Contact Us

Use the form on the right to contact us.

You can edit the text in this area, and change where the contact form on the right submits to, by entering edit mode using the modes on the bottom right. 

28 Vrijheidslaan
Koekelberg, Brussel, 1081
Belgium

+32 497552244

Blog

Open blog ter ere van de duurzame revolutie.

"De mythe van de groene economie"

Floris Van Cauwelaert

"De kern van het probleem is dat de groene economie niet zozeer lijkt te gaan over het vergroenen van de economie, maar wel over het economiseren van het groene gedachtegoed. De cruciale vraag is waar dat ons gaat leiden." Omtrent die problematiek hebben Anneleen Kenis en Matthias Lievens, beiden actief aan de KU Leuven, het boek "De mythe van de groene economie" geschreven. Ze sommen in hun analyse een aantal mythes op die hoogdringend moeten doorprikt om een echte duurzame transitie te realiseren. Hier al een teaser:

Mythe 1: Heeft de ‘groene economie’ wel als prioritair doel om het klimaat te redden?

De ‘groene economie’ zou in één en dezelfde beweging het klimaat en de economie moeten redden. Maar gaat het er niet vooral om de economie te redden aan de hand van zogenaamde groene maatregelen voor het klimaat? Dezelfde mechanismen die aan de basis van de financiële crisis lagen, worden nu ingevoerd in naam van de strijd tegen de klimaatverandering. Als het tot een serieuze opvolger van het Kyoto-protocol komt, waaraan ook de VS deelnemen, kan het emissiehandelsysteem binnen de tien jaar uitgroeien tot een mastodont van zo’n 4500 miljard dollar. Als je daar nog eens een potentiële zeepbel bijtelt van allerlei afgeleide producten, kan je dat getal zelfs nog meerdere keren vermenigvuldigen. Het is dan ook niet te verwonderen dat heel wat banken en hefboomfondsen een gat in de markt zagen. Intussen is de emissiehandelsmarkt in zware crisis, en missen we cruciale deadlines om het tij voor het klimaat te keren. Het effect van emissiehandel is niet enkel traag en beperkt. Het systeem heeft bovendien tal van problematische sociale en ecologische neveneffecten. Met het project van de ‘groene economie’ zoals dat vandaag wordt ingevuld, worden de grote vervuilers niet gestraft, maar krijgen ze er mooie winstopportuniteiten bij. Een bedrijf als ArcelorMittal maakt miljardenwinsten via de handel in emissierechten. In theorie vertrekt de ‘groene economie’ van het paradigma dat ‘de vervuiler betaalt’, maar in de praktijk lijkt het meer op ‘de vervuiler verdient’.

Mythe 2: Gaat emissiehandel er niet vooral om de tijd te rekken?

We beseffen het allemaal: vroeg of laat moeten we af van de fossiele brandstoffen. Maar het emissiehandelsysteem, het orgelpunt van de ‘groene economie’ zoals die vandaag vorm krijgt, lijkt dat helemaal niet als doel te hebben. Dankzij dat systeem kunnen vervuilende industrieën in Europa ongestoord verder hun gang gaan, zolang ze hun uitstoot maar ‘compenseren’ door projecten op te zetten in het Zuiden waar de uitstoot wordt gereduceerd. Dit mechanisme neemt steeds absurder proporties aan. Je kan vandaag zelfs je uitstoot compenseren door in landen als China of India nieuwe steenkoolcentrales te bouwen. De enige voorwaarde is dat die iets efficiënter dan de gangbare centrales zijn. De gedachte is dat op die manier een eventuele grotere uitstoot in een vaak heel denkbeeldig business as usual scenario vermeden word. Het netto-effect voor het klimaat is dat in Europa niets verandert, en dat in het Zuiden extra CO2 wordt uitgestoten.

Mythe3: Waar blijft de beloofde sociale vooruitgang?

