Contact Us

Use the form on the right to contact us.

You can edit the text in this area, and change where the contact form on the right submits to, by entering edit mode using the modes on the bottom right. 

28 Vrijheidslaan
Koekelberg, Brussel, 1081
Belgium

+32 497552244

Blog

Open blog ter ere van de duurzame revolutie.

Filtering by Category: Circulaire economie

Omgekeerde logistiek in de circulaire economie: een model

Sam Deckmyn

De circulaire economie kan niet zonder een efficiënte omgekeerde logistiek (reversed logistics), waarbij producten en onderdelen aan het einde van hun leven terugkeren naar de fabrikant of verwerker. Het denkwerk over zo’n logistiek staat nog in z’n kinderschoenen. De Ellen MacArthur Foundation ontwikkelde samen met partners alvast een model om omgekeerde logistiek uit te werken en te evalueren. Een samenvatting.

OPHALEN, HERWAARDEREN EN OPNIEUW VERMARKTEN

In het rapport “Waste not, want not” leggen Ellen MacArthur Foundation, Cranfield University en Deutsche Post DHL Group de basis voor een ‘Reverse Logistics Maturity Model’. Het model moet bedrijven toelaten hun eigen aanpak van omgekeerde logistiek te evalueren. Daarbij worden drie onderdelen in rekening gebracht:

  1. ophalen: haalt je bedrijf überhaupt gebruikte producten op en hoe goed is die ophaling geïntegreerd in de bedrijfsvoering? Gebeurt het ad hoc of is het volledig gemonitord en gepland?
  2. herwaarderen: eens het product terug binnen is, hoe ga je ermee aan de slag? Maakt de herwaardering deel uit van je businessmodel, of is het iets terloops?
  3. opnieuw vermarkten: hoe goed ken je de tweedehandsmarkt voor je producten? Heb je voldoende afzetmogelijkheden en kan je de prijzen voldoende inschatten?

Per onderdeel zijn er vijf niveaus van maturiteit. Via beschrijvingen van elk niveau kan je bepalen waar jouw bedrijf zich exact bevindt.

VERSCHILLENDE PRODUCTEN, VERSCHILLENDE NODEN

De organisatie van een omgekeerde logistiek verschilt natuurlijk van product tot product. Daarom distilleerden de auteurs drie modellen gebaseerd op verschillende producttypes. Plan C maakte een bewerking:

Het eerste model geldt voor massaproducten die via kleinhandel bij de eindgebruiker belanden en een kleine restwaarde hebben. Voorbeelden zijn consumenten-elektronica, banden en palletten.

Deze producten worden best centraal ingezameld en zoveel mogelijk gebundeld (in anders vaak lege vrachtwagens) naar centrale verwerkers gebracht. Door die centralisatie ontstaan schaalvoordelen, zodat het proces rendabel blijft.

Gebruikers moeten stimuli krijgen om de producten terug te brengen. De producten mogen merkonafhankelijk verwerkt worden, maar worden best zo goed mogelijk per type gesorteerd om de waarde van de stromen maximaal te behouden.

Het tweede model is voor producten met een relatief hoge restwaarde, die vaak cruciaal zijn om (productie)processen in gang te houden, maar die de eindgebruiker niet vaak terugbrengt. Voorbeelden zijn machines, machine-onderdelen en auto-onderdelen.

Deze stukken worden best gebundeld opgehaald door een service partner die meteen vervangstukken kan installeren. Idealiter kan je door monitoring op afstand op voorhand plannen wanneer stukken aan vervanging toe zijn en hier proactief op inspelen.

Het derde model is voor complexe en gevoelige apparatuur met een hoge restwaarde, maar die de eindgebruiker niet vaak terugbrengt. Voorbeelden zijn ICT-materiaal en medische apparatuur.

Deze toestellen bevatten vaak vertrouwelijke info of gevaarlijke stoffen en kunnen niet zomaar aan eender welke service partner meegegeven worden. Daarom is voor deze producten een dedicated 1-op-1 ophaling nodig en/of er moet er transparantie en garanties zijn over waar de goederen naartoe gaan. De producten gaan omwille van hun complexiteit ook best terug naar de eigen specifieke producent voor een opknapbeurt of verwerking.

Idealiter kan je door monitoring op afstand op voorhand plannen wanneer stukken aan vervanging toe zijn en hier proactief op inspelen.

Je kan het rapport en het maturity-model hier zelf inkijken.

Dit stuk is een gastblog en verscheen eerst bij Plan C.

MVO in de KMO: 'Rapporteren is managen'

Philip Verhaeghe

MVO? 'Dat is de verantwoordelijkheid van bedrijven voor de effecten die ze hebben op de samenleving', zegt men wel eens. Die verantwoordelijkheid veronderstelt niet alleen respect voor de verschillende wetten en regels maar ook voor zoveel mogelijk belanghebbenden in de hele samenleving. Maar je kan dat "maatschappelijk verantwoord ondernemen" natuurlijk ook beschouwen als een voortdurend verbeteringsproces waarbij ondernemingen vrijwillig, systematisch en in overleg met hun stakeholders de 3 P's op een geïntegreerde wijze aanpakken.

Ondernemingen die hun 'maatschappelijk verantwoord ondernemen' ernstig nemen kunnen hun resultaten rapporteren in een duurzaamheidsverslag. Dat is een publicatie met de economische, ecologische, sociale en bestuurlijke prestaties. 

Veelal wordt alle duurzaamheidsinformatie in een afzonderlijk hoofdstuk van het jaarverslag gepubliceerd zonder enige relatie met de financiële informatie. Dan heb je wel een gecombineerd maar geen werkelijk 'geïntegreerd' verslag. Daardoor hinken we in België kwalitatief en kwantitatief nog wat achterop. Dat duurzaamheidsverslaggeving een extra verslag zou zijn naast het financiële rapport is nog steeds een pijnlijk misverstand. Het is juist de bedoeling om terug te plooien naar wat echt belangrijk is. 'Sustainability' is als domein zeer breed: je kan er makkelijk in verloren lopen als je een hele checklist zou afwerken. Maar stakeholders willen enkel weten wat hen echt aanbelangt. het gaat om sterke indicatoren met een relevantie voor de lange termijn. Dat is de materialiteit. Details of losstaande info over goede werken of mecenaathoeven echt niet in een geïntegreerd verslag voor te komen!

Prijzen

De belangrijkste jurycriteria voor een goed MVO-verslag?

  1. De materialiteit,
  2. de betrokkenheid van de stakeholders,
  3. de gedetailleerdheid van de data,
  4. de externe assurance
  5. de focus op de sociale impact.

