Contact Us

Use the form on the right to contact us.

You can edit the text in this area, and change where the contact form on the right submits to, by entering edit mode using the modes on the bottom right. 

28 Vrijheidslaan
Koekelberg, Brussel, 1081
Belgium

+32 497552244

Blog

Open blog ter ere van de duurzame revolutie.

Hallo Zeronaut!

Zeronaut Blog

Vier jaar geleden zijn we met Zeronaut.be gestart om de toen prille duurzame revolutie mee aan de oppervlakte te helpen. Vandaag is de situatie anders. Om nog krachtiger uit de hoek te komen en wat leeft rond duurzame en sociale innovatie nog beter aan bod te laten komen, slaan we nu de handen in mekaar met mo.be.
 
Toen, vier jaar geleden, hadden de traditionele media nog wat meer last van myopie en hokjesdenken als het op duurzaamheid aankwam. Want als iemand waarschuwde voor klimaatverandering, moest daar nog de stem van de klimaatontkenner bijgezet worden. Voor een gebalanceerde berichtgeving, weet je nog? Bovendien, wie toen het woord duurzaam iets te vaak in de mond nam, dat moest toch wel een donkergroene geitenwollen sok zijn, zeker?
 
Niet dus.
 
Wij, Zeronauten, beseften dat business-as-usual onmogelijk werd en dus maakte Zeronaut.be het haar taak om het te hebben over alles wat niet business-as-usual was. Met de nodige naïviteit bij de start, maar al snel met wat meer zelfvertrouwen.
 
Het vrijwillige en open karakter van zeronaut.be is een kracht. Het is een open platform waar ieder ongebonden nieuws, visies en opinies kan delen over die duurzame revolutie. Dat werkt aanstekelijk.
 
Al snel ontvingen we blogposts van tientallen experts die hun kennis met ons deelden. In de eerste plaatsen leerden we snel veel van elkaar. Begrippen zoals commons, re-wilding, biomimicry, megatrends en circulaire economie kregen vaste vorm en doorbraken het enge denkkader dat leefde rond ‘duurzaamheid’. Het bundelen van diverse thema’s  verhoogde de creatieve dynamiek. Het ene signaal maakte het andere sterker. Zeronaut.be werd zo een databank van inspirerende voorbeelden, maar ook een netwerk van kritische stemmen en geëngageerde doeners.
 
Dat we nu met mo.be, het gratis, online magazine, berucht om haar open vizier en kritische analyse, aan de slag gaan, laat Zeronaut.be toe inhoudelijk een grote sprong voorwaarts te maken. De groep mensen rond MO* zijn bondgenoten en we zijn fier dat we voortaan met hen mogen optrekken.
 
Zeronaut goes embedded. We plaatsen onze blogposts voortaan op de site van MO*, op het adres www.mo.be/zeronaut. MO* geeft wereldbloggers al jaren een uniek platform om verhalen te delen van over de hele wereld en is vanaf nu ook de digitale thuis van de Zeronaut-blog.
 
Daarnaast zullen we blijven bouwen aan een sterk netwerk. Meer daarover binnenkort op deze webstek.
 
Tot gauw,
 
Niel, Wim, Olivier, Leen, Jeroen, Kris en Floris

Hoe de wijk van morgen renoveren?

Kai Van Bulck

Clever Cupcakes/Flickr (CC BY 2.0)

Clever Cupcakes/Flickr (CC BY 2.0)

Om helemaal klaar te zijn voor morgen vereisen onze huidige woningen doordachte renovaties met als doel zo weinig mogelijk energie te verbruiken en een zo groot mogelijk onderdeel daarvan te halen uit hernieuwbare energie.

In Vlaanderen beweegt heel wat onder burgers: van groepsaankopen tot groepsaannemingen. Lokale besturen, burgerinitiatieven en middenveld nemen in verspreide slagorde het voortouw. Hierbij gaat het niet enkel om het creëren van schaaleconomieën voor de vraagzijde, maar ook totale ontzorging en bovenal om de kracht die uitgaat van projecten. Toch blijven er nog vragen onbeantwoord: Welke rol is er weggelegd voor de aanbodzijde? Hoe kan de bouwsector daarmee omgaan en meesurfen op deze transitie? In ons café nodigden wij Dieter Cuypers, onderzoeker bij Vito, uit om antwoorden te vinden op deze vragen.

Nederland heeft een voorsprong als het op collectief renoveren van woningen aankomt. De reden? In Nederland is 36 procent van alle woningen in handen van (sociale) huurcorporaties. Het grote voordeel daarvan is dat als een wijk in Nederland een renovatie ondergaat, enkel de CEO van de corporatie moet worden overtuigd. In België zijn deze corporaties veel minder groot. Als we hier gezamenlijk willen renoveren moeten we eigenaar per eigenaar overtuigen van het nut van een energiezuinige renovatie. Om deze mensen van een collectieve renovatie te overtuigen zijn er redenen nodig .

De eerste redenis het technisch-financieel schaalvoordeel. Door meerdere huizen tegelijk in dezelfde wijk te renoveren, bespaar je  personeel, materiaal (bijvoorbeeld door zonnepanelen in groep aan te kopen) en vervoer.

Er is echter nog een andere reden die vaak doorslaggevend is in de beslissing van bewoners om al dan niet te renoveren. Namelijk het sociale aspect: het als- mijn- buurman -het –doet-doe-ik -ook –mee-effect. Daarom is het belangrijk dat er voorbeeldprojecten opstarten binnen verschillende wijken, om te tonen dat het kan!  Het Kennisplatform Renovatie lanceerde daarvoor het proeftuinproject. Dat  zijn 10 projecten waar verschillende partners samen collectief gaan renoveren. Bij 6 projecten gaat het om een renovatie van een sociale huisvesting, de andere 4 richten zich  op de privémarkt. De resultaten kan je vinden op de website van het Kennisplatform Renovatie.

De financiering

Naast het sociale aspect is er natuurlijk er geld nodig om te renoveren. ‘Financieel interessant’ is geen synoniem voor gratis. Om financieel te ondersteunen heeft  Vlaanderende renovatielening in het leven geroepen: mensen die willen renoveren kunnen een bedrag van maximum 10.000 euro lenen aaneen rente van 2 procent. Als je een woning grondig wilt renoveren, dan is 10.000 euro niet genoeg. , Limburg is tot nu toe de enige provincie waar je 30.000 euro extra kan lenen bovenop de Vlaamse renovatielening. Als Vlaanderen echt wil inzetten op collectieve renovatie is het geen overbodige luxe om dat bedrag voor heel Vlaanderen te verhogen. Want de wijk van morgen staat er al, we moeten ze alleen nog doordacht renoveren!

