Contact Us

Use the form on the right to contact us.

You can edit the text in this area, and change where the contact form on the right submits to, by entering edit mode using the modes on the bottom right. 

28 Vrijheidslaan
Koekelberg, Brussel, 1081
Belgium

+32 497552244

Blog

Open blog ter ere van de duurzame revolutie.

Filtering by Category: Klimaatverandering

Eurostat: Belgische CO2-uitstoot stijgt met 4,7%

Niel Staes

Na een slecht begrotingsrapport krijgt België vandaag nog een tweede domper van Europa. Eurostat maakte vandaag een eerste inschatting bekend van de CO2-uitstoot uit energiebronnen van de E.U.-landen voor 2015. Het rapport maakt ook een vergelijking met 2014 en de resultaten zijn niet echt opbeurend, noch voor Europa, noch voor België.

Europese CO2-uitstoot stijgt met 0,7%

In de meeste Europese landen ging de uitstoot de hoogte in. De positieve signalen uit de duurzame energiemarkt krijgen met deze berekening toch een kanttekening. Slechts acht landen konden immers een positieve trend noteren. Malta (-26.9%), Estland (-16.0%) en Denemarken (-9.9%) voeren de lijst aan. De opvallend sterke daling in Malta is te wijten aan het sluiten van een grote energiecentrale.

Als we de resultaten van 2014 en 2015 samen nemen zijn er maar drie Europese landen die er in beide jaren in slaagden om beter te doen dan het Europese gemiddelde en een daling in beide jaren te noteren: Denemarken, Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk.

Belgische CO2-uitstoot stijgt met 4,7% 

Bovenaan de lijst met slechte leerlingen vinden we in de top drie Slovakije (+9.5%), Portugal (+8.6%) en Hongarije (+6.7%). Ons land staat niet op het podium, maar haalt met een stijging van 4.7% wel een vierde plaats. Toch is de impact van die stijging groter dan de landen bovenaan de lijst. België is immers verantwoordelijk voor 2,5% van de Europese uitstoot.

Als je alle statistieken zou vertalen naar nominale toename, doet België het iets minder slecht. De beperktere percentuele CO2-toename in landen als Italië, Spanje en Frankrijk heeft immers een grotere impact op de globale Europese score. Desalnietemin is deze schatting een serieuze opdoffer voor het Belgische energiebeleid. Het klimaat- en energiedebat staat de laatste dagen al vooraan alle kranten en met dit nieuws wordt de urgentie voor een duidelijke visie en beleid alleen meer steviger onderstreept. Dan is er nog de globale context. De Europese klimaatdoelstellingen zijn immers een optelsom van nationale doelstellingen. Het Belgische engagement naar 2020 komt hiermee serieus onder druk te staan. Daarnaast volgt er nog een pittige onderhandelingsronde n.a.v. de beloftes in Parijs. Dit nieuwe rapport confronteren alle Europese landen immers met de naakte cijfers.

Minder zachte winter, Falende Kerncentrales en tochthuizen ...

2015 was aanzienlijk kouder dan 2014. Met een cumulatieve score van 2112 graaddagen werd er meer gas gestookt in België dan in 2014 toen we slechts 1828 graaddagen hadden. Dat leidde volgens Eurostat tot een toename van het aantal verwarmingsdagen van zo'n 13%. Ook de onbetrouwbare nucleaire energievoorziening en een gebrek aan hernieuwbare energie zorgden voor een toegenomen gebruik van fossiele brandstoffen. De kerncentrales genereerden maar liefst 23% minder energie in 2015 ten opzichte van 2014. Die twee factoren zorgden voor een toename van de gasverbranding van 10%. Een klein deel werd ook opgevangen door hernieuwbare energie, waarvan de productie steeg met zo'n 4%.

Nu eigenlijk liegen we een beetje, want eigenlijk was niet 2015 een uitzonderlijk jaar, 2014 was dat. Het gemiddeld aantal graaddagen telt een equivalent van 2301. Zowel 2014 en 2015 waren dus zachte jaren, alleen was 2014 uitzonderlijk zacht. De hoerastemming vorig jaar, toen België een daling van 1% liet noteren blijkt dus totaal misplaatst. Niet enkel scoorden we toen, en nu weer, barslecht binnen Europa, maar is er in de laatste twee jaar structureel weinig gebeurd. De positieve resultaten waren meer het gevolg van het weer (en het klimaat) dan van het beleid.

Belangrijke noot: Het is belangrijk om weten dat de import/export van energie een grote impact heeft op de resultaten. Als je steenkool importeert om lokaal te verbranden heeft dit uiteraard een negatieve impact om je CO2-uitstoot, maar wanneer je elektriciteit importeert, vertaalt dit zich niet in je eigen nationale cijfers en komt de rekening op conto van het producerende land.

België importeert immers bijzonder veel energie. Onze flikkerlicht-kerncentrales zorgen ervoor dat op piekmomenten vaak Franse en Nederlandse energie moet worden geïmporteerd. Deel daarvan komt uiteraard uit duurzame bronnen en kernenergie, maar het is dus niet ondenkbaar dat de Belgische uitstootcijfers eigenlijk een onderschatting zijn van onze consumptie-impact.

Ecopolis: "Wie nu niet op de trein springt, heeft hem gemist." - Debat 2

Niel Staes

Het tweede debat van Ecopolis blikte terug op en vooruit na het klimaatakkoord van Parijs. Het panel oogde bijzonder groen met vertegenwoordigers van The Shift, Greenpeace en Climate Express. Vreemde eend in de bijt was Karel Verhoeven van de Standaard. Hij startte het debat met een klassieker: "Klimaatverandering is één van de moeilijkste onderwerpen voor de media. Het is traag, structureel en het moet nog gebeuren. Klimaatberichtgeving bleef in het verleden te vaak hangen in symboliek. Ook het klimaatactivisme was trouwens lange tijd in hetzelfde bedje ziek."

 Karel Verhoeven

Karel Verhoeven

Toch zag Verhoeven beterschap in de berichtgeving vorig jaar. "Belangrijke omkeer kwam er voor ons door de intense samenwerking met de Guardian en hun 'Keep it in the ground'-campagne. Door het economische aspect in kaart te brengen, wordt het verhaal tastbaarder voor onze lezers. 'In de toekomst zal olie niet meer lonen.' is een duidelijke boodschap. Zo kan je de harde kant van het klimaat vertellen en het debat rond de omslag beginnen voeren. Lezers vinden klimaat een belangrijk onderwerp. We zien dat ook in de leesscores."

Sabine Denis (The Shift), Faiza Oulahsen (Greenpeace) en Natalie Eggermont (Climate Express) stelden zich daarna kort voor. Het debat kwam echter pas echt op gang nadat moderator Genet de vraag aan het publiek stelde: "Wie denkt er dat het klimaatakkoord iets fundamenteel heeft veranderd?" ... Een eenzame ziel (yours truly) stak zijn hand op. Het cynisme van de zaal bracht direct wat spanning hun het debat. Eggermont erkende dat het akkoord op zich niet voldoende is, maar het geeft wel een stok om de komende jaren mee te slaan. "Als burgerbeweging moeten we zoeken naar nieuwe momenten om te mobiliseren de komende jaren. Daarnaast moeten we beslissingsnemers continu herinneren aan hun Parijse belofte."

 Faiza Oulahsen

Faiza Oulahsen

Ook Oulahsen van Greenpeace ziet een duidelijke kentering: "De positie van China is toch grotendeels bepaald door de top in Parijs. Bovendien is er nu ook klaarheid voor het economische systeem. Oliemaatschappijen verliezen niet alleen economisch, maar moeten ook inboeten op vlak van politieke macht. Je stapt nu op de trein of je mist hem." Eggermont matigde wel met een oproep voor een zeker realisme. "Misschien is er op termijn ook nood aan een omschakeling van symbolische naar harde acties. De plannen die nu op tafel liggen bieden totaal geen pad naar de 1,5 °C. Kijk ook naar de beurzen, als er fundamenteel iets veranderd is, waarom zien we dan geen beweging daar. Er is geen breuk met 'business as usual'."