Hoewel dergelijke transparantie loont doen slechts weinigen dat effectief. Langs diverse zijden wordt er nochtans gesensibiliseerd om dat wel te doen. Zo organiseert het Instituut van de Bedrijfsrevisoren op 29 november 2016 voor de 18de keer zijn prijsuitreiking voor het beste duurzaamheidsverslag.  In verschillende categorieën belonen de Awards for Best Belgian Sustainability Reports organisaties die, naast hun financiële gegevens, ook op een transparante manier communiceren over hun maatschappelijke, sociale en milieugebonden prestaties. Dit jaar zullen de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (Sustainable Development Goals) het centrale thema zijn. KMO's die willen meedingen moeten hun verslag van 2015 voor 31 augustus bij het IBR indienen. Daarnaast heb je ook nog andere wedstrijden zoals de Belgian Business Award for the Environment van het VBO, de Sustainable Partnerships Award van het Belgische duurzaamheidsnetwerk The Shift (dat is het samengaan van Kauri en Business & Society), de Grote Prijs voor Toekomstige Generaties of nog de Belgische Energie- en Milieuprijs…

Argumenten

Waarom zou een Belgische KMO eigenlijk meer inspanningen moeten leveren om geïntegreerd te rapporteren over zijn duurzaamheid? Laten we eens proberen om de belangrijkste argumenten en voorwaarden op een rijtje te zetten. Want met een duurzaamheidsverslag sla je vele vliegen in één klap.

1. Het proces dat eraan vooraf gaat helpt u om relevante strategischeinformatie vast te leggen, goede en minder goede prestaties te meten, doelen te stellen en veranderingen door te voeren. Het geeft een concreet beeld van waar het bedrijf staat op het vlak van duurzaamheid. Het zorgt er voor dat de ambities op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen concreet worden geïntegreerd in de hele bedrijfsvoering.

Het vormt zo een meetpunt in de ontwikkeling van het eigen duurzaamheidsbeleid. De wereldwijd meest gebruikte en nuttigste standaard hiervoor is opgesteld door het Global Reporting Initiative (GRI).

2. Sommige ondernemingen kiezen voor een duurzaamheidsverslag omdat zij uit overtuiging extern willen communiceren over hun maatschappelijk engagement. Hiermee willen zij aantonen dat ze een koploper zijn in hun branche.

3. Een MVO-rapport is een manier om bijvoorbeeld potentiële werknemers, klanten en leveranciers aan de organisatie te binden. Je legt een link met de langetermijnstrategie en je levert je stakeholders een transparant bewijs van duurzame waardecreatie.

Het kan de interne betrokkenheid van de medewerkers bij het bedrijf gevoelig verhogen.

4. Dergelijke niet-financiële opbrengsten aan de zachte kant zijn al groot maar moeilijk te berekenen. Maar als je het ernstig en strategisch aanpakt win je zeker op lange termijn want je krijgt er goede managementtechnieken bij. Je vermindert je afvalstromen, je krijgt betere processen, je hebt je risico's meer onder controle. Zeker als je er in slaagt de medewerkers nauw te betrekken kan je misschien zelfs enkele overbodige procedures of foute gebruiken afschaffen. En reken daar ook een beter imago en misschien zelfs een grotere klantentevredenheid bij.

5. De ROI van een mvo-verslag kan je sowieso niet alleen met een financiële bril bekijken. Je mag bijvoorbeeld ook de milieueffecten en de maatschappelijke impact mee in rekening brengen.

6. De kostprijs zelf is wel meetbaar maar die valt al bij al nog mee. Het gaat om managementtijd van enkele medewerkers en vervolgens om de kosten van opmaak en druk. En eventueel de factuur van een eventuele externe begeleider. Je maakt het verslag zo duur als je zelf wil.

Belangrijkste voorwaarden

1. De directie moet overtuigd zijn. Zij moet het MVO-initiatief sturen en dragen. Je kan daar niet bottom-up mee beginnen.

2. Natuurlijk moet je je diverse stakeholders op de ene of andere manier consulteren. Maar die misschien lastige inspanning zorgt tegelijk voor de geloofwaardigheid, de gedragenheid en de materialiteit. De verschillende stakeholders beslissen samen wat belangrijk is, waarover je rapporteert en waaraan gewerkt moet worden!

3. Overigens, de cruciale informatie is sowieso ergens in de organisatie te vinden. Ze moet enkel goed samengebracht en geharmoniseerd worden. Denk aan cijfers over milieu-emissies, verslagen van het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk, de gegevens van de personeelsdienst…

Maar die grote interne datacollectie van het duurzaamheidsrapport is niet het belangrijkste. Je moet eerder streven naar een grote to-do lijst van aandachtspunten, kansen of risico’s.

Maar die grote interne datacollectie van het duurzaamheidsrapport is niet het belangrijkste. Je moet eerder streven naar een grote to-do lijst van aandachtspunten, kansen of risico's. Je moet voor jezelf beslissen waar je naartoe wil evolueren. Een duurzaamheidsrapport hoeft geen goed nieuws-show te zijn. Want dan doe je aan greenwashing. Het komt er ook op aan om je zwakkere punten te signaleren, natuurlijk niet tot in het kleinste detail. Je kan bijvoorbeeld je performantie proberen te vergelijken met andere spelers uit je sector.

Trends

Hoe de eigen strategie zich rond deze economische, sociale en milieufactoren precies verhoudt tot de externe megatrends is tenslotte een essentiële vraag die elke ondernemer zich moet stellen. Laten we enkele relevante trends aanstippen:

Hoe de eigen strategie zich rond deze economische, sociale en milieufactoren precies verhoudt tot de externe megatrends is tenslotte een essentiële vraag die elke ondernemer zich moet stellen.

1. Duurzaamheidrapportering komt steeds meer in een wettelijk kader terecht. De Europese Richtlijn 2014/95/EU van 22 oktober 2014 legt bijvoorbeeld aan grote ondernemingen met meer dan 500 werknemers op dat ze in hun jaarverslag ook niet-financiële informatie (over milieu, sociale en personeelsaangelegenheden, eerbiediging van mensenrechten en de bestrijding van corruptie en omkoping) en informatie inzake diversiteit moeten opnemen. De lidstaten zullen deze richtlijn tegen 6 december 2016 moeten omzetten in nationale wetgeving.

2. De standaarden en raamwerken zijn klaar. Je hebt de KMO-vriendelijke rapporteringstool GRI 4, de principes van integrated reporting (IR), de ISO26000-norm of de VN Global Compact. En in september 2015 legde de VN zijn 17 nieuwe Duurzame Ontwikkelings-Doelstellingen (SDG) vast. Sommige daarvan zijn zeer relevant voor KMO-bedrijven: denk aan duurzame productie, het afvalbeheer, de sociale verhoudingen.