De Baskische verklaring, nieuwe routekaart voor duurzaamheid in Europese steden en gemeenten?

Wouter Florizoone

Bilbao, de hoofdstad van de Baskische provincie Biskaje; een stad die bekend staat voor haar indrukwekkende transformatie die het stedelijke landschap en de economische en sociale structuur heeft veranderd, in de schaduw van het Guggenheim museum. Een mooi voorbeeld van stadsvernieuwing en moderne onvolmaakte stedelijkheid. In deze stad ging de 8ste Europese Conferentie over Duurzame Steden en Gemeenten door, en dit 22 jaar na de ondertekening van het Handvest van Aalborg. Dat bleek geen vodje papier, maar een belangrijke  overeenkomst die het stedelijke duurzaamheidsbeleid gemarkeerd heeft en in het bijzonder de deur opende naar de ontwikkeling van de Lokale Agenda 21.

Er waren 900 deelnemers uit ruim 40 landen, waarbij velen uit Europese lidstaten maar ook  vertegenwoordigers uit Colombia, Chili en China.

Gedurende drie intensieve dagen informeerden beleidsmakers en experts elkaar over de lokale duurzaamheidsprogressie, do’s en dont’s. Er was letterlijk en figuurlijk veel netwerkruimte  in functie van samenwerking rond projecten binnen de context van Horizon 2020, Urbact of andere Europese financieringsprogramma’s.

Basque Declaration

In het begin van de conferentie lag de nadruk op het institutionele, dat vorm kreeg in de zogenaamde Baskische Verklaring of ‘Basque Declaration’, een document dat de nieuwe routekaart voor duurzaamheid in de Europese steden moet zijn. De Baskische Verklaring schetst nieuwe wegen voor Europese steden en gemeenten om als productieve, veerkrachtige en duurzame stad of gemeente voluit te gaan voor een leefbaar en inclusief Europa. Het document heeft als doel ‘het ondersteunen en versnellen van een sociaal-culturele, sociaal-economische en technologische transformatie’ mogelijk te maken.

In de diverse toelichtingen en replieken die na de Baskische Verklaring volgden werd duidelijk dat heel wat steden en gemeenten een klimaat – en duurzaamheidsbeleid voeren dat een pak sneller en ambitieuzer is dan hun regionale en/of nationale overheid. Ook het dikwijls (vage) standpunt, vertolkt door vertegenwoordigers vanuit de Europese Commissie viel niet altijd in goede aarde.

Burgereconomie

Steden en gemeenten benadrukken verder het toenemende belang van “burgereconomie” voor de opbouw van een duurzame samenleving. Initiatieven van burgers - die ondernemerschap, sociale cohesie en lokale economie stimuleren - moeten ruimte krijgen en niet overschaduwd worden door hogere beleidsinstellingen. Het aantrekken van geld uit de private sector draagt bij tot een groene(re) economie, en vooral ook in stedelijke agglomeraties, wat duidelijk werd aangetoond aan de hand van een aantal voorbeelden. De conclusie daarbij was duidelijk : alle stakeholders hebben een rol op te nemen in de opbouw van een duurzame samenleving en samenwerking is daarvoor (opnieuw) het sleutelwoord.

Op de 2de conferentiedag werden lokale ervaringen gedeeld. Steden, gemeenten en regiovertegenwoordigers kwamen kort & bondig met een visuele boodschap rond hun praktijkervaringen inzake klimaatadaptatie, energietransitie, burgerparticipatie en andere transitieresultaten inzake duurzaamheidsbeleid. Een speciale vermelding daarbij voor de burgemeester van Grande-Synthe, een gemeente in de buurt van Calais, die als kleine gemeente enorme inspanningen doet om vluchtelingen op een waardige manier op te vangen.

Tot Tirana

In de namiddag waren er studiebezoeken op terrein : van een zoutmijn tot kleine lokale inspanningen op maat van burgers in Amurrio, van afvalverwerking in Bilbao tot coöperatieve kringloopcentra in Mungia. De Basken spaarden geen graantje energie om hun beste beentje voor te zetten. Dat bleek niet alleen inhoudelijk in het programma, maar ook in de marge of intermezzo’s met heel wat fijnzinnige culturele aspecten die het programma een waardige en fiere creatieve dynamiek gaven. Ook jongeren kwamen prominent in het programma aan bod. Wekenlang vóór de conferentie werd er gewerkt aan ideeën en strategieën voor een duurzaam Europa.

De laatste dag (ochtend) werd afgesloten met een aantal succesverhalen van grotere steden in Europa zoals Tirana, waarbij de burgemeester, Erion Veliaj met een verfrissend discours voor kleur, technologie en jeugdparticipatie een stevig applaus kreeg uit de zaal.

Ethias blundert met 'text-and-drive'-verzekering

Niel Staes

Een Ethias-nieuwsbrief zet momenteel best wat kwaad bloed bij fietsers op social media. De Franstalige nieuwsbrief van de verzekeringsmaatschappij maakt immers reclame voor haar familiale verzekering met volgende oproep:

Si, en tapotant sur votre télephone vous faites tomber le cycliste qui passe devant vous ... qui veille alors à ce que votre tirelire reste intacte? > Je veux de la sérénité! <

Vrij vertaald: Te druk bezig met je smartphone en je veroorzaakt een ongeval met een fietser? Geen zorgen! Ethias zorgt ervoor dat je financieel niet hoeft te lijden.

De vaagheid van de boodschap wekt de indruk dat je je geen zorgen maken over het gebruik van de smartphone achter het stuur. Een wrange boodschap, zeker als je weet dat het BIVV de laatste jaren enorm hard inzet op campagnes om 'texting and driving' tegen te gaan.

Nog pijnlijker wordt de communicatieblunder in het licht van een virale YouTube-campagne van Responsible Young Drivers. Deze wees enkele jaren geleden iedereen op de gevaren van een smartphone in de wagen. Eén van de partners van de Responsible Young Drivers ... U raadt het goed: Ethias.