"Sinds Parijs is er inderdaad wat minder geschreven over klimaat. Er is wel veel aandacht geweest voor energie en energiepolitiek. Ik denk ook niet dat de klassieke klimaatbijlages nog gepast zijn, omdat het overduidelijk zo'n horizontaal thema geworden is." vertelde Karel Verhoeven. Oulahsen was daar niet zo tevreden mee. "Het probleem van klimaat expliciet uit het debat te weren is dat de discussie vaak zeer amoreel gevoerd wordt." Daar kon Verhoeven zich wel in vinden. "We moeten inderdaad oppassen dat het amorele discours een imoreel verhaal wordt."

 Natalie Eggermont

Natalie Eggermont

Meest spanning het debat zat er tussen Oulahsen en Eggermont. Hoewel ze de analyse van het probleem volmondig delen, voelde je dat er rond het debat 'Wat na Parijs?' geen eensgezindheid was. Oulahsen pleitte om te blijven gaan voor de positieve aanpak. "Uiteraard is de verandering niet altijd zichtbaar, maar de kolencentrales sneuvelen wereldwijd wel aan een razend tempo. Ook de transitie op de beurzen neemt tijd in beslag. Grote fondsen zoeken wel naar nieuwe duurzame investeringsmogelijkheden en die bieden zich langzaam aan." Eggermont ziet dan weer dat wanneer er hoogdringendheid zich aanbiedt op andere thema's er plots wel geld ter beschikking is. "De banken worden gered met een vingerknip en na aanslagen in Parijs en Brussel was er geen enkele barrière om snel te ageren."

 Sabin Denis

Sabin Denis

"De traagheid en lamlendigheid waarmee nu die Vlaamse klimaattop eraan komt, is veelzeggend. Onze regering vind geen positie in dit verhaal omdat ze niet durft te zeggen dat er winnaars en verliezers zullen zijn in dit verhaal." sloot Verhoeven aan. Ook Sabine Denis van The Shift was zeer pessimistisch over de Belgische aanpak. "Ik word er moedeloos van. Ik zie geen ambitie of daadkracht de komende jaren. Het is minimum minimorum in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Ik kijk vooral hogerop en naar de samenwerking achter de schermen die er toch meer en meer komt in de bedrijfswereld."

Het debat sloot af met een optimistische noot. "Zelfs wij met Climate Express waren verbaasd van het mobiliserende vermogen dat klimaat heeft. Oostende was een enorm succes en het is uit die publieke interesse dat we moed moeten putten voor de toekomst." aldus Natalie Eggermont.

Verbiedt Oostenrijk binnenkort de verkoop van fossiele wagens?

Niel Staes

Terwijl Vlaanderen zich opmaakt voor de Vlaamse klimaattop volgende week, heeft het Oostenrijkse Ministerie van Leefmilieu en Landbouw haar huiswerk al op orde. Ter opvolging van de historisch COP21 bracht het Agentschap voor Leefmilieu, een onderdeel van het ministerie, in samenwerking met een aantal private partners, zopas een stevig rapport uit met een hele reeks aanbevelingen voor de komende jaren.

Het rapport gaat complexloos en ambitieus voor een CO2-taks, een significante daling van broeikasgassen en een verbod op de verkoop van diesel- en benzinewagens in 2020. Oostenrijk is sowieso al bij de betere van de Europese klas, maar desondanks zijn de voorgestelde doelstellingen naar hernieuwbare energie en energiebesparing opvallend scherp.

De aanbevelingen zorgen voor heel wat discussie over de klimaatagenda. Vooral het eerste voorstel aangaande fossiele wagens zorgt voor de nodige deining. Een kort overzicht:

Verbod op de verkoop van fossiele wagens

De strijd tegen benzine en dieselwagens is geen nieuw fenomeen. Oslo kondigde recent aan dat ze deze wil verbannen uit de stad vanaf 2025. Het agentschap verwijst dan ook expliciet naar Oslo als voorbeeld maar wil het anders aanpakken. Ze stelt voor het aanbod aan fossiele wagens aanzienlijk inperken door een quasi verbod op de verkoop uit te vaardigen in 2020. "Bestaande voertuigen gaan we niet viseren." aldus Jürgen Schneider van het ministerie. "Maar het is duidelijk dat de shift mogelijk is, gezien veel producenten nu al bezig zijn met de ontwikkeling van elektrische wagens."

Meer ambitieuze energiedoelstellingen

Als we de beloftes van Parijs moeten nakomen, zal er een stevig tandje bijgestoken moeten worden. Oostenrijk heeft nu reeds een Europese doelstelling van 34% hernieuwbare energie in 2020 en zit op schema dit te halen. Zo haalde men in 2013 reeds 32,4% en staten als Neder-Oostenrijk slagen er nu al in om op sommige dagen 100% elektriciteit uit hernieuwbare bronnen (vnl. hydro) te putten.

Toch legt het rapport de toekomstige lat bijzonder hoog. Doelstelling voor 2030 t.o.v. 2005 wordt 61% en voor 2050 91% . Daarmee gaat uiteraard ook een sterke daling van het gebruik van fossiele brandstoffen gepaard. Broeikasgassen uit die bron moeten dan ook naar beneden met 60% in 2030 en 90% in 2050 (zie tabel). Ten slotte moet ook energieconsumptie dalen. Met maar liefst 20% tegen 2030 t.o.v. 2010.

Met CO2-taks naar duurzame transport- en bouwsector

Transport en mobiliteit zijn verantwoordelijk voor 45% van de uitdaging. Niet alleen raadt het rapport een uitbreiding van openbaar vervoer aan, maar ook een volledige omschakeling naar een elektrisch net. Benzine- en Dieselprijzen moeten omhoog via een CO2-taks, autogebruik naar beneden en de transportindustrie moet de switch maken naar biogas en waterstof.

De nota pleit ook voor een CO2-belasting in de bouwsector en woningmarkt. Vanaf 2020 zou een stijgend aandeel van de roerende bepaald worden door het energieprestatiecertificaat. Daarnaast is er ook een aantal andere shifts nodig zoals veel beter en meer geïsoleerde huizen en een verdichting van de inplanting van nieuwe woningen. Meer landelijke gebieden moeten voor verwarming overstappen van olie en gas naar vast biomassa. Aardgas kan vervangen worden door biomassagas. In stedelijke omgeving kijkt men dan weer naar warmtepompen.

Je kan de hele reeks aanbevelingen, opgesplitst per sector, nalezen in het rapport. Zo zijn er ook een aantal richtlijnen voor de zware industrie opgenomen.

Reacties bleven niet uit

De reacties op het verbod op de verkoop van fossiele wagens - het meest controversiële voorstel - bleven niet uit. "Een late 1-april grap." aldus de Oostenrijkse Kamer van Koophandel. En ook de vereniging van auto dealers noemt de ambitie een utopie. Slechts 0,1% van de huidige wagens die worden verkocht zijn elektrisch.

Wouter Peeters: "Zieke aarde heeft nood aan helende jongeren"

Chloë Carlens

 Wouter Peeters

Wouter Peeters

Met hoop, inspiratie en motivatie keken heel wat jongeren naar de klimaattop in Parijs, nu drie maanden geleden. Op 12 december leek hun smachten naar een klimaatvriendelijkere wereld te worden ingelost: er was een akkoord waarbij ieder land het eens was om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de twee graden. Maar intussen staat die hartelijke sfeer van coöperatie echter zwaar onder druk.

Klimaatonderhandelaars, media en milieubeweging reageerden bijna allemaal euforisch na de tiendaagse klimaattop in Parijs. Na de mislukte top in Kopenhagen, in 2008, was er eindelijk weer de wil om samen te werken en dat resulteerde in een wettelijk bindend akkoord.