3. In de nabije toekomst zal ook het 'integrale ketenbeheer' een belangrijke drijver worden. Naarmate meer overheden en grote bedrijven van hun leveranciers een transparante duurzaamheid van de herkomst verwachten zal de doorsnee KMO niet kunnen achterblijven en zal hij zijn MVO-inspanningen beter moeten documenteren.

4. Investeerders, bankiers, verzekeraars en andere geldschieters zullen vaker kritische vragen stellen. 'Hoe speel je in op megatrends, op de grondstoffenschaarste, op de milieuheffingen, op de demografische ontwikkelingen?' Je moet daar een pasklaar antwoord op hebben. Belangrijke kapitaalverschaffers die twijfelen over de goede gang van zaken kunnen meteen negatief reageren en de geldkraan dichtdraaien.

5. Onze regionale overheden stimuleren het MVO via allerlei subsidies en opleidingen. Het Departement 'Werk en Sociale Economie' van de Vlaamse overheid houdt het thema alleszins onder de aandacht met de website MVO-Vlaanderen. De sectorfederaties krijgen middelen om de drempel naar een duurzaamheidsverslag – en de hieraan gekoppelde strategie – te helpen verlagen. Hun zogenaamde MVO-paspoorten bevatten de belangrijkste duurzame uitdagingen in een bepaalde sector en koppelen deze aan een set van een 15-tal GRI-indicatoren.

Wat houdt jouw onderneming tegen om met MVO-verslaggeving te beginnen?

Meer info:

Coverfoto: weerballon in KMI

Vergeten aspecten van Circulaire economie

Mike Van Acoleyen

Het debat over circulaire economie woedt in alle hevigheid, zeker na de lancering van het Circulair Economiepakket door de Commissie. In tweede instantie, nadat een eerdere poging door de Europese werkgeversfederatie Business Europe met succes gekelderd werd. Ik wil in deze blog echter één stapje verder gaan dan het pakket, en de kern van het circulaire economieverhaal er bij halen. Niet dat dit zo ongekend is.

We weten intussen wellicht allemaal dat circulaire economie gaat over het sluiten van kringlopen, 100% hergebruik of recyclage in natuurlijke cycli of in de industrie. En hoe hiervoor nieuwe bedrijfsmodellen nodig zijn, kleinschalig, gericht op product-dienst combinaties, leasen en delen, met ruimte voor reparatie en “remanufacturing”. Voldoende dure woorden, maar die allemaal in dezelfde richting gaan. Gebruik uw materialen, maar ook uw water, warmte, energie, ruimte,… efficiënt en gooi ze niet weg, want dat is de manier om ook in de toekomst geld te blijven verdienen. Circulaire economie is tenslotte nog steeds een vorm van economie. In de realiteit wordt het begrip soms héél vreemd gebruikt. Circulaire economie als synoniem voor recyclage; plastiek wegwerkbekertjes voor éénmalig gebruik zijn circulair (sic) omdat ze gerecycleerd kunnen worden. Wie bedenkt het? En “circulair” en “duurzaam” dat is hetzelfde. Ook niet waar!

Ik wil vier elementen in het debat brengen, die soms al eens vergeten worden. Circulaire economie, dat is ook een nieuwe vorm van ruimtelijke ordening, circulaire economie kan niet zonder afvalverwijdering, circulaire economie moet ook sociaal zijn en circulaire economie staat haaks op een groei-economie.

De vorm van onze industrieparken

Niet alleen het materiaalgebruik wordt circulair, ook de relatie tussen producent en consument. Een consument moet gedurende de gehele gebruiksfase van een goed op de producent kunnen rekenen, via levenslange garantie, voor reparatie, vervanging, update en terugname. Circulaire economie vraagt hiervoor een heel nieuw ruimtelijk kader. Productie wordt kleinschalig, dicht bij de consument en dus hindervrij, productie is meer en meer maatwerk al dan niet 3D geprint, en productie is vooral nauw verenigd met distributie, met repair, leasing, refurbishment. Onze oudbollige, grootschalige, industriële infrastructuur is daar niet op afgestemd. We moeten naar nieuwsoortige bedrijventerreinen, veel stedelijker, veel meer gemengd met andere functies, veel nabijer, een ‘campus’-model… En ook onze distributie moet zich herorganiseren tot een tweewegsverkeer van levering en terugname, in feite net als de energienetwerken.

Geen circulaire economie zonder detoxificatie

Het grote idee dat de MacArthur Foundation verkondigt is dat materialen eeuwig in cycli kunnen blijven. Ofwel net als bladeren in een bos in een natuurlijke cyclus van verteren en heropname, ofwel in een industriële cyclus van hergebruik en recyclage. Dit kan slechts indien aan één centrale technisch voorwaarde is voldaan, iets wat de Cradle2Cradle boys ook al doorhadden: de materialen moeten veilig zijn, zonder gevaarlijke substanties. Helaas bevatten de huidige materialen massa’s erfgoed aan weekmakers, zware metalen, stabilisatoren, kleurstoffen, asbest en andere gevaarlijke nuttigheden uit oude en ook uit huidige tijden. Denk maar aan PVC, onmogelijk om deze vorm van kunststof stabiel te houden – het is van nature onstabiel - zonder een hele hoop bedenkelijke toevoegingen. Het verwijderen en vernietigen van gevaarlijk afval, in ovens of op andere manieren, zal nog lang een noodzaak blijven om alle cycli langzaamaan van alle gevaarlijke stoffen te ontdoen. De verbrandingsoven van gevaarlijk afval, een concept dat we graag redelijk onderaan de afvalverwerkings-hiërarchie zagen bengelen, duikt nu op in het hart van het systeem. Over eerherstel gesproken. Natuurlijk, net als stortplaatsen mogen ze niet als excuus dienen om ook in de toekomst te blijven rotzooien.

Circulair moet sociaal blijven

Ik denk als voorbeeld aan wat eens een circulaire paradepaardje was: Uber. Je kan je geen mooier en succesvoller voorbeeld van deeleconomie indenken. Auto’s staan vaak stil, of rijden rond met één persoon achter het stuur en drie lege zitplaatsen. De deeleconomie kan dit oplossen, en Uber faciliteert dit. Het is circulair, duurzaam en het is een voorbeeld van het delen van diensten tussen burgers, aan de basis en zonder extern bedrijf dat winst moet maken voor aandeelhouders. Dit is de theorie. In de praktijk zien we dat het systeem in feite tewerkstelling is van taxichauffeurs zonder sociale rechten en taxi’s zonder voorzieningen. Hetzelfde kan gelden voor Airbnb, en voor andere online marktplaatsen. De sociale zekerheid is destijds ontworpen voor meer reguliere arbeidsverhoudingen en werkwijzen, en weet hiermee geen raad. Als de economie evolueert naar een circulaire econome, moet ook ons sociaal bestel mee-evolueren. Het circulaire mag geen reden zijn om de sociale verworvenheden die toch al zwaar onder druk staan te verliezen.