Dat Ethias sms'en, surfen of chatten zou goedkeuren achter het stuur lijkt ons héél straf. We gingen dan ook wat verder graven op de website van Ethias. De Franstalige site is inderdaad bijzonder vaag over de aard van het ongeval. De Nederlandstalige site is iets duidelijker. Hier wordt in één van de vele voorbeelden gesproken over een voetganger die tijdens het smartphone-gebruik een fietser ten val brengt. Of dat gedrag dan wel laakbaar is, is ook voor debat vatbaar. Desalniettemin ervaren vele fietsactivisten de reclame als een zoveelste stok tussen de wielen.

Jonagold, de ondergang van de Belgische appelteelt

Michael Moulaert

Goed dat Wouter Torbeyns het voedseldebat enkele weken geleden op gang trok (DeMorgen, 8 juni). Ik pleit ook voor een mentaliteitswijziging, eerder dan te veel te focussen op transportbelasting. Met vervuilingsbelasting op transport of importrestricties alleen gaan we er niet komen. Een ban of extra belasting lost het probleem van het saaie, beperkte fruit- en groenteaanbod in onze supermarkten niet op. Dat moet gewoon veel gevarieerder en interessanter.

Lokaal is niet altijd milieuvriendelijk

Door meer Jonagold te produceren gooien we onze eigen ruiten in.

‘Schepen en vliegtuigen produceren 8 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot’, zegt Wouter Torbeyns. Maar schepen en vliegtuigen mag je nu net niet op één hoop gooien qua uitstoot. Volgens een berekening van The Guardian is Vliegtuigtransport 44 keer zo vervuilend als boottransport. Boottransport is wereldwijd het meest effectieve gemotoriseerde transport.

Verder vraag ik me af waar Torbeyns zijn cijfers vandaan haalt om te stellen dat gekoeld opslag van appels uit onze streken minder vervuilend is dan import via schip uit Nieuw Zeeland. Jacqueline Bloemhof, hoogleraar aan Wageningen UR zegt net de import van appels uit New Zeeland minder uitstoot teweegbrengt dan opslag buiten het seizoen. Deze stelling wordt kracht bijgezet door een studie van Lincoln University in Nieuw Zeeland, die landbouw in het Verenigd Koninkrijk en Nieuw Zeeland vergelijkt. Ook hier blijkt import van appels buiten het appelseizoen in onze contreien gunstiger voor het klimaat.

Het belasten van vervuilend transport is een stap in de goede richting maar we gaan als land creatiever uit de hoek moeten komen om de consument van inheemse producten te overtuigen. Als de Pink Lady zelfs nu al meer dan dubbel zo duur is als de Jonagold, zal die extra belasting de consument niet overhalen minder te consumeren.

Variatie en smaak van eigen bodem

Waarom mogen we net als andere producten die we importeren in de zomer zoals bananen en mango’s, geen Pink Ladies invoeren wanneer onze eigen appeloogst in juli en augustus stil ligt? Als je de Pink Lady bant, ban dan ook ander geïmporteerd fruit en groenten tijdens die maanden.

Je kan de Belgische consument toch niet verwijten dat hij eens afwijkt van die eeuwige Jonagold en overschakelt naar Pink Lady als de supermarkten er vol van ligt? 70% van de verkoop aan consument gaat via de supermarkten, waar enkele inkopers het aanbod bepalen voor een grote groep consumenten.

Wil je de consument ertoe bewegen om appels van eigen bodem te consumeren, biedt dan minder typische rassen van eigen bodem aan zoals Wellant, Elstar, Pinova of Greenstar en boei klanten door een gevarieerd aanbod. Als we honderd soorten koekjes en chips aanbieden, waarom ons beperken tot een klassiek aanbod van 10 appelsoorten?

Door alles in te zetten op Jonagold, gooien we als land onze eigen ruiten in. De consument raakt verveeld en we worden door de export sterk afhankelijk van de buitenlandse markt. Dat die buitenlandse markt wispelturig kan zijn weten de Jonagoldkwekers maar al te goed, toen in 2014–2015 de prijzen met 50% kelderden, deels door een Russische boycot. Bovendien exporteert Polen elk jaar meer Jonagold en wordt dat een geducht concurrent.

De tijd dringt dus voor meer variatie in de Belgische appelteelt, minder afhankelijk van de buitenlandse markt, minder risico voor de boer en meer aanbod voor de consument.

Bronnen:

Deeleconomie: een kwestie van (wan/ver)trouwen

Olivier Beys

Wat is het potentieel van de deeleconomie om duurzame ontwikkeling te bereiken? Dat was de grote vraag op een recent lunchdebat van de Federale Raad Duurzame Ontwikkeling. Een van de ontnuchterende conclusies van de dag kwam van Anthony Baert, analist bij ING: “we moeten niet te veel heil verwachten van de deeleconomie om meer duurzame ontwikkeling te realiseren.”

Dat komt zo: vorig jaar publiceerde ING de resultaten van een internationale enquête waarin werd ingegaan op een stand van zaken van de deeleconomie. Ondanks de vaststelling dat in België nog een groot groeipotentieel bestaat, was zijn mening toch dat het delen “waarschijnlijk nooit meer zal kunnen worden dan een aanvulling op het klassieke privébezit, dat onmiskenbare voordelen heeft.”

Hij baseerde zich op de bereidheid bij mensen om spullen aan elkaar uit te lenen. Ruim 55% van de bevolking is niet opgezet met het delen van hun eigendom met anderen. Opvallend is dat het vooral jongeren zijn die het daar moeilijk mee hebben: bij de 18- tot 24-jarigen, die het meeste delen, loopt dit cijfer op tot 64%.

België doet het nog net iets beter dan de buurlanden, maar groot zijn de verschillen niet.

België doet het nog net iets beter dan de buurlanden, maar groot zijn de verschillen niet.

Op basis van deze attitudes klinkt het logisch te besluiten dat we nog ver van een revolutie inzake deeleconomie staan.

De juiste definitie?

En toch moeten we niet te hard van stapel lopen met die conclusie. De doelstelling van de enquête van ING bestond er namelijk in een beter begrip te krijgen van de manier waarop retail klanten van ING denken over geld, inclusief het gebruik, het sparen of investeren ervan.