Naast het beperken van de opwarming van de aarde tot beneden de twee graden moet elk land voortaan regelmatig verslag uitbrengen over hun milieuvriendelijke maatregelen aan de Verenigde Naties. Rijke landen zullen ook arme landen financieel moeten helpen om hun uitstoot terug te dringen.

Hernieuwde samenwerking

Wouter Peeters noemt die sfeer van coöperatie hét grote succesverhaal van de top. Peetersis gastdocent sociale en politieke filosofie aan de Universiteit Gent en doctoreerde met een onderzoek naar verantwoordelijkheid inzake klimaatverandering. “Als er één ding is waar we optimistisch over kunnen zijn, is het wel over die sfeer van hernieuwde samenwerking, want het klimaatprobleem is zodanig groot dat geen enkel land het afzonderlijk kan aanpakken.”

Toch blijft het klimaatprobleem volgens Peeters een ‘race to the bottom’. Realisme lijkt in het akkoord voor idealisme te komen. “Als we echt idealistisch waren geweest, hadden we onszelf strengere doelen opgelegd”, geeft hij toe.

Gebrek aan ambitie en idealisme

De jonge ethicus verduidelijkt waarom er in het debat toch steeds plaats moet blijven voor idealistische gevoelens: “We zijn de aarde erg ziek aan het maken en we zullen er met zware antibiotica tegen aan moeten, willen we de aarde weer gezond krijgen. Pleisters alleen helpen niet langer.”

Het gebrek aan ambitie en idealisme wekt ook nogal watfrustratie op bij jongeren. Uit de klimaatenquête van jeugddienst Globelink bleek dat jongeren zich bewust zijn van het klimaatprobleem en dat ze vol vuur de strijd willen aangaan. Alleen hebben ze geen idee hoe ze hun idealisme kunnen omzetten in realisme.

Peeters meent dat jongeren niet moeten wanhopen: “Als iedereen zijn of haar kleine steentje bijdraagt, gaan we echt wel een wereld van verschil maken. Jongeren moeten zeker en vast niet denken dat klimaatverandering voor hen te groot is om aan te pakken.”

Hoop op jongere generaties

Ik wil de vorige generaties zeker niet blameren, maar ik denk dat zij het moeilijk hebben om te aanvaarden dat het materialisme dat zij altijd hebben nagestreefd, en waarin ze ook succesvol zijn geweest, uiteindelijk slecht is gebleken voor onze planeet.
— Wouter Peeters

“Jongere generaties”, vervolgt Peeters, “zeulen het psychologische probleem van eerdere generaties niet mee. Ik wil de vorige generaties zeker niet blameren, maar ik denk dat zij het moeilijk hebben om te aanvaarden dat het materialisme dat zij altijd hebben nagestreefd, en waarin ze ook succesvol zijn geweest, uiteindelijk slecht is gebleken voor onze planeet.”

Hij kijkt daarom vol verwachting naar de jongeren: “Zij kunnen de materialistische idealen doorbreken en hun leven op een veel milieuvriendelijkere manier invullen. Hoe je het ook draait of keert: bestaande klimaatonvriendelijke mythes, alsof de auto handiger is dan het openbaar vervoer bijvoorbeeld, zullen op een zachte manier aangepakt moeten worden, zodat mensen gemotiveerd raken om hun eigen gedrag te veranderen.”

Fossiel van de dag

Mythes doorbreken is niet vanzelfsprekend in een land dat op de eerste dag van de klimaattop tot fossiel van de dag werd uitgeroepen, vanwege het uitblijven van een intern klimaatakkoord. “Wij doen het lang niet slecht: vergelijk met de VS en ik stel vast dat ze daar per persoon het dubbele CO2 uitstoten. Maar het gevaar bestaat dat we zullen afzakken naar de staart van Europa als we verder doen zoals we nu bezig zijn. Daarom vestig ik mijn hoop op jongeren, en bij hen zie ik veel potentieel om een mentaliteitswijziging door te voeren.”

Peeters legt uit hoe jongeren hun idealisme wel degelijk kunnen omzetten in daadkracht: “Er zijn drie dingen waarmee ze een wezenlijk verschil kunnen maken: ten eerste kunnen ze hun ecologische voetafdruk verminderen. Met elke gram CO2 die er minder uitgestoten wordt, zal de klimaatverandering minder erg worden. Ten tweede is er behoefte aan politieke actie, gericht aan de regering én aan de dichte omgeving. Jongeren kunnen vrienden en familie overtuigen om de thermostaat een graadje lager te zetten - zulke dingen.”

“Ngo’s steunen”

Tot slot iets waar mensen zich maar weinig bewust van zijn: het klimaatprobleem kan ook worden aangepakt door ngo’s te steunen in hun strijd tegen armoede. Klimaatverandering hangt volgens Peeters honderd procent samen met armoede. “Arme mensen en landen zijn nu eenmaal kwetsbaarder voor de klimaatverandering. Door hen te steunen, kunnen zij zich beter wapenen tegen de effecten van klimaatopwarming”, zegt Peeters vastberaden

Het klimaatprobleem kan volgens Peeters dus niet enkel opgelost worden door collectieve actie. Anders gesteld: politieke actie is meer dan enkel een protestmars in Brussel. “Wat individuen en dus jongeren doen, heeft ethische betekenis en een reëel effect.”

Het klimaatakkoord van Parijs is realistisch en geeft richtlijnen waarmee jongeren aan de slag kunnen om onze zieke aarde te helen. “Ondanks mijn pessimisme rond het klimaatakkoord mogen we ook niet vergeten dat de EUeen voorloper is. We scoren redelijk goed als we ons vergelijken met de rest van de wereld. Al is goed niet goed genoeg. Iedereen moet vanaf nu gewoon klimaatactie ondernemen: en met iedereen bedoel ik iedereen! Niemand mag of kan ontsnappen - daarvoor is het probleem gewoonweg te alomvattend”, besluit Peeters.

© 2016 – C.H.I.P.S. StampMedia – Chloë Carlens
Coverfoto: Bailey Cheng (Flickr)

Hoe blikken wetenschappers terug op COP21-klimaatakkoord?

Niel Staes

Het Parijse klimaatakkoord ligt ondertussen zo'n twee maanden achter ons. Het is voorlopig relatief stil in de pers. Toch wordt er achter de schermen naarstig verder gewerkt door o.a het IPCC. Zo vond er bijvoorbeeld deze week in Oslo nog een top plaats rond klimaatcommunicatie. De IPCC-klimaatagenda voor 2016 oogt dan ook bijzonder druk. De volgende belangrijke stap in het klimaattraject is de ratificering van het akkoord.

Belangrijke datum voor dat proces is 22 april. Dan vindt in New York de 'Agreement Signing Ceremony' plaats. Op het VN hoofdkwartier wordt het klimaatakkoord ondertekend. Alle landen hebben daarna dan een jaar om het te ratificeren en te bekrachtigen. Deel van het akkoord stipuleert dat wanneer 55 landen, die samen minstens 55% van de uitstoot wereldwijd vertegenwoordigen, nodig zijn om het akkoord officieel van kracht te doen gaan. Een haalbare kaart volgens velen en de hoop is dan ook dat het akkoord reeds dit jaar die mijlpaal bereikt.

Nu de tekst al even bekend is, blikken ook klimaatwetenschappers en journalisten terug op de afgesproken doelstelling. Soms kan een beetje afstand van het hele gebeuren immers dingen wat meer in focus brengen. Yale Climate Connections liet recent enkele wetenschappers (o.a. Michael Mann en Jim Hansen) en journalisten aan het woord en vroeg hen naar hun mening over de deal in Parijs. Dat levert een interessante terugblik en een vrij positieve analyse van de klimaattop op.