De relatie met groei

Dat is een heilig huisje natuurlijk, maar wel essentieel in het verhaal. Accenture schrijft in haar White paper of circular economy:

  1. we moeten groei ontkoppelen van resources, en
  2. we hebben daar disruptieve technologische oplossingen voor nodig.

Dat is ongetwijfeld waar, maar slechts een deel van het verhaal. Ook Cradle2Cradle maakt dezelfde analyse en dezelfde fout. Technologie alleen zal het niet oplossen. Zelfs met hernieuwbare grondstoffen kan groei niet eeuwig doorgaan op een begrensde planeet. Ontkoppeling is een utopie, het enige dat we kunnen bereiken is relatieve ontkoppeling, waardoor we het wat langer kunnen uitzingen maar uiteindelijk toch nog op de grenzen van de aarde botsen. In een groeiscenario zullen ook de cycli steeds groter en groter worden, tot ze groter zijn dan wat de aarde kan dragen, zelfs al zijn ze 100% gesloten. Circulaire economie is een nieuw (en inderdaad disruptief) economisch paradigma. Het dogma van noodzakelijke en eeuwigdurende groei moet er voor doorbroken worden, en dat kan alleen door ook naar de consumptie te kijken. SPC (sustainable production and consumption), het oude buzz-woord, was daar helderder in. Circulaire economie kan maar bestaan onder twee voorwaarden: niet alleen blijven de materialen mooi binnen de hergebruikscycli, maar ook de consumptie stabiliseert op het niveau van het goede leven. De groeieconomie schakelt om naar een evenwichtseconomie. Alles moet in evenwicht zijn, niet alleen de materiaal- en resource stromen, maar ook de economie zelf. Een moeilijker verhaal om aan bedrijven te vertellen, maar wél hun enige kans op langetermijnperspectief.

Cirkle.be brengt voedsel aan huis, met kringloopservice

Sam Deckmyn

Cirkle.be levert biologische, ambachtelijke en lokaal geproduceerde voeding aan huis. Tegelijk gaat het bedrijf verspilling tegen door een recyclingservice. De bestelwagens nemen na hun levering afgedankte goederen van klanten mee terug naar het depot. Die inzameling  bij de klanten gebeurt zeer selectief en fijnmazig: de ene dag haalt Cirkle.be bijvoorbeeld batterijen op, de andere dag oude boeken. Zo kunnen de gescheiden reststromen maximaal renderen. De opbrengsten van de opgehaalde goederen gaan naar goede doelen. Sinds 2008 leverde Cirkle.be al meer dan 50.000 bestellingen en stond het in voor hergebruik en recyclage van bijna 30 ton huishoudelijk afval.


Frisdrank uit de kraan. Hoe realiseren we zonder statiegeld toch minder verpakkingen.

Elmar Willems

Geen statiegeld. Daar draait het voorlopig op uit. Maar dan ook geen eenmalige drankverpakkingen meer. Is dat nog bespreekbaar? In de discussie om voor flesjes en blikjes wel of geen Vlaamse statiegeldregeling in te voeren, komen echt herbruikbare alternatieven weinig aan bod. Kunnen we wat creatiever zijn en bedenken hoe we onze favoriete drankjes overal en altijd kunnen kopen en opdrinken?  

Iedereen modelburger! Toch?

Flesjes en blikjes gooi jij niet op de grond, toch? Er glipt er nooit eentje uit je tas, springt uit je autoraam of verstopt zich in het zand na een stranddagje? We laten ons nooit betrappen op een verkeerd gesorteerde PMD-zak en spreken onze medemens ferm aan wanneer hij of zij verstrooid een ingeblikt pintje of energiedrankje laat slingeren?  

Allemaal brave burgers en nette straten? Het klinkt inderdaad te mooi om waar te zijn. Zwerfvuil bestaat. En in dat zwerfvuil zitten een hoop drankverpakkingen. Niemand verdedigt die vrolijk gekleurde bermen of de uitwaaierende slagveldjes van leeggedruppelde flesjes bij drukke bushaltes. Je kunt er niet naast kijken, het trekt ander vuil aan, het is niet goed voor het milieu, gemeenten zijn opgezadeld met hoge opruimkosten, soms stinkt het, soms plakt het. Daar zijn we het allemaal over eens. Dan rijst de vraag: wat doen we eraan, wie moet er voor opdraaien en hoeveel mag het kosten?

Statiegeld stuit voorlopig om Belgische compromis

Het stof is gaan liggen, maar in 2015 liet dit onderwerp de burger, de politiek en het bedrijfsleven niet koud. Gepassioneerde voor- en tegenstanders roerden zich. Het forum van Test-aankoop vat de argumenten van de twee kampen mooi samen. Het kost te veel. Het levert veel op. Het is simpel. Het is complex. Het is effectief. Het is niet efficiënt. Had allang gebeurd moeten zijn. Moeten we nooit aan beginnen. Ook als je meer onderbouwing zoek en alle scenario's kritisch bestudeert, is de kans groot dat je er niet uitkomt. Objectief onderzoek van de OVAM, hoe nobel de poging ook, leverde geen pasklaar antwoord op. Belangengroepen die ijveren voor een status-quo trokken de studies in twijfel en zetten er een brok tegenexpertise tegenover. De milieubeweging bekritiseert dan weer enkele fundamentele aannames. 

De cijfers werden herbekeken en in november rolde er een Vlaams beleidscompromis uit de bus dat – naar Belgische gewoonte – de kerk in het midden houdt. Statiegeld is niet voor nu, maar niemand kan beweren dat er niks gebeurt. De drank- en distributiesector zal vanaf dit jaar 9 miljoen euro per jaar extra voorzien om zwerfvuil te bestrijden. En optimistisch ingestelde voorstanders zien het in 2018 wél gebeuren. Enkele juridische risico's en andere gewesten staan nog in de weg om een nieuwe, grote stap te zetten in het beheer van verpakkingsafval. De producenten en de detailhandel lobbyden openlijk om het S-woord weer in de koelkast te zetten. Maar het verdwijnt niet in de vrieskist. 

Verpakkingsvrij leven

Of het glas nu half vol is of half leeg met deze voorlopige oplossing, weet ik niet. Wel stel ik vast dat dit debat aangevuld moet worden met het zoeken naar antwoorden op een heldere vraag: wat kunnen we meer doen om simpelweg met minder verpakkingen te leven?