De criteria die bij de enquête gehanteerd werden zijn daar een direct gevolg van. Zo koos men om enkel te kijken naar onbenutte goederen die in het bezit waren van consumenten (of moeten we zeggen burgers?) en die tijdelijk en tegen betaling werden gedeeld door de consumenten/burgers onderling

De criteria van het onderzoek van ING

De criteria van het onderzoek van ING

De focus van de enquête ligt op die manier op winstgedreven, gedecentraliseerde (en veeleer online) deelplatformen. Daarmee is een groot aandeel van de deeleconomie uitgesloten, en in het bijzonder de niet winstgedreven initiatieven.

De focus van ING op winstgedreven platformeconomie.

De focus van ING op winstgedreven platformeconomie.

Gebrek aan vertrouwen nekt de deeleconomie

Waarom is dat belangrijk? Het grootste obstakel voor een veralgemeende toepassing ligt volgens ING immers besloten in een gebrek aan vertrouwen. Rond kwaliteit van de toestellen, maar ook rond verzekeringen, gebruiksgemak en vertrouwen tussen de gebruikers. Wat dat laatste betreft ligt delen met onbekenden heel moelijk. "Slechts één op de vijf zou willen delen met landgenoten en buitenlanders.” 

Logisch zou je denken. Wie wil nu een duur fototoestel of een kostbare en geliefkoosde slijpschijf uitlenen als er een risico bestaat dat het stuk terugkomt. De obstakels die ING aanhaalt houden inderdaad verband met vertrouwenskwesties en investeringsdrempels.

It's the governance, stupid

Die realiteit wordt echter vormgegeven door de dominantie van de huidige economische en juridische infrastructuur. Ze is niet gericht op gedeeld eigenaarschap, transparantie en democratie, maar op concurrentie, machtsconcentratie en het capteren van meerwaarde.

Immers, een deeleconomie toepassen op de huidige situatie leidt enkel tot een verderzetting van extractieve bedrijfsmodellen en economische praxis die we zo goed kennen en die leiden tot monopolies en groeiende ongelijkheden. Het alombekende voorbeeld van Uber en onder meer het pioniersonderzoek van Juliet Schor illustreren die tendens. Bovendien ontbreekt het aan een echte mentaliteitsverandering, en wordt het reboundeffect – dat zo alomtegenwoordig is in hedendaagse maatregelen tegen milieuschade – de wereld niet uitgeholpen.

Hoe kan het dan anders? Door de governance, of beter gezegd het beheer van het eigenaarschap van de goederen, anders te organiseren. Door bijvoorbeeld de goederen in gemeenschappelijk beheer te brengen via het oprichten van een commons. Dat is een fel contrast met de definitie van ING, die het enkel heeft over uitwisseling van bezit tussen consumenten tegen betaling.

Nemen we het simpele voorbeeld van een uitleendienst voor gereedschap, zoals Tournevie in Brussel. Tournevie stelt een uitgebreide inventaris op een laagdrempelige en aan zeer goedkope prijs (€ 20 per jaar) ter beschikking, en biedt op die manier een antwoord op de obstakels die uit de enquête van ING naar voor komt:

  1. Mensen moeten zich niet afvragen of ze een toestel van € 400 durven uitlenen aan een onbekende, want het toestel behoort in zekere zin de gemeenschap toe.
     
  2. Omdat de organisatie in een gemeenschap en een sociaal weefsel is ingebed, letten de gebruikers doorgaans beter op de toestellen (binnen de mate van kennis waarover ze beschikken), want er is een vorm van social peer pressure ten aanzien van de anderen en de organisatie.
     
  3. Tournevie gebruikt vrijwel enkel professioneel en kwaliteitsvol materiaal. Dit zorgt ervoor dat het makkelijk valt te repareren, met wisselstukken die bovendien bovengemiddeld lang beschikbaar blijven. Men moet dus niet te veel twijfelen over de performantie en kwaliteit van het materiaal.
     
  4. Het onderhoud en de verzekering wordt door de organisatie geregeld, wat het gebruiksgemak vergemakkelijkt.
     
  5. Binnen de mate van het mogelijke krijgen de leden uitleg over het gebruik van de toestellen, en ontwikkelt de organisatie zich tot een doorgeefluik van tips & tricks. 
     
  6. Mensen kunnen er terecht voor allerlei materiaal. Het gamma is dermate breed dat je extra materiaal eenvoudig kan meenemen als blijkt dat je het toch nodig hebt of iets vergeten bent. Alweer een plus qua gebruiksgemak. 

Bovendien stimuleert de aanwezigheid en inplanting van dergelijke initiatieven het vertrouwen in elkaar. Niet uit altruïsme, maar omdat het governancemodel de altruïstische neiging in de hand werkt waarover we allemaal, enkele vreemde snuiters daargelaten, beschikken.

Conclusie: willen we de deeleconomie haar ecologisch en maatschappelijk potentieel doen vervullen, is een flinke groei nodig. Maar dat kan enkel indien de maatschappelijke architectuur zodanig is vormgegeven dat er voldoende vertrouwen bestaat om dit massaal door te trekken. Dit zal niet lukken in atomistische platformeconomieën (cf. Uber), waar mensen zich niet collectief kunnen verenigen en elkaar nog steeds zien als ‘een vreemde’.

Zonder aandacht voor de institutionele veranderingen die nodig zijn om attitudes te veranderen, een oud zeer van economen, blijven we zitten in een model dat de 20ste eeuwse situatie louter verderzet. En dan zijn we geen stap verder.

Coverfoto: Matthew Wiebe (cc)

Omgekeerde logistiek in de circulaire economie: een model

Sam Deckmyn

De circulaire economie kan niet zonder een efficiënte omgekeerde logistiek (reversed logistics), waarbij producten en onderdelen aan het einde van hun leven terugkeren naar de fabrikant of verwerker. Het denkwerk over zo’n logistiek staat nog in z’n kinderschoenen. De Ellen MacArthur Foundation ontwikkelde samen met partners alvast een model om omgekeerde logistiek uit te werken en te evalueren. Een samenvatting.