When historians look back at the Paris agreement some 20 years from now, it will be widely seen as a “turning point” in the global reliance on fossil fuels.
— Ben Santer
With nearly 200 nations for the first time committing to lowering their carbon emissions, I don’t think we can overstate how important that agreement was.
— Michael Mann

Groenland smelt steeds sneller

Floris Van Cauwelaert

 Bron: UCLA

Bron: UCLA

Op Groenland ligt, op Antartica na, de grootste massa ijs ter wereld. Een versnelling in het smelten van die ijsmassa op Groenland was de laatste jaren al vastgesteld en wordt beschouwd als de belangrijkste bron van de stijging van de zeespiegel. Tussen 2003 en 2009 vloeide zo jaarlijks 243 gigaton ijswater naar de zee. Wetenschappers studeren nu vooral op de dynamieken in de 242 gletsjers van Groenland om echte patronen te herkennen en modellen te ontwikkelen om eventuele toekomstige smelt beter te begrijpen en voorspellen. (oa UCLA professor Laurence Smith, auteur van The New North, voerde één van de meest uitgebreide onderzoeken, zie eerste video hieronder onder)

Een belangrijke vaststelling was dat water in vloeibare vorm werd opgeslagen in de sneeuwlagen van de gletsjers. Deze sneeuwlagen of firn zou een quasi-ongelimiteerde capaciteit hebben om water op te slaan, een goede zaak anders zouden er nog meer gigatons wegvloeien. De vrees bestaat nu dat de firn door opeenvolgende warme jaren sterk veranderd is. 

Wetenschappers hebben vastgesteld dat er zich in de sneeuwlagen meer en meer ijslenzen vormen die het water niet meer laten doordringen maar sneller afvoeren via de rivieren smeltwater aan de oppervlakte van de gletsjers.

Wetenschappers hebben vastgesteld dat er zich in de sneeuwlagen meer en meer ijslenzen vormen die het water niet meer laten doordringen maar sneller afvoeren via de rivieren smeltwater aan de oppervlakte van de gletsjers. Dat beschrijven ze in een artikel in Nature Climate Change. Zo zou het smelten én afvoeren van water een versnelling hoger kunnen schakelen. Sneeuwlagen kunnen zich herstellen, maar dat is een proces van tientallen jaren, intussen wordt mogelijk al veel schade veroorzaakt. De vaststellingen zijn enkel gebeurd in West-Groenland waar de smelt de laatste jaren ook het grootst was. Het is afwachten of dezelfde effecten ook elders op Groenland worden geconstateerd.  

Klimaatprojecten van bij ons in beeld gebracht

Wouter Florizoone

Steden en gemeenten maken werk van lokaal klimaatbeleid en dat mag gezien worden. Zo liet de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO) een road movie maken over klimaatprojecten in België onder de titel : ‘De ronde van klimaatneutraal België’. Daarnaast geeft de provincie Vlaams-Brabant via de documentaire ‘Duurzaam duurt het langst’ een inkijk in 4 van haar 23 lopende klimaatprojecten. Beide documentaires zijn vers van de pers.

Lokale oplossingen voor een mondiaal probleem

Via een persprijs steunt de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling FRDO al zes jaar lang de berichtgeving rond duurzame ontwikkeling en klimaatbeleid. Recent is men nog een stap verder gegaan, en heeft de FRDO een reportage gefinancierd die klimaatinitiatieven op lokaal vlak onder de aandacht brengt. Deze reportage werd voor de eerste keer in december 2015 vertoond tijdens een side-event van de COP Parijs.

“De ronde van klimaatneutraal België” werd gemaakt door productiehuis Rumblefish en consultancybureau Zero Emission Solutions. De bekende Gentenaar Jan Matthys gaat daarbij als presentator op zoek naar lokale oplossingen voor het mondiale klimaatprobleem. Van Gent over Aalst naar Flobecq, Brussel, Houthalen , Luik, Waimes en Malempré : telkens met een duurzaam vervoermiddel, dat spreekt voor zich.

Diverse initiatieven in uiteenlopende domeinen komen aan bod: voeding, energie, mobiliteit, wonen en bouwen, waarbij zowel lokale overheden als burgers, organisaties en bedrijven betrokken zijn. Windmolens, fietsstraten, moestuintjes, zonnepanelen, plaatselijke voedselmarkten, dakisolatie, warmtenetten op basis van snoeisel of mest ... er gebeurt veel in ons land. Van de road movie is er een trailer en volledige versie. De reportage mag in zijn geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor publieke presentaties (fora, studiedagen ...) mits melding vooraf aan koen.moerman@frdo.be. Er is ook een DVD-versie in hogere resolutie beschikbaar voor vertoningen, die men via hetzelfde mailadres gratis kan lenen.

Duurzaam duurt het langst

Hetzelfde verhaal in de documentaire van de provincie Vlaams-Brabant waarbij 4 recent opgestarte klimaatprojecten worden getoond in de praktijk. Deze projecten maken deel uit van een pool van 23 projecten die de provincie financiert.

In de docu wordt getoond hoe de Kyotomobiel in het Pajottenland ingezet wordt voor collectieve wijkrenovaties en (laagdrempelig) duurzaam bouwadvies voor iedereen. Daarnaast geeft De Bakermat een inkijk in de projectwerking rond ‘Duurzaam in de wieg’, waarbij jonge ouders in alle facetten van ouderschap worden gestimuleerd om duurzame keuzes te nemen.

Het 3de project is de duurzame kappers van Ecolife waar Charlotte Bossens van Maison Couleur aantoont hoe je als kapper ook heel wat kunt besparen op water, energie en productgebruik. Geknipt haar kan bovendien herbruikt worden als olieabsorptiemiddel.

Tot slot laat ook kok Geert Groffen zien hoe een klassieke grootkeukens met eenvoudige ingrepen een pak duurzamer kan werken.

De documentaire werd gemaakt door Storyrunner, het productiehuis van Stijn Van Baarle dat eerder ook al de Canvas-reportages ‘Heerlijke duurzame wereld’ en ‘Alles kan schoner’ maakte en is onderstaand te bekijken of via deze link. Een overzicht van alle lopende klimaatprojecten van de provincie Vlaams-Brabant is hier terug te vinden.

De reportage mag in zijn geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor publieke presentaties (fora, studiedagen ...) mits melding vooraf aan klimaatneutraal@vlaamsbrabant.be.

De trein blijft rijden! Op naar de volgende halte met de Climate express!

Rebecca Pers

Plan A van Climate Express bestond eruit 10.000 Belgen in Parijs te krijgen, 29 november, om een stevige vuist te maken voor het klimaat. Amper twee weken voor het startschot gooiden de aanslagen in Parijs roet in het eten. Méér dan twee jaar aan voorbereidingen met een enthousiaste ploeg vrijwilligers dreigden in het water te vallen. Gelukkig kwam de redding 6 december, toen de optocht alsnog doorging in de parel der badsteden, Oostende. Méér nog, de kaap van 10.000 werd overschreden want maar liefst 14.000 betogers vonden de weg naar Oostende. Of over hoe een enge droom toch nog eindigde in een sprookje.

Maar is this the end? Of dendert Climate Express nog steeds verder? En hoe dan? Waar staan we nu? En hebben klimaathelden ook ecozondes? Op de valreep van 2015 – jawel 31 december - werden deze vragen afgevuurd door Zeronauter Rebecca op Natalie Eggermont. Samen blikten ze ook vooruit op 2016.

Natalie, je bent spoedarts, leading lady van Climate Express en laat het meteen ook maar gezegd zijn, mijn klimaatheld. Hoe is het voor jou allemaal begonnen? Hoe ben je bij Climate Express terecht gekomen?

