Contact Us

Use the form on the right to contact us.

You can edit the text in this area, and change where the contact form on the right submits to, by entering edit mode using the modes on the bottom right. 

28 Vrijheidslaan
Koekelberg, Brussel, 1081
Belgium

+32 497552244

Blog

Open blog ter ere van de duurzame revolutie.

Biomimicry voor managers

Leen Gorissen

"Fairies Forest (Firefly)", Yume ©

't Valt niet op maar de natuur is zowat elk jaar 'manager van het jaar'. Managers kunnen namelijk heel wat leren van de organisatieprincipes van de natuur. Biomimicry voor managers dus. 

Biomimicry is een opkomende discipline waarbij bestudeerd wordt hoe de natuur problemen oplost en hoe deze inzichten toegepast kunnen worden als antwoord op de duurzaamheidsvraagstukken die in onze samenleving leven. Dus niet leren over de natuur, maar leren van de natuur. Of met andere woorden, de natuur als mentor beschouwen en niet als subject. De natuur is immers een waardevolle bibliotheek van duurzaamheidsoplossingen. Denk maar aan hoe de natuur zonlicht efficiënt in energie omzet, afkoelt zonder airco, kleur geeft zonder verf, kleeft zonder lijm, en schoonmaakt zonder detergenten. De meeste toepassingen van biomimicry richten zich dus op het omdenken van processen en producten (design). Er valt echter ook heel wat te leren over de manier waarop de natuur zichzelf organiseert.

1. Een vruchtbare bodem doet floreren

De interne cultuur van een organisatie is de ‘bodem’ voor het extern succes: een rijk en veerkrachtig ecosysteem bouwt namelijk voort op een vruchtbare bodem. Een constructieve, aangename, plezierige, transparante en respectvolle interne bedrijfscultuur zorgt voor meer gemotiveerde werknemers, een hogere creativiteit, een hoger zelfoplossend/zelfherstellend vermogen en aantrekking van meer talent. Deze factoren zijn essentieel voor succes.

2. Elk element op de juiste plaats

De natuur organiseert haar elementen zodanig in functie van tijd en plaats dat het geheel van de elementen steeds meer is dan de som van de onderdelen. De focus ligt hierbij op het stimuleren van samenwerking tussen de verschillende onderdelen. Coöperatie, niet competitie, doet bossen groeien. Vertalen we dit principe naar de bedrijfswereld dan komt het er op neer om te zorgen dat de werknemers over de juiste competenties beschikken voor de functie die ze uitvoeren.

De praktijk leert ons dat er veel te weinig stil wordt gestaan bij welk soort competenties nodig zijn voor welk soort werk. Vaardigheden zijn namelijk niet intrinsiek verbonden aan het behaald diploma. Jammer genoeg lopen er nog steeds veel dingen mis omdat de verkeerde vaardigheden worden ingezet op de verkeerde plaats.

Als in de natuur een element op een verkeerde plaats staat, verziekt de omgeving: gezondheid en rijkdom nemen af. Zo weet elke tuinier dat aardappelen en tomaten best niet dicht bij elkaar worden geplant want ze beïnvloeden elkaar nadelig. Kenmerkend voor een ziek (eco)systeem is bijgevolg dat de samenwerking faalt. Een betere match tussen talent en functie/positie geënt op het stimuleren van samenwerking is bijgevolg bevorderlijk voor het succes van de organisatie.

3. Geen monoculturen maar diversiteit

Monoculturen zijn gericht op maximalisatie van de opbrengt. Monoculturen zijn echter grotendeels afhankelijk van stabiele omstandigheden. Denk maar aan hoe de invloed van onverwachte weersomstandigheden (droogte, overvloedige regen, hagel, storm) de oogst van landbouwgewassen significant kan doen verminderen of zelfs geheel doen mislukken. Monoculturen zijn dus niet goed aangepast om met dergelijke onverwachte omstandigheden (crisissen) om te gaan. Ze zijn weinig veerkrachtig.

De natuur  is georganiseerd op een wijze die gericht is op diversiteit. Dankzij de diversiteit in elementen en functies kan de natuur adaptief omgaan met verrassingen of schokken. Wat zien we echter in de praktijk in het bedrijfsleven? De meeste organisaties zoeken mensen met ervaring in de sector en diploma’s binnen haar domein. In andere woorden, vele bedrijven van vandaag zijn georganiseerd als monoculturen waarbij de maximalisatie van de korte termijnwinst leidend is. Dit brengt  ook met zich mee dat deze organisaties weinig adaptief en veerkrachtig zijn ten aanzien van crisissen en dit is niet altijd gunstig voor de overleving van het bedrijf op de lange termijn.

Proactief mensen aanwerven met een diploma buiten het domein en met ervaring buiten de sector kan een organisatie op verschillende manieren verrijken: deze mensen werpen een nieuw perspectief op het gangbaar denken en handelen, leggen vaak sneller knelpunten bloot, kunnen bruggen bouwen naar andere domeinen/sectoren en zijn vaak beter in staat om nieuwe opportuniteiten te identificeren. Een belangrijke tip voor organisaties is dus: vis eens buiten de gangbare vijver en geef de witte raven voldoende ruimte om kruisverbanden te identificeren en kruisbestuivingen te stimuleren.