OPHALEN, HERWAARDEREN EN OPNIEUW VERMARKTEN

In het rapport “Waste not, want not” leggen Ellen MacArthur Foundation, Cranfield University en Deutsche Post DHL Group de basis voor een ‘Reverse Logistics Maturity Model’. Het model moet bedrijven toelaten hun eigen aanpak van omgekeerde logistiek te evalueren. Daarbij worden drie onderdelen in rekening gebracht:

  1. ophalen: haalt je bedrijf überhaupt gebruikte producten op en hoe goed is die ophaling geïntegreerd in de bedrijfsvoering? Gebeurt het ad hoc of is het volledig gemonitord en gepland?
  2. herwaarderen: eens het product terug binnen is, hoe ga je ermee aan de slag? Maakt de herwaardering deel uit van je businessmodel, of is het iets terloops?
  3. opnieuw vermarkten: hoe goed ken je de tweedehandsmarkt voor je producten? Heb je voldoende afzetmogelijkheden en kan je de prijzen voldoende inschatten?

Per onderdeel zijn er vijf niveaus van maturiteit. Via beschrijvingen van elk niveau kan je bepalen waar jouw bedrijf zich exact bevindt.

VERSCHILLENDE PRODUCTEN, VERSCHILLENDE NODEN

De organisatie van een omgekeerde logistiek verschilt natuurlijk van product tot product. Daarom distilleerden de auteurs drie modellen gebaseerd op verschillende producttypes. Plan C maakte een bewerking:

Het eerste model geldt voor massaproducten die via kleinhandel bij de eindgebruiker belanden en een kleine restwaarde hebben. Voorbeelden zijn consumenten-elektronica, banden en palletten.

Deze producten worden best centraal ingezameld en zoveel mogelijk gebundeld (in anders vaak lege vrachtwagens) naar centrale verwerkers gebracht. Door die centralisatie ontstaan schaalvoordelen, zodat het proces rendabel blijft.

Gebruikers moeten stimuli krijgen om de producten terug te brengen. De producten mogen merkonafhankelijk verwerkt worden, maar worden best zo goed mogelijk per type gesorteerd om de waarde van de stromen maximaal te behouden.

Het tweede model is voor producten met een relatief hoge restwaarde, die vaak cruciaal zijn om (productie)processen in gang te houden, maar die de eindgebruiker niet vaak terugbrengt. Voorbeelden zijn machines, machine-onderdelen en auto-onderdelen.

Deze stukken worden best gebundeld opgehaald door een service partner die meteen vervangstukken kan installeren. Idealiter kan je door monitoring op afstand op voorhand plannen wanneer stukken aan vervanging toe zijn en hier proactief op inspelen.

Het derde model is voor complexe en gevoelige apparatuur met een hoge restwaarde, maar die de eindgebruiker niet vaak terugbrengt. Voorbeelden zijn ICT-materiaal en medische apparatuur.

Deze toestellen bevatten vaak vertrouwelijke info of gevaarlijke stoffen en kunnen niet zomaar aan eender welke service partner meegegeven worden. Daarom is voor deze producten een dedicated 1-op-1 ophaling nodig en/of er moet er transparantie en garanties zijn over waar de goederen naartoe gaan. De producten gaan omwille van hun complexiteit ook best terug naar de eigen specifieke producent voor een opknapbeurt of verwerking.

Idealiter kan je door monitoring op afstand op voorhand plannen wanneer stukken aan vervanging toe zijn en hier proactief op inspelen.

Je kan het rapport en het maturity-model hier zelf inkijken.

Dit stuk is een gastblog en verscheen eerst bij Plan C.

Staat Marinaleda model voor een nieuwe economie?

Dirk Bauwens

Het prachtig gelegen Andalusische dorp Marinaleda telt zo'n 2.735 inwoners en gaat door als een soort socialistisch utopia. In tegenstelling tot de rest van Spanje is er hier geen crisis, geen austeriteit, geen budgetproblemen, weinig onvrede en weinig werkloosheid. De maandlasten zijn er laag en verder zijn er ook geen bankiers, geen politie en geen criminaliteit.

De sleutel tot het succes is de 1.200 hectaren land, gelegen aan de rand van de dorpskom. 'Dit land is van alle werkloze arbeiders van Marinaleda' staat er op de muur van de boerderij bij de ingang van het landgoed. Vijfentwintig jaar geleden was het dorp straatarm. Meer dan 60% van de inwoners was werkloos en honger lijden was eerder regel dan uitzondering. Onder leiding van de nieuwe burgemeester Juan Manuel Sánchez Gordillo begonnen de inwoners een strijd om de rechten op het landgoed, dat toehoorde aan een adellijke grootgrondbezitter. In 1991, na een uitputtend gevecht dat 12 jaar in beslag nam, werd de grond verworven en werd er een landbouwcoöperatie opgericht. Een aantal jaren later kwam er ook een fabriek om de geoogste producten te verwerken.

Sánchez Gordillo (67) is zeer populair en voert een beleid dat nauw aansluit bij het ideeëngoed van zijn grote voorbeeld Che Guevara, een Argentijns marxistisch revolutionair en Cubaans guerillaleider. Volgens die inzichten staat de bevolking centraal en spelen organisaties en instellingen slechts een dienende rol.

Vooral na de financiële crisis van 2008 is Marinaleda in de belangstelling gekomen. Gordillo, bijgenaamd 'De Spaanse Robin Hood', organiseerde en voerde voedselovervallen uit op supermarkten om vervolgens zijn buit aan een lokale voedselbank te schenken. "Er zijn veel gezinnen die gewoon geen geld hebben om eten te kopen", stelde hij. "In de 21ste eeuw is dit een grote schande. Voedsel is een recht, niet iets waarmee je speculeert." En : "Hoe kan het dat we de banken die de crisis veroorzaakt hebben 250 miljard € geven, terwijl we bezuinigen op plekken die vooral de armen en werkenden treffen ?"