Tijdens m’n studies was ik al actief bezig met internationale samenwerking en ongelijkheid via 11.11.11. Het kantelmoment voor mij persoonlijk was een medisch rapport waarin stond dat artsen ook bezig moeten zijn met het klimaat omdat de gevolgen van de klimaatverandering alle vooruitgang op vlak van gezondheid in de brede zin van het woord teniet zouden doen. Overstromingen, droogte, onzuiver water, géén dak meer boven je hoofd, …..zijn een ernstige bedreiging voor de gezondheid. Dat rapport heeft me wakker geschud en doen inzien dat klimaat, gelijkheid en solidariteit niet los van mekaar gezien kunnen worden.

Toen ik student af was werd ik uit de studentenverenigingen gesjot en ging ik op zoek naar een nieuw engagement. Een vriend tipte me toen over een vergadering van ‘Klimaat en sociale rechtvaardigheid’, de beweging die een trein naar Kopenhagen inlegde voor de belangrijke klimaattop in 2009. We besloten snel om een trein te organiseren naar de klimaatonderhandelingen in Warschau.  Het werd een groot succes, de trein zat bomvol. Het enthousiasme op de terugweg was zo groot, dat daar de goesting en het idee ontstond om iets ambitieuzer op poten te zetten voor de klimaattop in Parijs met méér vervoersalternatieven zoals trein, bus, fiets, te voet. Het is daar op de terugweg van Warschau dat Climate Express eigenlijk het daglicht zag.

Met hoeveel mensen werd er gewerkt aan de Climate Express? En hoelang op voorhand zijn jullie eraan begonnen?

De voorbereidingen voor de klimaattop in Parijs zijn twee jaar geleden begonnen, vanaf Warschau en dat was in november 2013.

Méér dan 200 vrijwilligers hebben zich gesmeten, samen met de Locomotief, een team van een twintigtal mensen die samen de raad van bestuur vormen, zij zijn de machinisten of de trekkers van de organisatie. We zijn er zeer intensief mee bezig geweest de afgelopen jaren. Ik ben wel de voorzitster en dus de woordvoerder en het gezicht van Climate Express, maar alle belangrijke beslissingen worden samen genomen door de machinisten in de Locomotief en het is ook door het harde werk van iedereen dat we zover geraakt zijn.

En toen gooiden plots de aanslagen in Parijs roet in het eten. Hoe hebben jullie gereageerd op de aanslagen in Parijs? Een stresspiek gehad?

Op het moment dat het nieuws over de aanslagen binnenkwamen, zaten we in de laatste rush voor Parijs. Dat weekend werd één lange crisisvergadering in Victoria Deluxe in Gent. Zolang er geen tegenbericht kwam werkten we volop verder aan plan A nl. met 10000 naar Parijs, maar ondertussen was er ook al een team bezig met plan B,  een alternatief in Brussel. Maar het kabinet en de politie in Brussel zagen dit niet zitten dus werd er ook gestart met plan C, nl. een betoging in Oostende. Best raar en stresserend, werken aan drie scenario’s en beseffen dat uiteindelijk maar eentje het zal halen. Maar op zo’n moment ga je gewoon door.

Toen zondagavond François Hollande aankondigde dat hij de noodtoestand met 3 maanden wou verlengen voelden we nattigheid. Toen hebben we een half uur doodop en platgeslagen voor ons uit gestaard. Daarna zijn we om 23 u een café ingedoken met z’n vijven met het voornemen om niet meer over de mars te praten. Toch hebben we toen nog gebrainstormd en daar is besloten dat het echt een bijzondere mars moest worden. Een reis met de Climate Express moet ongewoon en onvergetelijk zijn. Voor ons was de mars in Parijs niet het grote einddoel. De weg ernaartoe, de reis met de trein, bus en fiets, was minstens even belangrijk. Onderweg is er tijd voor interactie, feest, debat,…. We willen dat mensen mekaar ontmoeten. Dat was ook het bijzondere aan de trein naar Warschau en dat is net datgene waar Climate Express voor staat en gaat.

We stonden erop een creatieve insteek te geven aan de betoging door zes check points in te bouwen op de route die onze zes eisen naar de politici symboliseren, zoals bv een lint op 1,5 meter hoogte waar de betogers onderdoor moesten kruipen om de grens  van 1,5 °C opwarming symbolisch aan te geven. Ook de rode mensenketting op het strand van Oostende was zeer indrukwekkend en geslaagd. We hebben daar achteraf ook heel positieve feedback op gekregen, dat het bijna zoals in een pretpark was, een aparte belevenis dus.

Een andere ludieke insteek was de thuismobilisatie waarbij mensen gewoon thuis in hun luie zetel konden protesteren door een selfie te maken en te posten op de sociale media.

Natuurlijk was het in eerste instantie een klap en teleurstelling dat het niet doorging in Parijs maar uiteindelijk zijn we er wel in geslaagd om 14.000 mensen te mobiliseren in Oostende. Het heeft aangetoond dat de bevolking wel degelijk geeft om het klimaat en klaar staat om daarvoor z’n stem te laten horen. Het ging dus niet zomaar om een citytrip naar Parijs. Dat men zich ondanks die tegenslagen niet liet tegenhouden toont net des te meer aan dat de klimaatbeweging echt heel sterk staat in België, en dat mensen zich niet zomaar laten tegenhouden om op straat te komen voor het klimaat.  

En het kostenplaatje? Zijn jullie daaruit geraakt na de onverwachte omstandigheden?

Wat het kostenplaatje betreft namen we een risico door geld te lenen bij de partners van de klimaatcoalitie zoals Oxfam, Greenpeace etc. Dit potje werd aangevuld met Europese projectsubsidies rond de COP21 en mobilisatie die op ons lijf geschreven waren. Ze werden aangevraagd en verkregen via JINT.

We hebben dan een begroting gemaakt van het hele kostenplaatje. Als de mobilisatie van 10000 Belgen zou lukken, dan zouden we break even draaien en konden we alle leningen terugbetalen.

Gelukkig konden we een aantal zaken zoals de bussen kosteloos annuleren na de aanslagen te Parijs. Maar dat lukt niet altijd, de SNCF vroeg toch €8500 voor de annulering en er waren ook kosten voor de jeugdherberg. We konden uiteindelijk 87% van het betaalde trein-of busticket  terugbetalen. Gelukkig hebben heel wat mensen de helft of hun hele ticket aan ons geschonken om het project verder te kunnen zetten. Daardoor hebben we het financieel gered.

In de media worden de resultaten van de COP21 overwegend een succes genoemd. Klopt dit volgens jou? Wat kan er beter?

Hoe je succes meet, hangt af van je verwachtingen. Waarvoor mobiliseren we mensen? Dit is een belangrijke vraag om het hele debat te kunnen nuanceren.

Op de plaats waar alle wereldleiders samenkomen wordt wetenschap vertaald in politiek en beleid. We mogen niet vergeten dat daar een pak eigenbelang en machtsspelletjes een rol spelen. Ik heb in mijn boek ‘Climate Express, sporen van verandering’ een heel hoofdstuk gewijd aan de manier waarop dergelijke onderhandelingen verlopen en waarom er zo weinig schot in de zaak komt. De COP21 werd zwaar gesponsord door multinationals - het was de meest gesponsorde klimaattop ooit - waarbij geprivilegieerde partners rond de tafel zaten zoals AirFrance, Renault, Nissan, BNP Paribas – een bank die in Frankrijk op nummer één staat wat investeringen in steenkool betreft– de kernenergielobby, etc. Als je bedenkt dat er in de zogenaamde ‘galérie des solutions’ (de zaal naast die van de wereldleiders) alleen maar mensen uit de privésector en onderhandelaars aanwezig waren, en geen enkele burger, dan moet je dat zogenaamde succes toch relativeren.

François Hollande had op voorhand aangekondigd dat het een succes ging worden, want ‘er ging sowieso een wereldwijd bindend akkoord komen voor de allereerste keer’. Succes werd gedefinieerd als het louter behalen van een akkoord, los van de inhoud ervan. We wisten dus dat een niet-zo-historisch akkoord ging verkocht worden als een historische mijlpaal en een hoera-verhaal. En dat is exact wat er gebeurd is.