Veel inspiratie valt te halen bij de "verpakkingsvrije ondernemers", zoals Robuust in Antwerpen. Het duurt niet lang meer of hippe en praktisch ingestelde kruideniers laten je shoppen zonder overbodige omhulsels. In parfumeries kun je luxeparfums laten bijvullen. Bij olijfolie geeft een aftapkraan om je fles te (her)vullen zelfs de gewenste artisanale toets. Bij wijn ligt het dan weer wat moeilijker. Maar laten we vooral ook creatief aan de slag gaan met het grootste probleem: de alomtegenwoordige plastic flessen en blikjes.

Wat is het grote voordeel van kleine verpakkingen? Waarvoor dienen ze? De bedrijfsfilosofie van grote frisdrankproducenten is om altijd en overal aanwezig te zijn. Service voor optimaal comfort heet dat. Dorst kun je namelijk overal hebben, nietwaar? Het moet ook praktisch, licht en gemakkelijk zijn. De wegwerpvarianten van verpakkingen scoren in al deze opzichten goed. Maar welke oplossingen zijn er nog?

Op naar de drankmachine van morgen!

Elk benzinestation heeft twee of drie koffieautomaten staan naast een meterslange muur voor fris. Is dat niet slimmer op te lossen? Als het voor warme dranken kan, kan het voor koude toch ook? Of is dat niet exclusief genoeg? Desnoods met een spoelfunctie erbij, om flesjes en modieuze pullen weer fris te maken. Kortom, wat is mis met prachtige vending machines waar je je eigen drankje kunt tappen of bijvullen?

Kiosken en plekken zoals tankstations zetten vaak aan tot out-of-home consumptie en slordig afdankgedrag. Het vervangen van drankautomaten en koelkasten door het creëren van een aftapkanaal met tal van opties, neemt waarschijnlijk niet meer plek in. Een koolzuurtank, siroopmixen en een wateraansluiting of -tank zou voor 90% van de dranken volstaan. Is het hygiënisch? Is het lekker? Is het goedkoper? Is het makkelijker? Alle vragen zijn met goede wil aan te pakken.

Mooie designautomaten hebben kans van slagen. Het speelt in op de trend van de verpakkingsloze winkels. Veel mensen dragen nu al continu een herbruikbaar flesje bij zich of nieuwe modellen kunnen gepromoot worden. Het verschilt niet veel met de op siroop gebaseerde dranken die je op café krijgt. Frisdrankconcerns krijgen er nieuwe afzetmogelijkheden bij. 

Een kans voor Fostplus

We zouden het bijna vergeten, maar een deel van het geld dat FostPlus beheert voor de inzameling en verwerking van verpakkingsafval in België, moet verplicht gaan naar preventie-initiatieven. De afgelopen jaren waren er geen relevante of zichtbare innovaties. Het uitstellen van een statiegeldsysteem moet een serieuze impuls zijn om meer te doen voor een leven met minder verpakkingen. Inzetten op de bestrijding van zwerfvuil (opruimen en handhaven) en sensibilisatiecampagnes is niet voldoende. Een experiment met een aantal verkooppunten van dranken op basis van fills en refills moet tot de mogelijkheden behoren. FostPlus zou de leiding kunnen nemen door innovatieve producenten, designers, techniekers, marketeers en handelaars samen te brengen.

En wie weet tank jij de volgende keer langs de snelweg ook jouw flesje vol.

Elmar Willems.

De auteur dankt Guido Everaert voor waardevol commentaar op  eerdere versies van deze opiniebijdrage.

Aeronextlife: hele vloten redden van het vliegtuigkerkhof

Anna Van Hoof & Merel Vansevenant

Een plekje op een vliegtuigkerkhof of als een hoopje schroot naar de smelterij - fraai is de laatste bestemming van een afgeschreven vliegtuig vandaag niet. Maar het kan ook anders, gelooft de Belgische start-up Aeronextlife. Een oud vliegtuig zit boordevol waardevolle materialen. Als je de demontage goed aanpakt, blijven die ook waardevol. Voor Aeronextlife is recyclage dan ook niet goed genoeg. Ze dromen ervan ooit de cirkel helemaal te sluiten. Oude vliegtuigen gebruiken voor nieuwe in plaats van voor de bakjes van de Chinees.

In Enschede landt binnenkort het vliegtuig-demontage bedrijf ‘Aeronextlife’. Een beetje opzoekwerk leert dat er veel spelers op die markt actief zijn. We moeten het zelfs niet ver zoeken. In Woensdrecht, net over de grens, bij Bergen op Zoom, is het bedrijf Aircraft End-of-Life Solutions (AELS) gevestigd, dat volgens RTVoost niet bepaald staat te juichen om de komst van Aeronextlife. Toch ziet Aeronextlife AELS niet als concurrentie, vertelt ingenieur en medebezieler Toon Wassenberg. "Er zijn inderdaad al een aantal spelers op de markt, maar zij doen telkens maar een stukje van wat wij gaan aanbieden."

Reclame van Airbus 

De hele keten

Waar andere bedrijven vliegtuigen opkopen of onderdelen verhandelen, is Aeronextlife een dienstverlenend bedrijf dat zich richt naar vlooteigenaren. De onderneming wil samen met deze eigenaren een volledige keten doorlopen: van intact vliegtuig over de recuperatie van herbruikbare onderdelen tot de waardevolle herbestemming van resterende materialen en grondstoffen. Aeronextlife zal van start gaan in Enschede in het voorjaar van 2016. Ondertussen zijn er ook met de luchthaven van Oostende reeds vergevorderde gesprekken. Aeronextlife hoopt ook hier snel het vergunningentraject te kunnen opstarten.

Blijven vliegen of herbestemmen?

"In een eerste fase willen we met vlooteigenaren een scan maken van hun hele vloot en kijken welke vliegtuigen ze er best eerst uit halen en welke nog een eind mee kunnen. In veel gevallen zullen vliegtuigen die bij ons terecht komen de week ervoor nog van bijvoorbeeld Brussel naar Ibiza hebben gevlogen", aldus Wassenberg. De luchtvaartindustrie is een van de sterkst gecontroleerde ter wereld. Dat uit zich in verplichte, extreem prijzige, periodieke inspecties en onderhoud. Zelfs een geparkeerd vliegtuig kost handenvol geld. Het in gebruik houden van een vliegtuig is dan ook elke 15-20 jaar een economische en ecologische afweging. Deze kosten moeten verantwoord zijn ten opzichte van de opbrengst van een ouder, vaak minder zuinig vliegtuig in de vloot te houden.