Basisdemocratisch en anti-kapitalistisch, zo kan men het samenlevingsconcept van Marinaleda omschrijven. Enkele kenmerken :

  • 100 keer per jaar vindt er een volksvergadering plaats waarin de bevolking geïnformeerd wordt en waarbij keuzes worden gemaakt
  • De buurtbewoners beslissen zelf wat er in hun buurt verandert
  • Steun of hulp van buitenaf is niet nodig
  • De winst van de agrarische coöperatie wordt gebruikt om nieuwe jobs te creëren en vloeit terug naar de gemeenschap
  • Iedereen in de coöperatie verdient hetzelfde inkomen van 1.200 € per maand
  • De werkloosheid blijft beperkt tot 4% van de bevolking (35% in gans Andalusië)
  • Grote bedrijven zijn niet toegelaten
  • Rijkdom verwerven wordt niet toegestaan
  • Het kinderdagverblijf kost 12 € per maand inclusief maaltijden
  • Voor de fitness betaalt men 2 € per maand; sportfaciliteiten zijn gratis voor kinderen
  • Het materiaal, de bouwplannen en de grond voor een eigen huis worden door de gemeente gratis verstrekt. De hypotheek kost gezinnen niet meer dan 15 € per maand en dat gedurende hun hele leven, met de afspraak dat het huis en de bezittingen nooit mogen worden doorverkocht voor persoonlijk gewin
Burgemeester Gordillo

Burgemeester Gordillo

Burgemeester Gordillo : "We moeten eens goed gaan nadenken over onze waarden, de consumptiemaatschappij en de waarde die we hechten aan geld, egoïsme en individualisme." "Marinaleda is een klein voorbeeld en we willen graag dat deze ervaring naar de rest van de wereld kan worden uitgebreid."

'Marinaleda, een utopie naar de vrede' : die slogan prijkt zowel op het gemeentehuis, het sportcomplex als op de school. Nader onderzoek toont evenwel dat niet alles rozegeur en maneschijn is. Volgens Gordillo werkt de meerderheid van de bevolking fulltime voor de dorpscoöperatie. 96% van de bewoners heeft dus een job. Tussen de verschillende oogsten door treden echter periodes op dat er geen werk is : dan valt men niet terug op een loon, maar is men afhankelijk van de 400 € die de Andalusische regering als uitkering verschaft.

Welke jobs?

Diegenen die niet actief zijn in de coöperatie, werken als crècheleidster, lerares of maatschappelijk werkster. Gordillo geeft wel toe dat het voor jonge, hoopopgeleide, ambitieuze mensen moeilijker is om in het dorp een baan te vinden.

In totaal telt het stadje 20 bedrijfjes. Grote franchisebedrijven als Carrefour maken in Marinaleda geen kans, maar het opstarten van een eigen bedrijf behoort tot de mogelijkheden. Zo'n onderneming mag niet te groot zijn, maar waar de grens dan ligt kan de burgemeester eigenlijk niet aangeven. Navraag bij een aantal inwoners leert echter dat het niet gemakkelijk is om van Gordillo een bedrijfsvergunning te verkrijgen. En dat kritiek op zijn beleid nefaste gevolgen kan hebben voor het bekomen van werk.

Niet iedereen blij

Ondanks het feit dat dit Andalusische economische experiment niet iedereen kan tevredenstellen, hebben de meeste mensen in Marinaleda het beter dan in de rest van Spanje.

Ex-tv-journalist, auteur en hoofdredacteur van www.pala.be Dirk Barrez heeft het nationale - en internationale coöperatiefenomeen uitvoerig onderzocht. In zijn publicatie "Coöperaties, hoe heroveren we de economie ?" komt hij tot de vaststelling dat verschillende coöperatieve bedrijven echt opvallende successen boeken. Anderzijds zijn er ook enkele voorbeelden waar het serieus fout is gegaan.

Momenteel tellen coöperatieve ondernemingen wereldwijd 1 miljard leden. Ze leven opvallend langer dan klassieke bedrijven, zorgen voor zekerder werk, verdelen beter de welvaart en stimuleren meer de lokale economie. Volgens Barrez kan het coöperatieve model ons voorbij de uitwassen van de falende financiële economie voeren.

Uniform logo voor alle Vlaamse fietssnelwegen

Wouter Florizoone

De vijf Vlaamse provincies ontwikkelden in samenwerking met mobiliteitsexperts een logo en uniforme bewegwijzering voor de fietssnelwegen of fietsostrades, zoals ze liever nog in de provincie Antwerpen genoemd worden. Die moeten de ondertussen 110 fietssnelwegen in Vlaanderen, goed voor 2400 kilometer (zo goed als) rechtlijnige fietsroutes, beter herkenbaar maken. Fietssnelwegen zijn soms moeilijk te volgen omdat ze bestaan uit verschillende soorten infrastructuur: vrijliggende fietswegen, een jaagpad, fietsstraat, autoluwe wegen,…

Bij voorkeur loopt een fietssnelweg over een vrijliggende fietsweg of een jaagpad. Bij ruimtegebrek loopt ze over een fietspad, door een fietsstraat of over een autoluwe weg. Door die verschillende soorten infrastructuur is het volgen van de fietsostrade of fietssnelweg niet altijd even duidelijk. Daarom ontwikkelden de vijf provincies een uniforme routetaal waarmee de fietssnelwegen op het terrein herkenbaar en leesbaar zullen zijn. Deze routetaal bestaat uit een logo, een routezuil, bewegwijzering en een nummering voor elke fietssnelweg. Onderstaande interactieve kaart toont het toekomstbeeld van het fietssnelwegennetwerk in Vlaanderen.

Proeftrajecten

De provincie Vlaams-Brabant test het logo en de bewegwijzering uit op de fietssnelweg Leuven-Brussel, die voortaan de F3-route zal noemen. Het proeftraject, over 2 kilometer, situeert zich tussen de fietsbrug over de Bijlokstraat in Herent en de Kolonel Begaultlaan in Wilsele.

De provincie Antwerpen installeerde tegelijkertijd een proeftraject op de fietsostrade Antwerpen-Essen, dat wordt de F14-route. Daar vind je in Kalmthout het logo en de bewegwijzering over bijna 6 kilometer van de Turfvaartlaan tot net voorbij het station Heide.

Gebruikersfeedback

De provincies horen graag of de fietsers de bewegwijzering duidelijk vinden. Via deze websites kan je feedback geven www.fietssnelwegen.be. Blijkt uit de resultaten dat bijsturing in de bewegwijzering nodig is, dan voeren de provincies die uit. De conclusies worden ook meegenomen bij het plaatsen van de bewegwijzering op de andere fietsostrades.

Uniforme routetaal

De vijf Vlaamse provincies ontwikkelden het logo en de bewegwijzering samen met designer Stefan Schöning, studiebureau Traject Mobility Management, communicatiebureau Cayman en Lama Landschapsarchitecten. Het geheel vormt een soort van ‘routetaal’ specifiek voor fietssnelwegen. Een taal die de routes herkenbaar en eenvoudig te volgen maakt. Op termijn willen we ze deze leesbaarheid over alle fietssnelwegen in Vlaanderen uitrollen.