Binnen de huidige maatschappelijke context klopt het dat dit een historisch akkoord is. Een context van extreme ongelijkheid, van machtsspelen, van multinationals aan de onderhandelingstafel en een economie die draait om korte-termijn winstbejag. Maar het is nu net deze huidige maatschappelijke context die wij kritisch in vraag stellen en zullen blijven stellen. Want waarom zouden we de context zomaar als gegeven aanvaarden? Wij willen een echte maatschappelijke koerswijziging, daar staan we met Climate Express voor. We willen niet alleen maar onze invloed uitoefenen op de beslissingen tijdens een klimaattop, maar veel meer dan dat zoals méér burgerparticipatie, méér solidariteit, eerlijkere machtsverhoudingen in de wereld.

Als je het in een breder plaatje bekijkt, wat er in een écht rechtvaardige wereld zou moeten gebeuren, dan is het akkoord eigenlijk niet goed. Daarom is het tijd dat we met z’n allen méér voorbij de klimaattoppen zelf kijken en de druk op de politieke agenda blijven opvoeren zodat alles ook in concrete daden omgezet wordt.

En hoe dendert de Climate express verder? Wat zijn jullie toekomstplannen voor 2016 en later?

Wij zijn nog altijd #niettestoppen, zoals we zeiden na de aanslagen. Er is nood aan een maatschappelijke koerswijziging. Méér participatie, méér democratie, méér internationale solidariteit. Wij willen de maatschappelijke context beïnvloeden en daarvoor moeten de krijtlijnen en het politieke kader gewijzigd worden. We willen vooral druk blijven uitoefenen op de politieke agenda. Zodat volgende keer niet langer de grote multinationals rond de tafel zitten tijdens de klimaattop, maar burgers, zoals jij en ik. Zodat elk land  een gelijke stem aan de onderhandeltafel krijgt etc.

Er werden hoge ambities vooropgesteld tijdens deze klimaattop en dat is positief. Maar momenteel is het nog een doos vol met mooie beloftes. Het is even zwak in z’n concrete engagementen als sterk in z’n retoriek.  De straffe retoriek is helaas omgekeerd evenredig met de concrete engagementen want die gaan nog steeds in de richting van een opwarming van 3°C, en niet naar de vooropgestelde en bejubelde 1,5°C. In de 21ste eeuw is de CO2 uitstoot met maar liefst 40% gestegen maar momenteel verandert er concreet nog niet veel. En dat is de realiteit.

We moeten dus in ons land en over de grenzen heen verder aan de slag om dit akkoord door te drukken, anders blijft het dode letter.

Hoe gaan jullie dit concreet aanpakken?

Onze eerste stap is luisteren naar alle mensen die we hebben gemobiliseerd. Daarvoor plannen we een grote debriefing, zaterdag 30 januari, gevolgd door een feest en een grote denkoefening op zondag 31 januari. Iedereen die op een of andere manier betrokken was of is bij Climate Express of mee wil denken over de toekomst, is welkom zaterdag 30 januari vanaf 14u, in La Tricoterie, in Brussel. We gaan dan de mensen bevragen over welke thema’s er leven en verder uitgewerkt moeten worden? Wat worden onze prioriteiten? De locomotief kiest bewust voor een participatief proces met ideëen van onderuit. Zowel op lokaal, nationaal als internationaal niveau willen we actie voeren, zowel laagdrempelig als grootschalig met méér ruimte om echte actie te voeren. Er liggen grote uitdagingen voor ons, zoals de klimaatrechtzaak, Uplace, Ringland, het langer openhouden van de kerncentrales, TTIP … er staat nog veel te gebeuren de komende jaren.

Ook voor Parijs hebben we heel breed gemobiliseerd, van thuismobilisatie in de zetel tot de massamobilisatie met 14000 in Oostende. Het laatste weekend was een actieweekend in Parijs. Op die manier hebben we het hele palet kunnen aanbieden aan de mensen en dat is ook een van onze troeven. Zo willen we het in de toekomst ook blijven aanpakken. Er is trouwens een wereldwijde actieweek op til in mei, tegen grote projecten die draaien op fossiele brandstoffen en kernenergie. We gaan nog bekijken welke rol Climate Express ook daar kan spelen.

Wat is jouw klimaattip voor Jan met de pet?  

Goh, dit is voor mij een beetje een strikvraag. Uiteraard is individuele gedragsverandering belangrijk maar bij Climate Express vinden we het nog veel wezenlijker om druk te zetten op politici om het kader te veranderen.

Nu is het zo dat het maken van duurzame keuzes niet evident is, integendeel, en dat komt door de maatschappelijke context waarin we leven. Iedereen denkt wel een individuele keuzevrijheid te hebben maar deze keuzes zijn meer gekleurd dan we denken. Als we eerlijk zijn moeten we toegeven dat het vooral blanke, gegoede hoogopgeleiden zijn die het zich kunnen permitteren om bewust bezig te zijn met duurzame keuzes zoals vegetarisch koken, huis isoleren, etc.

De burgerinitiatieven die nu opduiken zoals kringloopateliers ,energiecoöperatieven, ….zijn fantastisch maar botsen uiteindelijk op grenzen, grenzen die opengebroken moeten worden door politieke keuzes. Neem nu de bedrijfswagens, zolang die zwaar gesubsidieerd worden, met maar liefst vier miljard euro, zullen mensen massaal de auto blijven gebruiken voor hun woon-en werkverkeer. Het zou beter zijn deze centen te investeren in De Lijn en de NMBS, waar momenteel zwaar bespaard wordt. Dat is de wereld op z’n kop.

Dat de alternatieven er zijn bewijzen de burgers nu al, maar de politiek moet ook de ogen durven openen en mee op de kar springen.

Ik geloof sterk in de kracht van de burger maar deze moet ook verder over het muurtje van z’n eigen leven kijken, en op straat durven te komen om samen met de anderen, een signaal uit te sturen naar de overheid. Het is de overheid die uiteindelijk moet inzien dat het anders kan en moet.

Als burger ben je immers  veel meer dan alleen maar een consument die om de vier jaren een rood bolletje mag kleuren. Het is dus een optelsom van voor eigen deur keren maar ook daarbuiten.

Tot slot, Natalie, wat doe je zelf om je ecologische voetafdruk te beperken? En wat is jouw ecozonde?

Ik leef bewust en ik probeer echt  m’n ecologische voetafdruk  zo klein mogelijk te houden.  Ik vlieg niet, ik kook veganistisch en ik heb geen auto. Maar ik laat graag iedereen in z’n waarde. Ik hou er niet van om te preken dat mensen geen vlees mogen eten, etc. Toen ik nog voor het Tropisch instituut werkte nam ik zo’n 4 keer jaar het vliegtuig. Dat kon ik niet rijmen met duurzaamheid en daarom koos ik uiteindelijk bewust voor een job in eigen land namelijk als spoedarts in het ziekenhuis van Jette. Ik liet er een job bij de Wereldgezondheidsorganisatie voor schieten.

Maar er is toch één kleine ecozonde, elk jaar leen ik de moto van m’n broer, en ga ik met m’n papa lekker cruisen op kleine landweggetjes in Frankrijk of Spanje. Ik rijd gewoon heel graag met de moto. Dat zijn bijzondere vader/dochtermomentjes die ik echt niet zou kunnen missen.

Rebecca Pers

Wie heeft er baat bij een prijs op CO2?

Olivier Beys

Tussen de stortvloed aan hoeraberichten over het in Parijs bereikte klimaatakkoord viel één dissonante stem wel heel erg op, namelijk die van de bekende NASA-wetenschapper James Hansen. Hansen beschouwt Parijs als “één groot bedrog” omdat het belangrijkste probleem – de te goedkope fossiele brandstoffen – niet is aangepakt.

