Contact Us

Use the form on the right to contact us.

You can edit the text in this area, and change where the contact form on the right submits to, by entering edit mode using the modes on the bottom right. 

28 Vrijheidslaan
Koekelberg, Brussel, 1081
Belgium

+32 497552244

Blog

Open blog ter ere van de duurzame revolutie.

Hulporganisaties voldoende voorbereid op klimaatverandering?

Rikkert Maes

Foto: Haïti na orkaan Tomas, VN

Dat de temperatuur van de aarde langzaam stijgt, is onmiskenbaar: 2014 was bijvoorbeeld het warmste jaar ooit. Deze opwarming zal met zekerheid meer natuurrampen, zoals overstromingen en hevige stormen, tot gevolg hebben, vooral in onderontwikkelde landen. Rikkert Maes onderzocht in hoeverre Vlaamse NGO’s voor ontwikkelingshulp hierop voorbereid zijn.

In het vijfde IPCC rapport valt te lezen dat de mens met erg hoge waarschijnlijkheid mede verantwoordelijk is voor de klimaatverandering op aarde. Uit globale klimaatscenario’s blijkt bovendien dat die opwarming van de aarde de komende decennia zich verder zal voortzetten, hetgeen een grote impact heeft. Deze impact is dermate groot dat deze beleidsdomeinen, nationale grenzen en generaties overstijgt.

Het afgelopen decennium ondervonden steeds meer ontwikkelingslanden reeds de directe en indirecte effecten van klimaatverandering. Denk aan de tyfoon Haiyan en de hevige stormen van eind 2013 en begin 2014 in de Filipijnen en de orkaan Hudhud in India die voor 7 miljard aan schade aanrichtte. De effecten van deze natuurrampen hebben op hun beurt een wijdere macro-economische impact. Lokale rampen vinden immers doorgaans plaats in globaal geïntegreerde economieën en de impact ervan zet zich door over de hele aanbodketen; de directe impact mag dan wel lokaal zijn, de effecten ervan kunnen zich doorzetten op regionaal en vervolgens ook op globaal vlak.

Meer natuurrampen

In 2013 werd het jaarlijks verwachte globale verlies door aardbevingen en cyclonen geschat op USD $180 biljoen door schade aan o.a. infrastructuur of het treffen van cruciale productie-schakels in de aanbodketen. Dit cijfer omvat echter nog geen schadekosten die afkomstig zijn van lokale natuurrampen zoals overstromingen, aardverschuivingen, bosbranden en stormen. Wetenschappers verwachten dat deze fenomenen vaker zullen voorkomen als gevolg van klimaatverandering en ze verwachten bovendien dat deze extremere vormen aan zullen nemen. De vraag moet dus gesteld worden of ontwikkelingslanden hier voldoende op voorbereid zijn. Het antwoord op deze vraag wordt opgesplitst in een algemene analyse van de ontwikkelingssamenwerkingssector en vervolgens wordt een selecte groep van Vlaamse NGO’s onder de loep genomen.

Om de business as usual te vermijden en tot een meer omvattende aanpak van klimaatverandering te komen, waarschuwen experts uit het veld dat er meer sensibilisering, studie, actie, harmonisering en uitwisseling nodig is, zowel op het beleidsniveau als in het veld. Voorts moeten screenings van klimaatrisico’s een grotere rol gaan spelen over de hele beleidsketen zodat preventief kan worden opgetreden tegen de mogelijke gevolgen van klimaatverandering op lokale schaal. Om dit mogelijk te maken zullen grote klimaatanalyse studies moeten worden opgezet, waarna de verschillende adaptatieopties tegen elkaar afgewogen kunnen worden zodat ten slotte overgegaan kan worden tot het identificeren van de prioriteiten.

Foto: Cordaid - mensen in nood

Adaptatie

Wanneer gevraagd wordt of de Vlaamse NGO’s voldoende aandacht hebben voor het thema ‘adaptatie aan klimaatverandering’, dan kan deze vraag gematigd positief beantwoord worden. Rikkert Maes deed hier in 2014 onderzoek naar voor zijn Masterscriptie aan de Universiteit van Antwerpen.