Unieke nummering

Iedere fietssnelweg kreeg een unieke code: de letter F + een cijfer. Zo is de fietssnelweg Leuven-Brussel ‘F3’ en de fietsostrade Antwerpen-Essen ‘F14’. Een nummering gelijkaardig aan de E-nummering van autosnelwegen. Het nummer verschijnt telkens in het logo en op de route van de betrokken fietsostrade. Dat maakt de route herkenbaar en biedt de fietsers meer duidelijkheid. Dit is ook handig voor routeplanners, google maps en voor de hulpdiensten.

De aanduiding as such is niet uniek, omdat er in het buitenland al gelijkaardige voorbeelden zijn, zoals fietssnelweg F35 in Twente met een gelijkaardig logo. Het feit dat dit echter over de provinciegrenzen heen wordt aangepakt, is een primeur.

Investeringen lopen verder

Een frisse look & feel is leuk, maar fietsers zijn uiteraard nog het meest gediend met bijkomende kwalitatieve fietsinfrastructuur die hen snel van A naar B kan brengen. De provincies timmeren verder aan fietssnelwegen door studies, projecten, aanbestedingen voor nieuwe infrastructuur (zoals de fietsbrug in Zaventem) en overleg met andere gewesten (Brussel, Wallonië) en Nederland.

Foto’s : Provincie Vlaams-Brabant en fietsgroep HST-route.
Wouter Florizoone is actief bij de Provincie Vlaams-Brabant. 

 

Blockchain? Mijne coin is aan 't vallen!

Gerrie Smits

Waarom we als niet-techneuten snel Blockchain moeten snappen

Dat het razend-rap gaat in technologie-land weten we intussen. Spotjes op Radio1 over Digitale Transformatie: wie had het ooit gedacht?

Maar de laatste maanden zijn er - in de relatieve marges van het internet - technologische stappen gezet, die mogelijk toch wel een hoop dingen op zijn kop gaan zetten. Ik heb het over Blockchain.

Eerst even een grote kanttekening: ik ben geen techneut. Ik kan doen alsof ik het verschil ken tussen NodeJS en PHP, maar echt snappen doe ik het niet. Ik kijk naar technologie voor wat het betekent. En recent is het bij mij beginnen dagen dat het hele Blockchain-verhaal een pak meer is dan BitCoins, 'virtuele' munten en onverstaanbaar tech-geek-gelal.

WTF?

De techneuten doen mij dood, maar ik doe even een poging om uit te leggen wat Blockchain is, als niet-techneut. Blockchain is een soort database-technologie, de motor achter BitCoin bijvoorbeeld. Het is een decentraal verificatie-systeem, waarbij een wereldwijd netwerk van computers transacties verifieert en creëert volgens een complexe cryptografische code. Eens geverifieerd kan het niet meer veranderd worden. Nooit.

Klinkt als Chinees? Onthoud één ding: "decentraal". Het betekent dat er voor transacties geen centrale autoriteit meer nodig is.

Er bestaan ook andere Blockchain versies. En een cruciale is Ethereum. Wat Ethereum anders maakt dan BitCoin is dat het een platform is, waarop applicaties gebouwd kunnen worden. Die applicaties kunnen gebruik maken van ook zo'n decentraal computer-netwerk en de bijhorende cryptografie. Ethereum heeft ook een 'munt', Ether, die de benzine is van het systeem.

BitCoin kopen is peanuts vergeleken met Ethereum snappen

Het straffe is dat het platform, dat netwerk van computers, toepassingen mogelijk maakt die verder gaan dan digitale munten. De Bitcoin-blockchain doet 1 ding: Bitcoin transfereren. Maar op Ethereum kan alles: het gaat over 'transacties' tout court. Een cruciaal aspect van Ethereum zijn dan ook Smart Contracts, programma's om transacties te programmeren en te automatiseren. Tenminste, dat denk ik.

Voorbeeld? In Brooklyn hebben slimme inwoners een energie-netwerk gebouwd met Smart Contracts van Ethereum. Energie van zonnepanelen aan de ene kant van de straat wordt verhandeld met de buren aan de andere kant van de straat. Opnieuw: zonder dat er een centrale autoriteit tussen komt.

"Klinkt allemaal toppie, beste Gerrie. Laat ze doen die tech geeks", hoor ik je denken. Wel nee, ik heb de laatste weken sterk het gevoel gekregen dat het als ondernemer, overheid of slimme mens tout court cruciaal is om van de zijlijn te komen en hier actief mee bezig te zijn. En wel om deze redenen.

Rapper dan rap

Het tempo waarmee nieuwe dingen gebeuren in de blockchain-wereld, ligt gigantisch hoog. Ethereum als software is nog geen jaar oud. Vrienden van mij die al een tijdje met de materie bezig zijn, stonden een paar weekends geleden weer te kijken. Toen werd namelijk de DAO-hub gelanceerd. Een soort platform, gebouwd op Ethereum, om projecten te financieren en te steunen. Een soort gedecentraliseerde versie van een Venture Capital fund. Denk ik. Vandaag. Morgen snap ik het misschien beter.

Maar feit is: na een paar weken is dit het grootste crowdfunding project aller tijden en heeft het vandaag meer dan 11 miljoen Ether opgehaald. De Ether koers schommelt momenteel rond de 12 euro. Dit zijn niet langer de marges van het internet.

Profit!

Op de website van Ethereum staat: "like the internet was supposed to work". Hun missie is om een vrijer internet te bouwen, dat betrouwbaar is. Er hangt een wereldbeeld aan vast. Maar tegelijk gaat het ook over winst, geld verdienen en business-opportuniteiten. Dat maakt het zo uniek. Tenminste, dat denk ik.

Voor elke Jef Colruyt die zegt dat hij niet gelooft in e-commerce, steken er binnenkort (lees: nu) slimme entrepreneurs de koppen bij elkaar om te kijken hoe de transacties rond 'kopen in een supermarkt' kunnen lopen als je ze bekijkt door een Blockchain bril.

State of the Dapps

State of the Dapps

En die transacties zijn niet beperkt tot het internet. Want koppel Blockchain aan het Internet of Things en je hebt weer een miljard use cases bij. Bij Slock.it - een stel leading denkers én makers in het wereldje - werken ze bijvoorbeeld aan een slim slot, dat enkel opengaat als alle voorwaarden van een Smart Contract voldaan zijn.