Wij verzorgen het ‘spare part’ management. We stockeren de onderdelen in een geconditioneerde omgeving of zorgen voor transport als de klant dit wenst.
— Toon Wassenberg (Aeronextlife)

"In een tweede fase halen we de vliegtuigen uit elkaar en scheiden we de onderdelen die nog kunnen dienen binnen de luchtvaart van deze die hiervoor niet herbruikbaar zijn", vervolgt de ingenieur. Vliegtuigonderdelen zijn vaak jonger dan het vliegtuig zelf. Als zij zorgvuldig worden gecontroleerd en geregistreerd, kunnen zij een tweede leven krijgen als onderdeel van een ander vliegtuig. Ook dit is allemaal heel streng gereguleerd. Daarvoor zette Aeronextlife alvast een samenwerking op met een toonaangevend PART 145 onderhoudsbedrijf (d.i. Een onderhoudslicentie conform de bepalingen van de European Aviation Safety Agency. Enkel bedrijven die deze licentie hebben, mogen aan luchtwaardige vliegtuigonderdelen sleutelen. Dit wordt zeer streng gecontroleerd.). De vliegtuigeigenaren kunnen vervolgens zelf beslissen wat ze met die onderdelen willen doen: gebruiken om een ander vliegtuig te upgraden of bewaren. "Wij verzorgen het ‘spare part’ management. We stockeren de onderdelen in een geconditioneerde omgeving of zorgen voor transport als de klant dit wenst."

Hotspots van dure, kwalitatieve materialen

Vandaag eindigt hier het verhaal van veel vliegtuigen. Na het ‘plukken’ van de waardevolle onderdelen, belanden vliegtuigen op een kerkhof of worden ze vermalen tot schroot. Dit ongescheiden schroot - een mengelmoesje van materialen - levert minderwaardig materiaal op na smelten. Veel meer dan recycleren tot blikjes zit er dan niet meer in. Hier wil Aeronextlife een nieuw hoofdstuk toevoegen aan de klassieke vliegtuigdemontage. "Wij willen echt heel vergaand allerlei onderdelen uit elkaar halen en materialen scheiden. De bedoeling is dat alle materialen opnieuw hoogwaardige bestemmingen krijgen", luidt het ambitieus bij Aeronextlife. "Het ultieme scenario is natuurlijk dat de materialen teruggaan naar de vliegtuigindustrie", droomt Wassenberg al hardop.

Klanten kunnen op deze manier een maximale waarde halen uit hun oude vliegtuig. Ze kunnen maximaal recupereren wat nog bruikbaar is én de netjes gescheiden materialen hebben een veel hogere opbrengst dan een heterogeen hoopje schroot. Uit een uitgebreide rondvraag door Wassenberg blijkt dat voor sommige materialen de opbrengst na scheiding wel tot een drievoud kan oplopen. De voordelen worden bovendien netjes gedeeld met de volgende gebruiker. Niet-hernieuwbare grondstoffen op onze aarde slinken immers niet alleen, vaak is het ook gewoon stukken goedkoper en energie-efficiënter om gebruikte materialen te recycleren dan om ze nieuw te winnen uit ertsen. Vliegtuigen blijken een hotspot van dure, kwalitatieve materialen. Een kleine greep uit wat er allemaal in te vinden is: Platina, Renium, Kobalt, Molybdeen, Tantaal... Veel van deze materialen zijn ook erg schaars. "Deze metalen raak je gemakkelijk kwijt. De vraag is: hoe raak je het zo waardevol mogelijk kwijt".

Wat met textiel en kunststof?

De textiel- en kunststof-reststromen die achterblijven na het strippen van een vliegtuig, zijn een ander paar mouwen. Zoals de Nomex binnenbekleding en de materialen van de noodvlotten en -slides. Allen heel licht, heel stevig, heel brandbestendig en … heel moeilijk te recycleren. Aeronextlife is er zich van bewust dat alle begin moeilijk is: "Misschien zullen we in de beginjaren toch een aantal materialen minderwaardig moeten gaan verwerken, maar de bedoeling is om een permanente zoektocht te doen naar steeds betere en waardevollere toepassingen." Intussen houden ze hun ogen open en leggen ze volop contacten in het wereldje. Maar Wassenberg ziet het groots: "Met deze niet-traditionele materialen wil ik naar scholen met productontwikkelaars in opleiding stappen." In de nichemarkt van verzamelaars van luchtvaartspullen en upcyclende designers ziet Aeronextlife trouwens ook een zeker potentieel. Wassenberg voegt er nog vastberaden aan toe dat geïnteresseerden in het afnemen van de materialen of in vormen van samenwerking niet mogen aarzelen om hem te contacteren.

Eens je dit dus in de vingers hebt, kan je er heel lang mee verder. Die markt droogt niet op
— Toon Wassenberg (Aeronextlife)

Verder onderstreept Aeronextlife dat er in het hele verhaal naar het totaal plaatje wordt gekeken. "We moeten niet op alles winst maken. Als wij bij bepaalde materialen veel winst kunnen maken, kunnen we het ons permitteren bij andere materialen geen winst of zelfs een klein verlies te maken om ze toch te scheiden." De stappen van een pionier gaan uiteraard gepaard met veel zoeken. Het zal dan ook wel even duren om het eerste vliegtuig te ontmantelen. Die tijd geeft Aeronextlife zichzelf om al doende te leren en waar nodig bij te sturen. "Ik kan me goed voorstellen dat we op tien manieren gaan proberen hoe wij het efficiëntst een zetel uit mekaar halen", vertelt Wassenberg, die popelt om eraan te beginnen. Ze zien het bij Aeronextlife ook als een investering voor de toekomst. Volgens schattingen zal de luchtvaartindustrie nog fel groeien met maar liefst 35.000 nieuwe vliegtuigen voor 2030. ‘Eens je dit dus in de vingers hebt, kan je er heel lang mee verder. Die markt droogt niet op.’

Aeronextlife zoekt partners

Aeronextlife is nog op zoek naar partners. Wie interesse heeft kan contact opnemen via www.aeronextlife.com & toon.wassenberg@aeronextlife.com. 

Dit artikel verscheen eerst op de website van Plan C


Waarom deelt Nestlé geen cijfers over recyclage van Nespresso capsules?

Floris Van Cauwelaert

Waarom deelt Nestlé geen cijfers over de recyclage van Nespresso capsules? Met alle inspanningen die ze doen, zouden ze toch moeten kunnen uitpakken met de knappe resultaten? Is de best optie niet gewoon de capsule te schrappen uit de koffieketen? 