Uit die studie blijkt dat de adaptatie thematiek van de onderzochte Vlaamse NGO’s voornamelijk beperkt blijft tot het bestuurlijk niveau. Bij slechts twee van de zeven organisaties was sprake van een volledige mainstreaming van het adaptatieproces. Dat wil zeggen dat zowel ontwikkelingsbeleid als programma’s en projecten (her)ontworpen, ge(re)organiseerd, en geëvalueerd worden vanuit het standpunt van mitigatie en adaptatie-aspecten van klimaatverandering. Bovendien heeft slechts één derde geëvalueerd of hun activiteiten in klimaatgevoelige sectoren liggen. Adaptatie aan klimaatverandering is dus nog geen prioriteit voor de bevraagde NGO’s. Op operationeel vlak zien we dat slechts twee NGO’s de klimaatrisico’s in kaart hebben gebracht. Vervolgens zijn er slechts twee van de zeven NGO’s die stappen hebben gezet in de richting van implementering van maatregelen. Verschillende NGO’s gaven wel aan plannen te hebben in dit opzicht.

Er kan dus gesteld worden dat de organisaties binnen dit onderzoek in zekere mate aandacht hebben voor klimaatverandering en dat ze daarenboven een vrij brede aanpak hanteren. Ze benaderen klimaatverandering voornamelijk vanuit het kwetsbaarhedenstandpunt (in deze context: de mogelijkheid van mensen of ecosystemen om schade te ondervinden) terwijl andere NGO’s aandacht besteden aan de impacts die gepaard gaan met klimaatverandering.

Foto: Hurricane Katrina, NASA

Nog een lange weg te gaan

Vaststellen dat de huidige aanpak van de bevraagde organisaties de problematiek van klimaatverandering volledig overspant, is echter nog een brug te ver. Daarvoor zouden de NGO’s eerst nog extra inspanningen moeten leveren door: meer diepgaande informatie over klimaatverandering te gebruiken, meer anticiperend te werken op de effecten van klimaatverandering en minder in te zetten op het ‘laaghangend fruit’ onder de adaptatiemaatregelen. Een dergelijke omvattende aanpak zou erg positief zijn, aangezien zowel het kwetsbaarhedenperspectief als het impactgerelateerde perspectief beide, weliswaar verschillende, maar even belangrijke aspecten van de problematiek in rekening brengen.

Indien de conclusies van het onderzoek afgezet worden tegen het ruimere NGO-landschap binnen de sector van ontwikkelingssamenwerking, dan moet vastgesteld worden dat er nog een lange weg te gaan is. Het mainstreamen van adaptatie aan klimaatverandering bij de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking NGO’s is nog een ondergeschoven kindje. Meer sensibilisering bij NGO’s in de verschillende domeinen van ontwikkelingssamenwerking zou een eerste stap zijn om deze trend te keren. Deze bijkomende adaptatie-activiteiten vragen uiteraard ook om additionele financiële middelen; en dit blijkt een groot struikelblok voor veel NGO’s te zijn. Zoals blijkt uit de diepte-interviews met ervaringsdeskundigen liggen de prioriteiten van de NGO’s momenteel bij de ontwikkelingsdoelstellingen en zal er pas naar de adaptatiedoelstellingen gekeken worden nadat de kosten van de ontwikkelingsinterventies gemaakt zijn en er nog budget over blijkt te zijn.