Hoe sociaal is de groene economie? Een blik op de realiteit voorspelt weinig goeds. Emissiehandel leidt tot nieuwe vormen van kolonialisme, waarbij het Noorden verder ontwikkelt, en het Zuiden moet instaan voor de opslag van de CO2-uitstoot: koolstofkolonialisme dus. Maar ook in West-Europa leiden klimaatmaatregelen zoals het systeem van groenestroomcertificaten tot omgekeerde herverdeling (van arm naar rijk). De groene economie belooft heel wat groene jobs te creëren, wat natuurlijk een puik idee is. Maar om wat voor banen gaat het eigenlijk? In Duitsland werden sinds 1990 meer dan 400.000 jobs gecreëerd in de productie van zonnepanelen en windturbines. Maar de arbeidsomstandigheden zijn niet meteen aantrekkelijk. Het gaat heel vaak om slecht betaalde en deeltijdse jobs, met hoge prestatiedruk. Sociaal overleg of opleidingssystemen zijn er nauwelijks.

Mythe 4: Is ‘groene groei’ geen contradictie in terminis?

Internationale instellingen zoals de OESO of de EU spreken steeds minder over duurzame ontwikkeling, maar wel over ‘groene groei’. Maar is oneindige groei op een eindige planeet wel mogelijk? Hoe zou groei ooit ‘groen’ kunnen zijn? Ecologisch gezien is er geen twijfel mogelijk: er zijn limieten aan wat we aan de natuur kunnen onttrekken en er onder de vorm van vervuiling terug in kunnen uitstoten. Zelfs een bescheiden jaarlijkse groei van 3%, zoals de Europese Unie die in haar Lissabon-strategie als doelstelling naar voor schuift, betekent dat de mondiale productie elke 25 jaar verdubbelt, 16 keer zo groot wordt in één eeuw, 250 keer groeit in twee eeuwen, en 4000 keer in drie eeuwen. Ook al gaat het grotendeels om een groei in ‘groene producten’ zoals elektrische auto’s, energiezuinige droogkasten of recyclagepapier, en al wordt er een zekere mate van ‘dematerialisering’ gerealiseerd: vanuit ecologisch oogpunt is zo’n groei compleet absurd.

Mythe 5: Zijn consumenten de schuldigen?

Als consumenten duurzame keuzes maken, zullen de bedrijven wel volgen, luidt één van de geloofsstellingen van de groene economie. En dus moeten consumenten op hun verantwoordelijkheid gewezen worden om bio te kopen, zonnepanelen op hun daken te leggen en een zuinige wagen aan te schaffen. Maar wordt daardoor de individuele consument niet schuldig gemaakt aan een probleem dat diep verankerd is in de manier waarop de maatschappij vandaag is georganiseerd? Worden de grote vervuilers, de politieke verantwoordelijken en economische machtsbastions op die manier niet uit de wind gezet?

Mythe 6: Allemaal samen voor de ‘groene economie’?

De ‘groene economie’ dreigt niet alleen de hete patat door te schuiven naar zij die het minst verantwoordelijkheid dragen voor klimaatverandering, ze heeft ook fundamenteel sociaal onrechtvaardige kanten. Dat is het zwakke punt van het hele project. We hebben dan ook nood aan een sterke tegenbeweging, die ijvert voor een klimaatpolitiek die gebaseerd is op meer democratie, meer sociale gelijkheid en minder markt. Vandaag zien we hoe heel wat politieke partijen, NGO’s en bezorgde burgers zich laten verleiden door de sirenenzang van de ‘groene economie’. Het lijkt een haalbare binnenweg waardoor we die moeilijke vraag naar echte maatschappijverandering niet langer moeten stellen. Daar zou overigens geen tijd meer voor zijn, zo beargumenteren steeds meer politieke partijen, bezorgde burgers en NGO’s. Oog in oog met de schaal en ernst van de klimaatverandering, moeten we dringend samenwerken, positief en pragmatisch denken: allemaal samen tegen CO2. NGO’s sluiten partnerschappen af met grote bedrijven. Sociale conflicten worden oubollig verklaard. Maar de ‘groene economie’ zal zonder twijfel tot nieuwe sociale tegenstellingen en politieke conflicten leiden, en de vraag is of een louter samenwerkingsdiscours ons daar wel voldoende op voorbereidt.