Neem het geval AirBnb. Ik verhuur een lege kamer aan jou. Dus als dat slot weet dat jij het bent en betaald hebt, gaat het open. Tegelijk triggert het ook de financiële transactie en - waarom niet - boekt en betaalt ook meteen de poetsdienst als jij weer weg gaat.

Cruciaal is ook dat er een incentive systeem ingebakken zit in de kern van Blockchain. Het is technologie en die heeft hardware nodig. Computer-geeks die de transactie-software op hun servers laten draaien, krijgen een fee. Dat houdt het decentrale netwerk draaiende. Let wel: die fee ligt onnoemelijk veel lager dan de 10-of-wat% die AirBnb vraagt of de +20% die Uber afhoudt van het bedrag dat hun chauffeurs krijgen.

Een echte sharing economy

Blockchain is een technologie die naar de kern gaat. Het woord 'revolutie' valt wel eens. Web 3.0 ook.

En zonder belachelijk enthousiast te worden: ik begin dat toch een beetje te snappen. Het internet ging over dis-intermediation en de democratisering van informatie etc. Maar wat gebeurde? Er ontstonden gecentraliseerde platformen die op grote schaal bepaalde transacties faciliteerden. AirBnb voor logies. Facebook voor communicatie. Uber voor transport,... Voor een prijs.

Dat zijn geweldige toepassingen en ik gebruik ze allemaal. Maar het decentrale aspect van de blockchain-technologie maakt het nu mogelijk om die relaties tussen gebruiker en leverancier, maw. de transactie én de waarde er van te hertekenen. De kost van een transactie wordt klein. De validatie en de trust verhoogt. Een internet of transactions, internet of trust, internet of value: het zijn allemaal termen die ik wel eens hoor vallen.

Voorbeeld! Consensys is één van die bedrijven die applicaties aan het bouwen zijn op het Ethereum-framework. Ujo is zo'n toepassing, "rebuilding the music industry". Het maakt niet enkel de transactie tussen artiest en muziek-fan veel directer; het hertekent ook de relatie tussen artiest en gast-muzikant, tussen artiest en filmproducer-die-dat-nummer-wel-wil-gebruiken, tussen artiest en noem maar op,... Dat doet een Spotify niet.

Arcade City is dan weer een applicatie die blockchain-gewijs doet wat Uber doet: de vraag naar transport matchen met het aanbod. Alleen wordt de waarde anders verdeeld.

Dit zijn experimenten en prototypes. Maar het is tekenend dat AirBnb al een blockchain-startup heeft opgekocht, omdat hun businessmodel van intermediair mogelijk onder druk komt te staan.

De disruptors die disrupted worden? What's next? Want alles wat een transactie is, kan je gaan herbekijken door een Blockchain-bril. Een merk als Nike dat rechtstreeks fees gaat betalen aan mensen die hun reclame-boodschappen bekijken? En wat betekent het concept 'rijbewijs uitreiken' nog, een type-voorbeeld van een gecentraliseerde validatie én transactie?

Learn, Unlearn, Relearn

Technology. Ethics. Profit. Dat staat er op de website van daohub.org te lezen. En het is die mix die de materie zo complex maakt.

Dus, handen omhoog: wie heeft er al eens geprobeerd om BitCoin of Ether te kopen en zijn coins naar een andere wallet over te zetten? Ik vrees dat het akelig stil blijft aan de andere kant van dit artikel. En dat is jammer: 'die wereld' draait namelijk rond andere concepten van wallets, transacties, veiligheid,... En je moet dat oefenen, deze nieuwe 'taal' leren kennen, fouten maken, afgezet worden, totaal verward zijn.

Want eerlijk gezegd: BitCoin kopen is peanuts vergeleken met Ethereum snappen. En dan hebben we het nog niet eens over DAO, het concept van een Decentralised Autonomous Organisation.

Dus wij moeten oefenen, want dit verhaal krijgt momentum.

Slimme developers zijn nu Solidity aan het leren om blockchain-dingen te bouwen.

Slimme investeerders weten al lang wie Vitalik Buterin is (uitvinder van Ethereum, 22 jaar jawel). Zij kijken de voorbije weken naar daohub.org en konden voor zichzelf uitmaken of ze nu DAO-tokens moesten kopen.

En wat doen ondernemers? Van kleine start-ups tot de Microsofts en IBM'en van deze wereld: ze zijn zich het blockchain-denken eigen aan het maken. De vraag is: herbekijken ze hun value proposition en hun meerwaarde op een fundamentele manier? Of gaan ze blockchain technologie copiëren om ze achter gesloten deur te implementeren, zoals banken aan het doen zijn?

En wat met overheden? Want op vlak van transacties, validatie én identiteit zit daar behoorlijk wat denkwerk. In Honduras zijn ze het concept van land-eigendom aan het herbouwen op de blockchain. De innovation unit van Unicef is naar blockchain aan het kijken om het probleem van identiteit (bv. bij vluchtelingen) op te lossen.

Maar ook dichter bij huis zijn de coins gevallen. Bij stad Antwerpen werkt de innovatie-cel A-Labs aan een applicatie om via blockchain communities te gaan faciliteren. Zij noemen het Locals.world en hebben zelfs een eigen 'munt', LocalCoin.

In de blockchain chat-communities waar ik wel eens ronddwaal, lees je de laatste weken dingen als:

"I'm kind of dreaming of buying Tesla powerwall towers and put smart contracts on them!"

of

"We could invest in anything and collectively we'd be more informed than an individual to make good investment decisions."

Als wij, leken, mee aan het stuur willen gaan zitten, moeten we vlieguren maken. Lezen, maken, kopen, doen. Het is aan ons om blockchain te begrijpen én te vertalen. Zodat de discussie en het leerproces versnelt en de toepassingen sneller duidelijker gaan worden.

Soit, ik begin het te snappen en ik ga dieper graven. Hier is alvast mijn groeiende lijst met Blockchain-gerelateerde bookmarks.

Dit artikel verscheen eerst op Datanews.be en werd in overleg als gastpost voor Zeronaut.be overgenomen.

Je kan ook de engelstalige versie van dit artikel nalezen op de blog van Gerrie Smits.