Monitoring

Het financiële luik van de adaptatiemaatregelen is nog maar één van de grote obstakels die de onderzochte NGO’s aanhalen bij het mainstreamen van adaptatiemaatregelen in hun werking. Daarnaast is er te weinig politieke wil om de nodige additionele middelen vrij te maken voor adaptatiemaatregelen. Andere obstakels die de bevraagde NGO’s aanhalen zijn het gebrek aan menselijke capaciteit (ter plaatse) en wetenschappelijke kennis met betrekking tot adaptatie aan klimaatverandering voor bijvoorbeeld landbouw. Die kennis kan gebruikt worden voor het vergroten van de weerbaarheid van ontwikkelingslanden (door o.a. vroege-waarschuwing-systemen op te zetten). Bovendien moeten ontwikkelingslanden ook ruimte krijgen om alternatieven te identificeren en te ontwikkelen (bijvoorbeeld voor het ontwikkelen van een alternatief, duurzaam landbouwmodel).

Een oplossing voor enkele van deze struikelblokken kan eerst en vooral gevonden worden in een instrument dat de financiering en resultaten op het gebied van adaptatie duidelijk controleert (naast de instrumenten die nu al bestaan om ontwikkelingssamenwerking te monitoren). De gegevens kunnen dan gebruikt worden om de bijdrage van ontwikkelingssamenwerking tot klimaatadaptatie op ondubbelzinnige wijze te meten. Dit kan werken als een stimulans om beleidsmakers en investeerders te overtuigen van de noodzaak om additionele middelen vrij te maken voor adaptatie aan klimaatverandering binnen de ontwikkelingssamenwerking.

Foto: Verwoesting Haïtiaans dorp na tropische storm Hanna, VN.

Aanbevelingen met het oog op klimaatadaptatie

Hiernaast kunnen nog enkele andere aanbevelingen geformuleerd worden voor NGO’s in de ontwikkelingssamenwerkingssector. Zo is het absoluut nodig dat alle NGO’s een screening op keten- of project niveau invoeren (bv. aan de hand van de KLIMOS toolkit). Bovendien zouden er SMART-indicatoren ontwikkeld moeten worden om de impact van adaptatiemaatregelen te evalueren. Voordat een dergelijke evaluatie echter mogelijk is, moet er eerst een baseline vastgesteld worden en dit gebeurt vooralsnog niet. Een derde aanbeveling is het opstarten of uitbreiden van kennisontwikkeling bij medewerkers, met speciale aandacht voor de expertise van de lokale partners. Voorts moet de samenwerking tussen de NGO’s onderling verbeterd worden, bijvoorbeeld door het oprichten van een platform met betrekking tot klimaatadaptatie in ontwikkelingslanden. De laatste aanbeveling heeft te maken met het gebrek aan gegevens over de lokale impact van klimaatverandering. Hiervoor is een belangrijke rol weggelegd voor onderzoeksgroepen. Zij zijn in staat om de leemte aan gedetailleerde gegevens in te vullen.

Klimaatverandering is een relatief nieuw, maar onmiskenbaar fenomeen waarbij talloze mensen risico’s lopen en waarbij de aanpak van ontwikkelingssamenwerking NGO’s momenteel nog in gebreke blijft. Dit artikel probeert een aanzet te geven om die aanpak te verbeteren door concrete maatregelen aan te bevelen. Zolang de politieke wil echter uitblijft en er geen additionele middelen worden vrijgemaakt, is het onwaarschijnlijk dat er iets zal veranderen. Dit zal er toe leiden dat de rekening straks, ten gevolge van schade in de toekomst, een stuk hoger zal zijn dan de huidige kosten van preventie. Die rekening zal uiteindelijk doorgeschoven worden naar de klimaatgevoelige landen, de internationale gemeenschap en de internationale hulporganisaties. Indien er niets verandert zal ontwikkelingshulp niets worden dan een pleister op een houten been en dat is uiteraard onaanvaardbaar.

Rikkert Maes is Milieukundig Wetenschapper. Hij loopt momenteel stage bij het Green Growth Knowledge Platform in Genève, Zwitserland. Dit artikel is geschreven naar aanleiding van zijn master scriptie: ‘Een mapping-oefening van ‘adaptatie aan klimaatverandering’ bij NGO’s in de Vlaamse Ontwikkelingssamenwerkingssector’. Dit artikel verscheen eerder op groenekwesties.nl.