Op de website van Nespresso doet Nestlé heel wat inspanningen om de recyclage van haar aluminium capsules in de verf te zetten. In België alleen zijn er volgens Nespresso om en bij de 700 'recyclagepunten'. Met zo'n uitvoerige organisatie van de recyclage van capsules zou je verwachten dat Nestlé gedetailleerde informatie zou geven over de recyclage via die recyclagepunten die in de meeste gevallen ook verkoopspunten zijn? Ze moeten toch kunnen meten wat buiten gaat en terug binnen komt?

Capacity building

Nestlé concentreert zich in haar communicatie vooral op de capacity building en zegt geen cijfers te kunnen geven omdat ze niet alle recyclagestromen in de hand hebben

Op de site van Nespresso staat

In 1991 is Nespresso in Zwitserland gestart met het eerste inzamelsysteem voor capsules. In 2013 hebben wij onze inzamelcapaciteit van 75% voor de recycling van gebruikte capsules bereikt dankzij de ondersteuning van de 14.000 inzamelpunten voor capsules over de hele wereld.

Eerlijk gezegd, ik begrijp die zin niet. Wat betekent het woord "inzamelcapaciteit" hier? Volgens The Guardian heeft Nestlé in 2012 27 miljard Nespresso capsules verkocht, zijn er daar dan echt 75% volledig van gerecycleerd om er nieuwe capsules van te maken. Da's moeilijk te geloven, zeker als het Europese gemiddelde voor recyclage van aluminium 50% bedraagt. De helft gaat dus verloren, zelfs al is het theoretisch mogelijk aluminium integraal te recycleren. Mogen we dan concluderen dat het capsulesysteem ontzettend vervuilend is?

Geen capsule

Misschien moet de capsule helemaal uit de keten worden gehaald. Wie weet kan de prijs van de Nespresso-koffie dan wat zakken want... 

In een cupje kan zo’n 5,4 gram, waardoor een kilo koffie omgerekend maar liefst 70 euro kost. Nespresso had ooit een patent op de bekende koffiecups, maar dat is het ondertussen al een tijdje kwijt.
— De Morgen (27/05/2015)

Recyclage is, als het dan toch gebeurt, een duur proces en de least best option als het om duurzaam materialenbeheer in een circulaire economie gaat. In veel gevallen kan de druk op het milieu worden opgelost met een beter design.

De bonen geven de doorslag

Voor koffie is dat eenvoudig want al heel vaak toegepast: geen capsule. In vergelijking is het veel beter koffie met filters te bereiden, aldus een studie van het Materials Science and Technologie instituut in Zwitserland. Echter, volgens die zelfde studie geven de bonen de doorslag: zijn de bonen milieuvriendelijk geproduceerd. Daarin scoort Nestlé, als het op de koffie zelf aankomt, volgens The Guardian dan weer beter dan vele anderen met uitgebreide programma's voor ondersteuning van landbouwers en bebossing. Als ze nu nog die capsule schrappen (en stoppen met water in plastic flessen te verkopen), komt het misschien nog goed. 

Petities

Wie Nestlé wil 'aanmoedigen' om de vervuiling met capsules stop te zetten, kan terecht op een Franse en Duitse petitie. Of gewoon je Nespresso-slurpende mens overtuigen om het anders te doen en al zeker geen capsules in de vuilbak te gooien. 

M-Fair Mechelen: To swish or not to swish …

Rebecca Pers

Duurzame modehappenings rijzen als paddestoelen uit de herfstgrond.  Vorig jaar in maart was er het zeer gesmaakte Fair Fashion Fest in Gent, gevolgd door MOOI in Antwerpen en 100% Schoon in Hasselt… om er maak enkelen op te noemen. Kortom, er beweegt wat bij de fashionista’s en Mechelen mocht niet langer in het rijtje ontbreken. Zondag 11 oktober was het zover, de Lamotsite, een voormalige brouwerij werd omgetoverd tot een modewalhalla met  allerlei workshops rond recy(kl)eren, een repair café, modebabbels en een duurzame modebeurs met modeshow die bewees dat eerlijk gemaakt ook hip en mooi kan zijn.

Blinken in een vers geswishte trui

En aangezien ik hier achter m’n klavier zit te blinken in een vers geswishte zwarte trui ga ik daar graag wat dieper op in. Want wat is het en hoe werkt het?

Tijdens een swishing ruil je je kledij, schoenen of accessoires in voor punten. Je gaat langs de controle met je spulletjes waar alles wat hopeloos gedemodeerd, vuil of stuk is genadeloos wordt geweigerd. Terecht want het moet wel modebewust blijven. Voor een basisstuk bijvoorbeeld een T-shirt krijg je één punt, met een bijzonder stuk kan je twee of drie punten verdienen. Je krijgt een kaartje met je puntenaantal op en daarmee kan je dan shoppen, waarbij een stuk minimum één en maximum drie punten ‘kost’ aan de kassa. Heerlijk om te kiezen en te passen terwijl je portemonnee lekker op de knip blijft. Toch je ding niet gevonden, geen probleem want je punten blijven geldig op het volgende swishing event. Leuk om met vriendinnen te doen maar ook best fijn alleen. Een ding moet ik er eerlijkheidshalve aan toevoegen, je krijgt een beetje een het-is-de-eerste-dag-solden-effect dus sommige vrouwen graaien er in een moordend tempo op los. Enige gezonde assertiviteit komt dus van pas.

Novemberagenda

11 november ben ik er weer bij tijdens de swishing om Annemie Struyf’s 30 Dagen Dingen Delen project te ondersteunen in de modestad bij uitstek, Antwerpen. De daaropvolgende swishing is in Dilbeek, 29 november. Allen daarheen tenzij u net als ik in Parijs zit voor de klimaattop, dan heeft u een geldig excuus. Schrijf je in via http://www.swishing.be/

Vrijwillige mode-ambassadrices, stylistes, restylers, kappers, sponsors zijn ook nog steeds welkom. Geïnteresseerd? Werp een blik op http://www.swishing.be/over-swishing/we-zoeken

Repair Cafés verliezen steun van Vlaamse overheid

Niel Staes

Zeronaut.be volgt de Repair Cafés al van bij hun start. In november 2012 was Zeronaut op de afspraak in Brussel en steunden we de eerste cafés in Antwerpen. Sindsdien zijn de cafés uitgegroeid tot een zeer toegankelijke werkvorm voor lokale burgerberbewegingen. Een eenvoudig concept dat de curculaire economie tastbaar maakt voor alle burgers. Daarom delen we met grote bezorgdheid de oproep die Netwerk Bewust Verbruiken vorige week postte op hun website.

HOE MOET HET VERDER MET REPAIR CAFÉS?

