat doet vermoeden dat de hele opzet veeleer steunt op het esthetische luik. De eerder bescheiden opbrengst geeft bovendien aan dat de tegels enkel geschikt zijn voor verlichting en niet zozeer voor energie-intensieve toepassingen.
Gewikt en gewogen
Dat is dan ook de zwakte van fotovoltaïsch glas, de technologie waarop de panelen zijn gebaseerd. Daarmee kunnen volledige gebouwen bedekt worden, in plaats van louter daken zoals nu meestal het geval is. Hoewel het een oplossing is voor de visuele vervuiling van grote kantoorblokken, zal het nooit in staat zijn om te voorzien in het gros van het energieverbruik van die gebouwen. Hoogstens kan het instaan voor de energie van computers, telefoons en kleine elektrische apparaten.
Vernuft
Het is een mooi voorbeeld van Cleantech, innovatie in een ‘groene sector’ die een oplossing voorstelt voor een probleem dat er eigenlijk niet is. De meest “kostenefficiënte” oplossing blijft hoe dan ook een verschuiving naar duurzame productie- en consumptiepatronen (zie ook het EU actieplanvoor duurzame consumptie, productie en industriebeleid of het tienjarenprogramma beheerd door UNEP). Anderzijds getuigt het idee om een voetpad aan te leggen met zonnepanelen van een knap staaltje vindingrijkheid en vernuft, wat al bij al ook wel aanmoediging verdient.