Voor Hansen, die in 1988 het thema klimaatverandering definitief op de agenda zette, heeft het gepalaver op de klimaatonderhandelingen geen enkel nut tenzij landen een globaal akkoord bereiken rond “carbon pricing”, met andere woorden het zetten van een prijs op de uitstoot van koolstof. De redenering is dat we momenteel niet de werkelijke kost betalen van CO2, en dat we die kost in de prijs moeten internaliseren via carbon pricing.

Hansen, die nog steeds grensverleggend en zeer actueel onderzoek publiceert, maakt een erg interessante observatie, omdat het akkoord van Parijs slechts aangeeft wat de langetermijndoelstelling is, m.n. de gemiddelde mondiale temperatuurstijging beperken onder de 2°C en streven naar een limiet van 1,5°C. Het akkoord spreekt zich niet uit over de manier waarop de verschillende landen dit moeten doen.

In de aanloop naar de top in Parijs is het idee van carbon pricing in heel wat aanbevelingen en rapporten zoals dat van het gezaghebbende New Climate Economy verschenen, maar is carbon pricing zoals Hansen beweert werkelijk de “silver bullet”? We focussen in wat volgt niet op de complexe discussie of een koolstoftaks dan wel een emissiehandelssysteem de voorkeur geniet – de kleur van de kat doet er niet toe, als ze maar muizen vangt – maar wel op het idee en de context in het huidige debat.

Carbon pricing zit in de lift

Momenteel valt ongeveer 22% van de mondiale uitstoot van broeikasgassen onder een systeem waarin een prijs op koolstof wordt gezet. De Wereldbank identificeert inmiddels bijna 40 landen en meer dan 20 steden en provincies waar reeds een instrument bestaat of waar een taks of emissiehandelssysteem (of een combinatie) ontwikkeld wordt.

Naast publieke instanties springen sinds kort ook grote bedrijven op de kar. Vorig jaar brachten meer dan 1000 bedrijven en investeerders hun steun voor carbon pricing uit. De Wereldbank richtte een “Carbon Pricing Leadership Coalition” op, het UN Global Compact ontwikkelde Business Leadership Criteria on Carbon Pricing en er was in 2014 het Global Investor Statement on Climate Change dat opriep tot een ‘stable, reliable and economically meaningful carbon pricing that helps redirect investment commensurate with the scale of the climate change challenge.’ Niet slecht voor een groep van meer dan 400 investeerders die een gezamenlijk vermogen van $24 triljoen vertegenwoordigen.

Naast deze verklaringen zijn er tot nu toe 450 grote bedrijven, tegenover slechts 150 in 2014, die de daad bij het woord voegen door ‘shadow carbon pricing’ in te voeren. Daarmee bepaalt een bedrijf intern een koolstofprijs van rond de $40/ton CO2 om innovatie en grondstoffenefficiëntie te bevorderen en om investeringsbeslissingen te bepalen, zo blijkt uit het Global Price on Carbon Report van CDP en een rapport van The New Climate Economy.

Olie- en gas klimt mee aan boord

Opvallend is dat niet alleen multinationals zoals Microsoft maar ook zware jongens uit de olie- en gasindustrie het idee genegen zijn. Zo toont bijvoorbeeld Jean-Louis Nizet van de Belgische petroleumfederatie zich in MO* een voorstander van een prijs op CO2. “Maar dan transparant, en in de mate van het mogelijke een prijs die voor iedereen, wereldwijd, geldt.” Het is een doorslagje van de oproep van 6 Europese olie-en gasmastodonten die op 1 juni dit jaar in een brief aan Laurent Fabius en Cristiana Figueres (van de UNFCCC) opriepen om carbon pricing in te voeren. Meer nog, sommige oliebedrijven passen zelfs shadow carbon pricing toe. Het grootste private oliebedrijf ter wereld, Exxon Mobil, zet al sinds 2007 een interne prijs op koolstof.

Dit lijkt op eerste zicht een merkwaardige zet van een industrie die er vanzelfsprekend geen belang bij heeft om versneld uit fossiele brandstoffen te stappen. Of toch niet? Hun argumentatie steunt hoofdzakelijk op de noodzaak van een duidelijk en stabiel investeringskader dat onzekerheid wegwerkt en investeringen in de juiste richting duwt, te weten in ‘low-carbon technologies’ waarmee ze onder meer Carbon Capture & Storage bedoelen. Het opvangen van CO2 in fossiele brandstofcentrales is voorlopig nog erg duur (zie grafiek hieronder) en dus zou een hogere prijs op CO2 een stimulans zijn om die technologie verder te ontwikkelen.

Ook willen deze bedrijven meer duidelijkheid verschaffen aan hun aandeelhouders over hun business model. In een wereld waar koolstofemissies drastisch omlaag moeten om de ergste impact van klimaatverandering te vermijden, is dat een belangrijk gegeven. Deze pluim mag de divest/invest beweging deels op haar hoed steken. Immers, als zelfs zwaargewichten uit de financiële sector, zoals de gouverneur van de Engelse Centrale Bank Mark Carney, investeringen in fossiele brandstoffen in vraag stellen, dan spitsen ook de bazen van Shell en Total hun oren.

De andere kant van de medaille

Nog steeds lobbyen heel wat bedrijven achter de schermen tegen carbon pricing ondanks hun publieke engagementen.

Dit alles klinkt allemaal heel mooi, maar het weerhoudt Exxon Mobil en anderen er alvast niet van om verder te investeren in koolstofintensieve projecten. En nog steeds lobbyen heel wat bedrijven achter de schermen tegen carbon pricing ondanks hun publieke engagementen. Een klassiek voorbeeld is Exxon dat in 2009 hevig lobbyde tegen Amerikaanse wetgeving rond emissiehandel.

Veel erger nog is dat ze carbon pricing steeds voorstellen als hét vlaggenschip van hun klimaatengagement, zonder meer. Om te oordelen waarom dit een probleem vormt, is het een goed idee om het aloude adagium van Cicero erbij te halen: Cui bono (of wie heeft er baat bij)?

Laten we dit even van naderbij bekijken aan de hand van een concreet voorbeeld, namelijk de oproep van 8 december tot carbon pricing van de Magrittegroep tijdens de klimaattop in Parijs. De Magrittegroep is een verzameling energiereuzen uit Europa waaronder EON, Eni en het bij ons bekende Engie (GDF Suez/Electrabel). Samen beheersen ze meer dan de helft van de Europese energieproductie.

Daarnaast pleit de Magrittegroep voor het stopzetten van hernieuwbare energiesubsidies ten voordele van een versterkt Europees emissiehandelssysteem (ETS). Ze weten immers zeer goed dat die hervorming een langdurig en moeizaam proces is, zoals de hervorming van het huidige ETS aantoont. Het groene Europarlementslid Claude Turmes merkt terecht op dat investeringen in hernieuwbare energie er de voorbije jaren enkel zijn gekomen dankzij wetgeving rond nationale doelstellingen en ondersteuningssystemen (in het kader van de EU 2020 doelstellingen rond klimaat en energie), en helemaal niet door het Europees emissiehandelssysteem.

De strategie om te focussen op een carbon price komt neer op een manoeuvre om een geleidelijke uitfasering van fossiele brandstoffen te vertragen.

De strategie om te focussen op een carbon price komt dus neer op een vertragingsmanoeuvre om het standpunt van de milieubeweging te counteren, m.n. een geleidelijke uitfasering van fossiele brandstoffen gekoppeld aan 100% hernieuwbare energie voor iedereen tegen 2050.

Waarom? In heel Europa delen de oude energiereuzen in de klappen, zoals de slechte financiële resultaten en de opsplitsing van de Duitse bedrijven E.On en RWE (vlak voor de top in Parijs) treffend illustreren.

In deze context is elke vorm van vertraging van de energietransitie van kapitaal belang om zich te herstructureren. Hun afrembeleid vindt wel degelijk weerklank in een aantal Europese beleidskringen.