Drie jaar nadat in Elsene het allereerste Belgische Repair Café werd georganiseerd, ontpopten de lokale herstelbijeenkomsten zich in veel steden en gemeenten tot een gevestigde waarde. Vanaf 15 oktober 2015 kan Netwerk Bewust Verbruiken de huidige ondersteuning voor opstartende en bestaande Repair Cafés helaas niet verderzetten, wegens het aflopen van subsidies uit de Vlaamse Overheid.

VAN HULP BIJ OPSTART TOT EUROPEES MISSION STATEMENT

Van oktober 2013 tot oktober 2015 ontving Netwerk Bewust Verbruiken een subsidie vanuit het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie om het concept Repair Café in Vlaanderen op de kaart te zetten. Samen met partners KOMOSIE, LETS Vlaanderen en Transitie Vlaanderen hielpen we opstartende groepen op weg om een herstelbijeenkomst te organiseren, ontwikkelden we een uitgebreid infopakket, maakten we de website www.repaircafe.be, deden we communicatie en perswerking, organiseerden we een jaarlijkse trefdag voor organisatoren, werkten we mee aan onderzoek en schreven we samen met Europese partners een mission statement voor meer duurzame en repareerbare producten.

3 JAAR REPAIR CAFÉS IN CIJFERS

  • 150 gemeentes, verenigingen en buurtinitiatieven, van Blankenberge tot Maaseik en van Essen tot Tienen, organiseerden minstens één Repair Café. Het afgelopen jaar (oktober 2014-nu) werden maar liefst 320 herstelbijeenkomsten georganiseerd.
  • Elk Repair Café telt gemiddeld 16 vrijwilligers en 61 bezoekers. Zo’n 5120 vrijwilligers engageerden zich afgelopen jaar en hielpen daarbij 19.520 bezoekers.
  • Per Repair Café worden gemiddeld 43 kapotte spullen ter herstelling aangeboden. 65% hiervan kan gerepareerd worden. Dit zorgt voor een besparing van 144 kg CO2 per Repair Café. Het voorbije jaar werden er gezamenlijk 9800 spullen gerepareerd, wat overeen komt met een CO2-besparing van 50,6 ton.
  • Repair Café is de afgelopen drie jaar een mondiale beweging geworden. Wereldwijd bestaan er al 843 Repair Café-initiatieven in 18 landen, van Japan tot Liechtenstein en Chili.
  • 2500 euro telde de cheque die Repair Café in 2014 mocht ontvangen van minister-president Kris Peeters, als winnaar van de Prijs voor het Vrijwilligerswerk.

ONDERSTEUNING VLAAMSE OVERHEID VALT WEG. WAT NU?

Netwerk Bewust Verbruiken betreurt dat de Vlaamse Overheid onze vraag om structurele ondersteuning voor dit succesvolle concept niet gehonoreerd heeft. Zowel het Departement Leefmilieu als OVAM (die het Repair Café nochtans een uitstekende tool vindt om haar doelstellingen mee te realiseren) konden geen middelen vrijmaken. Ook het ministerie van Cultuur besliste (ondanks een positieve evaluatie door de adviescommissie) geen bijkomende middelen toe te kennen aan de verdere uitbouw van deze belangrijke repareerbeweging in Vlaanderen. Daarom ziet Netwerk Bewust Verbruiken zich genoodzaakt haar werking terug te schroeven. De ondersteuning wordt ingekrimpt tot een absoluut minimum. Een denktank van geëngageerde Repair Café-vrijwilligers buigt zich momenteel over mogelijke toekomstscenario’s. Intussen blijven de lokale Repair Cafés natuurlijk verder bestaan. De website www.repaircafe.be blijft online en de Facebook-pagina wordt meer dan ooit een interactief platform. Ook Netwerk Bewust Verbruiken gaat verder op zoek naar pistes om het thema repareren te blijven integreren in haar werking. Uiteraard moedigen we lokale verenigingen en gemeentes  aan om en masse Repair Cafés te blijven organiseren. Op www.repaircafe.be kan je terecht voor meer info.

Les ReBelles d’Anvers, bibliotheek voor Belgische mode

Sam Deckmyn

Les ReBelles d’Anvers biedt komend voorjaar als eerste Vlaamse kledingbibliotheek weerwerk tegen het idee dat kleren wegwerpartikelen zijn. De start-up, geïnspireerd door Plan C, zal een online en offline fashion library aanbieden met (voornamelijk) Belgische Mode.

Veerle Spaepen (Plan C en mede-oprichter Les ReBelles): “Wij willen met deze formule rebelleren tegen de fast fashion industrie. We zien een bewustwording ontstaan binnen de modesector. Duurzame labels komen op en steeds meer ontwerpers raken de huidige gang van zaken beu. Tegelijk horen we ook een oproep aan de consument om meer bewust te consumeren. Maar, iets dat lokaal en handmatig gemaakt wordt, komt wel met een prijskaartje, en net dààr zit de innovatie bij Les ReBelles. Door gebruik te maken van een uitleensysteem, hoeven onze klanten niet diep in de buidel te tasten om een goed stuk te kunnen dragen.”

Emelie Vervecken (mede-oprichter): “Omdat we weten dat het in de aard van het beestje zit om te variëren, willen we het onze klanten mogelijk maken om een stuk te huren, en terug te brengen wanneer ze er klaar mee zijn. Kleren leasen of lenen is duurzamer dan kleren kopen.” En de consument is er klaar voor, volgens Emelie: “Mensen vinden iets echt bezitten niet meer zo belangrijk. Denk maar aan het succes van streaming of autodelen.”

Pop-up

De eerste pop-up winkel van Les ReBelles opent in de lente van 2016. Met een abonnement kan je tot 3 stuks per keer uitlenen voor een aantal dagen. Je kan ook kiezen voor een beurtenkaart.

Om de modelabels niet te beconcurreren, zal Les ReBelles d’Anvers alleen collecties van vorige seizoenen aanbieden. De kledingbib kan de modelabels zo een duurzaam alternatief bieden voor hun overschotten.

Fashion Flows

Het idee voor Les ReBelles d’Anvers is ontstaan vanuit een samenwerking tussen Plan C, StadsLab2050 en Flanders Fashion Institute en wordt opgenomen en ondersteund binnen het Fashion Flows project rond circulaire mode. Les ReBelles d’Anvers is ook opgenomen in het KBC start-it programma, en krijgt binnen dat traject coaching.

Les ReBelles d'Anvers is een kledingbib waar je voornamelijk Belgische mode kan uitlenen. Oprichtster Veerle Spaepen doet voor jou haar pitch:

Posted by Canvas on Wednesday, September 2, 2015

Meer info:

http://www.lesrebellesdanvers.be
https://www.facebook.com/lesrebellesdanvers

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de website van Plan C, Vlaams Transitienetwerk voor duurzaam materialenbeheer.