Een concreet voorbeeld is het debat rond de Europese klimaat- en energiedoelstellingen voor 2030. Het principe waarbij elk land een bindende doelstelling voor hernieuwbare energie kreeg, is inmiddels opgegeven voor 2030 ondanks het duidelijke succes ervan in het EU 2020 pakket. Door geen bindende doelstelling per land te bepalen voor 2030, worden extra nationale beleidsmaatregelen investeringen in hernieuwbare energie afgeremd – het is immers onduidelijk welk land wat zal moeten doen om de (voorlopig) 27% hernieuwbare energie voor de EU als geheel te halen. Je ziet de verwijten en de ruzies onder EU-lidstaten nu al van ver aankomen.

Deel van de oplossing

Carbon pricing is een goed instrument om marktfalen tegen te gaan. Dat Parijs het momentum versterkt om hier werk van te maken is een uitstekende zaak. Maar het is geen goed idee om alle eieren in een mandje te leggen in navolging van de Totals en Shells van deze wereld. Zoals de hoofdeconome van de Climate Change Group bij de Wereldbank terecht aanhaalt, is een brede waaier aan complementaire maatregelen nodig voor de transitie naar een lagekoolstofmaatschappij.

Staatsinvesteringen, subsidies, standaarden, wetgeving en handelsbeleid kunnen – indien correct gebruikt – even goed leiden tot de vereiste innovatie en heroriëntering van productie- en consumptiepatronen. Bovendien is een duidelijk beleidskader dat via democratische besluitvorming tot stand komt even noodzakelijk als de participatie van burgers (door middel van energiecoöperaties bijvoorbeeld).

Zeker gezien de grote politieke en economische verschillen wereldwijd, heeft elk land een breder pakket aan maatregelen nodig dat naast carbon pricing bepaalde politieke of andere noden en beperkingen aanpakt. Als dit ontbreekt dreigt de effectiviteit en de (politieke) aanvaarding van carbon pricing eronder te lijden.

Tom Burke, voorzitter van E3G, verwoordt dat gevaar als volgt: ‘calling for a global carbon price will mobilise hostile, if covert, opposition from every finance ministry on the planet. […] Oil company CEOs lack neither intelligence nor experience. They have not overlooked the political problems of calling for a global price on carbon. They are counting on them. Their purpose is clear, to set a trap for unwary policy makers and environmentalists.

Een ambitieuze onderneming plaatst duurzaamheid in het DNA van haar structuur.

Hoe onderscheiden we dan een progressief bedrijf ten opzichte van een bedrijf dat slechts tijd probeert te winnen? Een ambitieuze onderneming plaatst duurzaamheid in het DNA van haar structuur. Het doet dat door ambitieuze en publieke klimaatdoelstellingen aan te nemen in lijn met de wetenschap, of door over te schakelen naar 100% hernieuwbare energie, zoals Ikea dat sinds 2009 1,5 miljard euro heeft geïnvesteerd in hernieuwbare energie en recent 1 miljard extra investeringen aankondigde om tegen 2020 alle winkels en fabrieken op hernieuwbare energie te laten draaien.

Misschien nog het allerbelangrijkste is dat bedrijven hun publiek discours ter ondersteuning van ambitieus klimaatbeleid in overeenstemming brengen met hun lobbywerk achter de schermen, zoals het WWF dit eist van bedrijven die deelnemen aan het Climate Savers programma.

Met het akkoord in Parijs is de kans daartoe in elk geval groter dan ooit. Damian Ryan, het hoofd internationaal beleid van The Climate Group zei nog voor de top in Parijs: ‘as opposed to Copenhagen, when negotiators, ministers and leaders were told that the low carbon future was on the horizon, now they can actually see it in action.’

Waakzaam blijven

Uiteindelijk staat er in het akkoord welgeteld één expliciete vermelding over carbon pricing (in artikel 137 van de Paris Decisions). Het gaat echter louter om de erkenning dat carbon pricing een belangrijke rol kan spelen. Wel staat in artikel 6 van het Paris Agreement dat landen hun zogenaamde ‘mitigation outcomes’ mogen transfereren naar andere landen. Dat betekent volgens de NGO Carbon Market Watch dat de deur wordt opengezet voor emissiehandelssystemen (zoals het Europese ETS systeem). Carbon Market Watch gaat er van uit dat de komende jaren extra regels worden uitgewerkt om misbruik (zoals het dubbel tellen van emissies) tegen te gaan.

Dankzij het proces naar aanloop van Parijs is het idee van een prijs op koolstof veel meer in de mainstream beland, maar het blijft opletten voor wolven in schaapsvacht die het idee misbruiken om elders klimaatactie te blokkeren.

Het momentum van Parijs

Niel Staes

Er is in de afgelopen twee dagen veel gezegd en geschreven over het klimaatakkoord. Het is historisch! Het is onvoldoende! Dit is ongezien! Dit is een mager beestje! Uiteraard ben ik me er van bewust dat het klimaat sinds zaterdag niet plotsklaps gered is en dat cruciale maatregelen nog ontbreken. Organisaties en individuen die zich al jaren inzetten voor het klimaat, mensenrechten, rechtvaardigheid, etc. blijven eveneens kritisch. Terecht ook dat zij zeer waakzaam zijn over de inhoud en het proces en ik luister dan ook met veel interesse naar hun kritische argumenten en bemerkingen. Ze zijn een meerwaarde voor het maatschappelijk debat en een kompas voor de strijd die we moet blijven voeren.

Geloofwaardig sceptisisme verdien je echter op basis van inzet in het verleden, maar er zijn twee andere vormen van 'kritiek' waar ik mijn buik volledig vol van heb. Enerzijds is er het ongelooflijke cynisme van van velen over Parijs. Het is een soort van pseudo-kritiek die zijn oorsprong vindt in onwetendheid en deel uit maakt van modieuze verzuring allerhande. Het zijn de gratuite commentatoren die hun ijle rants gelijkwaardig vinden aan de constructieve kritiek van NGO's, de bijdrages van wetenschappers of bezorgdheden van getroffen bevolkingsgroepen. Sorry, maar dit soort goedkope bagger draagt 0,0 bij tot het debat. Als verzuring je ding is, ga dan op de oceaanbodem wonen.

Anderzijds is er die kleine minderheid die zichzelf blijft zien als Galileo Galilei. Zij die zichzelf ondanks overweldigend bewijs en consensus, ridderen tot strijders van de wetenschap. De IPCC-sceptici die aan wal staan te roepen dat het allemaal niet aan ons - de nietige mens - ligt. Ze roepen dat wie niet naar hen luistert, de ogen sluit voor andere stemmen, de waarheid, de wetenschap... Inderdaad. Ik wil niets meer horen van deze dwalende kruisvaarders, want na Parijs heb ik mijn energie elders nodig.

 Wetenschappers als Jim Hansen zijn terecht zeer waakzaam en kritisch over de inhoud en het COP-proces en ik luister dan ook met veel interesse naar hun argumenten en bemerkingen.

Wetenschappers als Jim Hansen zijn terecht zeer waakzaam en kritisch over de inhoud en het COP-proces en ik luister dan ook met veel interesse naar hun argumenten en bemerkingen.

Parijs streeft naar een beperking van de temperatuur onder de 1.5 graden C en een CO2-evenwicht tegen de tweede helft van de 21e eeuw. Om dat te halen gaan we nog heel veel menselijke energie duurzaam moeten spenderen. Energie om na te denken over de technologische oplossingen. Energie om iedereen mee te krijgen in het verhaal. Energie om politici te dwingen tot nieuwe maatregelen. Energie om samen aan een andere samenleving te bouwen. Als er nu een zaak is die ongelooflijk aanstekelijk werkt voor energie, dan is het wel momentum. Hoe meer momentum, hoe efficiënter je energie wordt ingezet. Dus ga nu het momentum van Parijs niet ondergraven met kritiek en cynisme, maar versterk het, pak het vast ga ermee aan de slag en zet dingen in beweging.